Adelheid van Meißen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Adelheid van Meißen
1160-1211
Hertogin-gemaal van Bohemen
Periode 1192-1193
Voorganger Heilika van Wittelsbach
Koningin-gemaal van Bohemen
Periode 1198-1199
Voorganger nieuw
Opvolger Constance van Hongarije
Vader Otto de Rijke
Moeder Hedwig van Ballenstedt

Adelheid van Meißen (?, 1160 - Meißen, 2 februari 1211) was een dochter van Otto de Rijke en van Hedwig van Ballenstedt. In 1178 werd zij de eerste echtgenote van Ottokar, die in 1192 hertog van Bohemen werd, maar het jaar nadien alweer op de vlucht moest. Zij kregen drie dochters: Margaretha Dagmar, Božislava en Hedwig.

In 1197 besteeg Ottokar de Boheemse troon als koning, maar zijn vrouw en kinderen kwamen niet mee. Adelheid bleef in Meißen met haar dochters. Inmiddels was Ottokar hertrouwd met Constance van Hongarije. Om haar rechten en die van haar kinderen te vrijwaren riep Adelheid de hulp in van onder meer de paus en Constance diende in 1205 voor korte tijd het Praagse hof te verlaten, terwijl Adelheid terug haar plaats als koningin innam. In deze periode huwde haar dochter Dagmar met koning Waldemar II van Denemarken. Het jaar daarop werd Adelheid echter definitief verdreven.