Adolf Bertram
| Adolf Kardinaal Bertram | ||||
| Kardinaal van de Katholieke Kerk | ||||
| Rang | Kardinaal-priester | |||
| Ambt | aartsbisschop van Breslau | |||
| Titelkerk | Sint-Agnes buiten de muren | |||
| Creatie | ||||
| Gecreëerd door | paus Benedictus XV | |||
| Consistorie | 4 december 1916 | |||
|
||||
Adolf Bertram (Hildesheim, 14 maart 1859 – Jauernig, 6 juli 1945) was aartsbisschop van Breslau en kardinaal van de Rooms-katholieke Kerk.
[bewerken] Biografie
Adolf was de zoon van Franz Betram en Karoline Müller. Na zijn studie aan het seminarie van Hildesheim vervolgde hij zijn theologische studie aan de universiteiten van München, Innsbruck en Würzburg; in Würzburg behaalde hij in 1883 zijn doctoraal theologie. Aan de Pauselijke Universiteit Gregoriana in Rome behaalde hij in 1884 zijn doctoraal kerkelijk recht.
In 1881 was Adolf tot priester gewijd. Op 26 april 1906 werd hij gekozen tot bisschop van Hildesheim, gevolgd door zijn aanstelling 8 jaar later als bisschop van Breslau, hoewel het bisdom Breslau inmiddels was opgeheven. Zijn optreden tijdens de volksraadpleging in Silezië, waardoor bepaald zou worden of het gebied toekwam aan Duitsland of Polen, wekte grote afkeer onder Poolse nationalisten; in een dekreet had Adolf bepaald dat het de geestelijken niet toegestaan was deel te nemen aan politieke activiteiten.[1]
Op 4 december 1916 werd Adolf in pectore tot kardinaal verheven. De vrees bestond, dat de geallieerden zich zouden verzetten tegen zijn benoeming (in het bijzonder het koninkrijk Italië). Na de Eerste Wereldoorlog werd alsnog zijn benoeming in 1919 gepubliceerd, waarbij hij de titelkerk Sint-Agnes buiten de muren kreeg toegewezen. Nadat Breslau in 1930 verheven werd tot aartsbisdom[2] werd Adolf de eerste aartsbisschop.
In de hoedanigheid van voorzitter van de Duitse bisschoppenconferentie van Fulda was Bertram de hoogste vertegenwoordiger van de katholieke kerk in Duitsland. Al in een vroeg stadium verzette hij zich daarbij tegen het gedachtegoed van de nazi’s. Zo weigerde hij in 1930 een begrafenismis van een nationaalsocialist voor te gaan omdat hij zich openlijk verzette tegen de verheerlijking van het Arisch ras.[3] Tijdens de Tweede Wereldoorlog bleef Bertram in Breslau, van waaruit hij zich hevig verzette tegen het naziregime, dat hij als immoreel bestempelde. Hij verzette zich vooral tegen de propaganda en organisatie van het project Lebensborn[4]. Dit leidde ertoe, dat de aartsbisschop door de nazi’s beperkt werd in zijn optreden.
Ondanks de druk van de nazi-regering om Breslau in 1945 te verlaten voor de oprukkende Sovjettroepen weigerde Adolf daaraan gehoor te geven. Uiteindelijk besloot hij zich terug te trekken op kasteel Johannesberg, Jauernig, waar hij op 6 juli 1945 stierf. Na aanvankelijk begraven te zijn op de plaatselijke begraafplaats werd Adolf Bertram in 1991 herbegraven in de kathedraal van Breslau, het huidige Wrocław.
[bewerken] Visie
Hoewel Adolf Bertram na zijn dood geroemd werd om zijn optreden tegen het nazisme, waren er later ook kritische geluiden te horen ten opzichte van het optreden van de kardinaal.
In Het Vaticaan en Hitler, de geheime archieven van Peter Godman wordt Adolf Bertram omschreven als angstvallig en fantasieloos[5]. Hij zou er bij Eugenio Pacelli, de latere paus Pius XII, op aangedrongen hebben het concordaat tussen de Heilige Stoel en Duitsland zo snel mogelijk te ratificeren om te voorkomen dat de positie van het Duitse episcopaat zou verslechteren[5]. In een brief van 22 juli 1933, gericht aan Adolf Hitler, schreef Bertram over het concordaat:
" Ik zou graag de toewijding en vreugdevolle welwillendheid van de kerk willen uitdrukken om zo goed mogelijk samen te werken met de regering die nu aan de macht is en die zichzelf tot doel heeft gesteld om de christelijke opvoeding onder de bevolking te bevorderen…[6]"
Ook bij de introductie van de sterilisatiewetten in 1936 zou Adolf Bertram geen actie hebben ondernomen; hij meende dat het standpunt in deze kwestie rechtstreeks van het Vaticaan moest komen[7]. Er is ook een tamelijk bekende foto, waarop Betram te zien is op een partijbijeenkomst van de NSDAP, waar hij - staande, drie plaatsen verwijderd van Joseph Goebbels de hitlergroet brengt.[8]
Daniel Jonah Goldhagen beschrijft in zijn boek Een morele afrekening, dat Bertram evenals zo vele katholieke leiders zich schuldig maakte aan het stigmatiseren van de Joden. In een schrijven gericht aan de nazileiders zou hij het hebben gehad over "de schadelijke joodse invloeden op de Duitse cultuur"[9].
Tegenstanders van Goldhagens publicatie menen echter dat Goldhagen zich bij het schrijven van zijn boek liet leiden door secundaire, Engelse bronnen zonder zich te beroepen op Duitse bronnen.[3] Goldhagens bewering dat Bertram na de Tweede Wereldoorlog opgeroepen zou hebben tot een eredienst voor de overleden Führer[10] wordt fel bestreden[3].
| Bronnen, noten en/of referenties
Referenties
Bronnen
Externe links |
| Zie de categorie Adolf Bertram van Wikimedia Commons voor meer mediabestanden. |