Adams-Onísverdrag
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Het Adams-Onísverdrag (Engels: Adams-Onís Treaty, Spaans: Tratado de Adams-Onís) was een overeenkomst die in 1819 plaats vond tussen de Verenigde Staten en Spanje en de grens vastlegde in Noord-Amerika tussen de twee landen. De overeenkomst was het gevolg van spanningen tussen het steeds zwakker wordende Spanje en de Verenigde Staten.
[bewerk] Geschiedenis
Aanvankelijk weigerde Spanje om de grenzen te hertekenen, maar gaf toe aangezien het steeds meer macht verloor over haar opstandige kolonies. Tijdens een conflict tussen de Verenigde Staten en bandieten nam Andrew Jackson zonder enige waarschuwing Spaanse forten in. Dit toonde aan dat de steeds zwakker wordende Spaanse macht een absoluut minimum bereikte en bracht de Verenigde Staten in een voordelige positie bij verdere onderhandelingen.
De overeenkomst werd gesloten tussen John Quincy Adams, de minister van binnenlandse zaken van de Verenigde Staten en Luis de Onís, de Spaanse minister van buitenlandse zaken. Er werd afgesproken dat de Verenigde Staten vijf miljoen dollar betaalde in ruil voor Florida en zijn eisen op delen van Texas en andere gebieden onder Spaanse heerschappij opgaf. De overeenkomst werd gesloten op 22 februari 1819 in Washington D.C. en ging op 22 februari 1821 in.
Lang heeft Spanje geen plezier gehad van het verdrag, want in september 1821 werd het gedwongen de onafhankelijkheid van Mexico te erkennen zodat de afgesproken grens voortaan de grens tussen de Verenigde Staten en Mexico aangaf.

