Adelsbrief

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Het Nederlandse adelsdiploma van de Bye

Een adelsbrief (adelsoorkonde, adelsdiploma) is een door een soeverein gegeven bevestiging dat iemand van burgerlijke komaf in de adel is opgenomen. Ook kan door middel van een adelsbrief bevestigd worden dat iemand van buitenlandse adel is.

Tot aan de Late Middeleeuwen was het niet gebruikelijk voor een vorst of soeverein om edelen van adelsbrieven te voorzien. De erkenning van adeldom lag in de feodale samenleving in vrijheid of onvrijheid (horigheid). Van adellijke geboorte waren bijna alle vrijen, weerboeren (wehrbauer) uitgezonderd, deze waren wel vrij maar niet van adel.

De positie van de weinige inwoners van de steden was als volgt: zij waren vrij omdat "stadslucht vrij maakt". De stad kende geen horigheid of feodaliteit, omdat deze begrippen aan de grond en de landbouw waren verbonden.

Alle andere personen waren op een of andere manier gebonden aan een leenheer en dus onvrij. Door de vele onderlinge oorlogen van adellijke families, de bevolkingsgroei en het ontstaan van een geldeconomie kwamen er verschillende gradaties van vrijheid. Om onderscheid te maken tussen (onvrije) boeren, (soms vrije) burgers, onvrije ministerialiteit (dienstadel) en vrije adel, wed de adelsbrief ingesteld door diverse soevereinen, onder wie de Duitse keizer en de Paus. De bestaande adel en ministerialiteit kregen geen adelsbrief; deze werd alleen verleend aan de personen (burgers en soms geestelijkheid) die in de adelstand werden verheven. De tot op heden oudste bekende adelsbrief werd door keizer Karel IV op 30 september 1360 in Mainz aan een geestelijke verleend.

Edelen die hun adel niet op een adelsbrief en een verheffing in de adelstand kunnen terugvoeren, worden "oeradelijk" genoemd.

De adelsbrief zelf is een plechtige oorkonde, geschreven op perkament, met een gekleurde tekening van het familiewapen en voorzien van het grootzegel van de vorst.