Additieve synthese

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

In de audio is additieve synthese een techniek om een klank met een bepaalde klankkleur te maken, door een aantal basistonen bij elkaar op te tellen.

De klank van muziekinstrumenten of stemmen bestaat uit een samenstelling van verschillende tonen. Deze tonen zijn vaak harmonisch, maar niet noodzakelijk: heldere instrumenten zoals een fluit produceren boventonen die een geheel aantal keren de grondtoon zijn, maar slagwerk of een klokkenspel doen dit niet. Additieve synthese imiteert klanken door het in verschillende mate, variërend in de tijd, optellen van tonen, zowel harmonisch als niet-harmonisch.

Gebruikelijk wordt dit gedaan met een aantal oscillatoren, die zijn afgestemd op een geheel aantal keren van de grondtoon (harmonischen). Vaak heeft elke oscillator een instelbaar verloop (aanzet, duur) waarmee het realisme en dynamiek worden verhoogd, en waarmee klankkleuren gemaakt kunnen worden die gedurende een toon extreem veranderen.

Het bouwen van een praktisch bruikbare additieve synthesizer in analoge elektronica is vrijwel onmogelijk en in ieder geval bijzonder kostbaar. Betaalbare uitvoeringen kwamen dan ook pas met de komst van digitale signaalbewerking op de markt.

Een commercieel verkrijgbare additieve synthesizer was tot eind jaren '90 de K5000s van de firma Kawai. Andere modellen waren zijn voorganger de K5 en de Synclavier van New England Digital.

In een toonwielorgel wordt ook een soort additieve synthese toegepast door de frequenties van de toonwielen (een soort tandwielen aan een ronddraaiende as) met elkaar te mengen. Dit mengen gebeurt met de zogenaamde drawbars. Het hammondorgel gebruikt deze techniek.