Adelotus brevis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Adelotus brevis
IUCN-status: Gevoelig[1] (2004)
De 'slagtanden' van Adelotus brevis
De 'slagtanden' van Adelotus brevis
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Amphibia (Amfibieën)
Orde: Anura (Kikkers)
Familie: Limnodynastidae
Geslacht: Adelotus
Soort
Adelotus brevis
(Günther, 1863)
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Adelotus brevis is een kikker uit de familie Limnodynastidae. Er is nog geen Nederlandse naam voor deze soort, die de enige is uit het geslacht Adelotus.

Inhoud

[bewerken] Beschrijving

Adelotus brevis is bruin tot groen van kleur op de rug en heeft een zeer variabel en onregelmatig patroon van lichtere en donkere vlekken en strepen. De kikker is echter van alle andere Australische soorten te onderscheiden door de combinatie van de zwarte buik met grote witte vlekken en de oranje tot rode vlekjes bij de cloaca en binnenzijde van de dijen. Sommige vrouwelijke exemplaren hebben een rugstreep.

De soort wordt in de Engelse taal wel slagtandkikker genoemd vanwege de twee slagtand-achtige uitsteeksels op de onderkaak, die alleen te zien zijn bij een geopende bek. Deze aangepaste tanden zijn iets gekromd en puntig en worden in groeven in het gehemelte geborgen als de bek gesloten is. De mannetjes vechten met elkaar in de paartijd om een territorium, waarbij ze met de 'tanden' in elkaars kop, bek en nek proberen te bijten, wat tot verwondingen kan leiden.

De mannetjes worden met een gemiddelde lengte van 5 centimeter groter dan de ongeveer 4 cm lange vrouwtjes, wat zeer uitzonderlijk is. Bij alle andere kikvorsachtigen is dit andersom en worden de vrouwtjes groter dan de mannetjes. Mannetjes hebben ook langere uitsteeksels (tot 5 mm) dan vrouwtjes en een relatief grotere kop. Al deze voor de Anura unieke kenmerken zijn vermoedelijk voortgekomen uit de gevechten die de mannetjes voeren.

[bewerken] Voorkomen en habitat

Adelotus brevis komt voor in Australië in een smalle uiterst oostelijke kuststreek in het zuiden van Queensland en een groot deel van de kust van Nieuw-Zuid-Wales. In het verleden zijn de populaties niet altijd even stabiel geweest, maar tegenwoordig is de soort algemeen in het ongeveer 480.000 vierkante kilometer grote verspreidingsgebied.

De kikker komt voor in een groot aantal habitats, variërend van moerassen, graslanden en zowel droge als vochtige bossen, meestal bij stilstaand water. Exemplaren worden zelden hoger dan 400 meter boven zeeniveau aangetroffen.

[bewerken] Voortplanting

Mannetjes kwaken in het water, aan de waterkant verstopt tussen overhangende planten of in kleine holletjes in de oever. Het geluid dat ze maken klinkt als een dubbele klik; b-look, wat afwijkt van het paargeluid van andere voorkomende soorten. De eitjes zijn ongepigmenteerd en worden in een schuimnest afgezet dat op het water drijft. Het nest wordt meestal met planten of bladeren bedekt ter camouflage en om het nest af te schermen tegen zonlicht. Na enkele dagen komen de eitjes uit, na twee tot drie maanden hebben de bruingekleurde kikkervisjes zich ontwikkeld tot kleine kikkertjes, ze zijn dan ongeveer 3 centimeter lang.

[bewerken] Afbeeldingen


Bronnen, noten en/of referenties
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren
In andere talen