Adaptatie (biologie)
In de biologie zijn adaptaties of aanpassingen veranderingen in structuren of gedrag van organismen, die het organisme beter in staat stellen te overleven of voor nageslacht te zorgen. De vorming van adaptaties is onderdeel van evolutie. Door de continue vorming van kleine, willekeurige veranderingen in eigenschappen ontstaan van generatie op generatie verschillen tussen individuen van dezelfde soort. Door natuurlijke selectie zullen de varianten die beter in staat zijn te overleven of voor nageslacht te zorgen een steeds groter deel van de populatie uit gaan maken.[2]
Een adaptatie kan zowel de ontwikkeling van een nieuwe eigenschap als het verlies van een oude zijn. In de evolutie van walvissen uit op het land levende voorouders is bijvoorbeeld het verlies van poten een adaptatie, dit bood voordeel omdat poten in het water slechts tot last zijn. Soms zijn van weggeëvolueerde eigenschappen nog wel sporen te vinden, zoals de staartwervels bij de mens of bij walvissen kleine botjes op de plek waar voorouders poten hadden. Wanneer zulke overblijfsels geen functie meer dienen worden ze rudimentaire structuren genoemd.[3]
Adaptaties komen in de vorm van geleidelijke verandering van bestaande structuren. Soms zijn nieuwe eigenschappen geen gewone adaptaties maar het gevolg van een verandering in functie van een bepaalde structuur of een bepaald orgaan. Dit worden exaptaties genoemd. Structuren met vergelijkbare opbouw kunnen in verwante organismes daarom verschillende functies hebben, als gevolg van verschillende adaptaties van een bepaalde structuur in een gemeenschappelijke voorouder. Een voorbeeld daarvan is de vleugel van vogels en de hand van primaten die geen van beiden meer de oorspronkelijke, ondersteunende, functie hebben.
[bewerken] Zie ook
| Bronnen
Voetnoten Literatuur
|