Adriaan Frans Meijer

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Adriaan Frans Meijer
4 september 1768 - 8 februari 1845
Adriaan Frans Meijer door Pieneman
Adriaan Frans Meijer door Pieneman
Geboren in Axel
Gestorven in Amsterdam
Land/partij Vlag van Nederland Nederland
Onderdeel Infanterie
Dienstjaren 50
Rang Luitenant-generaal
Slagen/oorlogen Onder meer Napoleontische oorlogen en Tiendaagse Veldtocht
Onderscheidingen ridder in de Militaire Willems-Orde 4de klasse.

Adriaan Frans Meijer, of Adriaan Frans Meyer (Axel, 4 september 1768 - Amsterdam, 8 februari 1845) was een Nederlandse legerofficier (van 1810 tot 1814 was hij in Franse dienst). Hij had de rang van luitenant-generaal. Bij Koninklijk Besluit van 17 januari 1842, no 99, werd hij met het predicaat van 'jonkheer' verheven in de Nederlandse adelstand.

Inhoud

[bewerken] Levensloop

Adriaan Frans Meijer

Adriaan Frans Meijer kwam uit een militaire familie, oorspronkelijk afkomstig uit Zürich (Zwitserland). Zijn overgrootvader Andreas Meyer (1675-1717) was aan het einde van de 17de eeuw in Nederland gekomen met een Zwitsers Regiment dat werd ingehuurd door de Republiek der Verenigde Nederlanden. Majoor Andreas Meyer stierf in 1717 als plaatscommandant van de barrièrevesting Luxemburg. De vader van Adriaan Frans Meijer was Jacobus Gijsbertus Meijer, een onderofficier en later 1e luitenant in het regiment infanterie De Bédaulx. Zijn moeder was Adriana Sophia Korthoudt of Korthaut. Meijer diende achtereenvolgens in het Staatse leger, het Bataafse leger, onder het Koninkrijk Holland, in Franse dienst en in het Nederlandse leger na 1814. Hij werd in 1838 gepensioneerd en trok zich terug op het landgoed "Meyerswijk", de vroegere Winkelsteegh, in Hatert (gemeente Nijmegen). Hij stierf op 8 februari 1845 in een huis aan de Keizersgracht in Amsterdam.

Adriaan Frans was twee maal gehuwd. In 1792 trouwde hij met Arnolda van Varseveld (1769/70-1802). Met haar kreeg hij vier kinderen: de latere Majoor der Infanterie jhr. Jacobus Gijsbertus Meijer (1793-1848), Hendrik Karel Meijer (1795-1796), Adriana Francina Arnolda Meijer (1797-1827) en de Kapitein der Artillerie jhr. Carel Hendrik Meijer. Carel Hendrik werd op 16 november 1830 Ridder in de Militaire Willems-Orde. In 1809 hertrouwde Adriaan Frans Meijer met Maria Coule (gestorven in 1829). Uit het tweede huwelijk werd op 3 februari 1809 een zoon, jhr. Simon Pierre François Meijer geboren. Hij werd na de Tiendaagse Veldtocht ook opgenomen in de Militaire Willems-Orde.

[bewerken] Militaire loopbaan

Adriaan Frans Meijer werd op 11-jarige leeftijd door zijn ouders in Zutphen naar een Franse school gestuurd, wat in die tijd niet veel voor kwam. Hij was geen snelle leerling, maar leerde er desondanks de Franse taal, aardrijkskunde en rekenen. Zijn meester zag hem voorbestemd als onderwijzer, maar zelf zag hij meer in een militaire loopbaan. In 1785 nam Adriaan Frans, op voorspraak van zijn vader, dienst in het Staatse leger, eerst bij het Regiment van Bylandt, maar na een conflict tussen zijn vader en de kolonel van Bylandt achtereenvolgens - op voorspraak van zijn oom, die diende bij het Regiment Westerloo - cadet bombardeur bij de artillerie compagnie van Luitenant Kolonel Hasse te Bergen op Zoom en vervolgens toch weer sergeant bij het Regiment van Bylandt dat in ’s-Gravenhage en Heusden was gelegerd. In 1794 werd sergeant Meijer bij Charleroi krijgsgevangen gemaakt door het revolutionaire Franse leger. Hij keerde pas in 1795 via het neutrale Zwitserland terug in Nederland dat nu de Bataafse Repubiek was geworden.

Engelenburcht (Castel Sant' Angelo)

Meijer diende in het Bataafse leger en nam als stafofficier deel aan veldtochten in Noord-Holland en Duitsland. Hij was van 1804-1805 gelegerd op Walcheren. In 1805 werd hij kapitein-adjudant van de staf van de lijfgarde van raadspensionaris Rutger Jan Schimmelpenninck. Deze stond onder commando van Kolonel Jean Antoine de Collaert. In deze hoedanigheid maakte Meijer een reis naar Wenen met de adjudant van de raadspensionaris luitenant Kolonel ingenieur Gillis Johannis le Fèvre de Montigny en de Generaal-majoor Stewart John Bruce, gouverneur der residentie van het Bataafs gouvernement, om namens de raadspensionaris keizer Napoleon te complimenteren met zijn roemrijke veldtocht.

Na de aftocht van Schimmelpenninck en de aantreding van koning Lodewijk Napoleon werd Adriaan Frans Meijer in februari 1807 als luitenant-kolonel benoemd bij het 1e bataljon van het 9e Regiment Infanterie van Linie van het Koninkrijk Holland. Hiermee maakte hij de veldtocht naar Oost Friesland (Duitsland) mee. Op 19 januari 1808 werd Meijer majoor bij het depot van het 3e Regiment Infanterie van Linie, dat gecommandeerd werd door kolonel Adriaan Sels, en vanaf eind 1809 door kolonel Aertis Jacques Hardyau.

Meijer kwam na de inlijving van het Koninkrijk Holland door Napoleon in september 1810 in Franse dienst als majoor bij het 124ste Regiment Infanterie van linie. Hij werd in 1812 bevorderd tot kolonel en commandant van het 2e Regiment Étrangers, het 2e Regiment Buitenlanders in Franse dienst. Dit was van oorsprong een Duits regiment, dat opgericht was door de vorst van het Duitse staatje Isemburg, om Napoleon te dienen. Met dit regiment vocht Meijer in Italië en Oostenrijk. In Italië kwam hij aanvankelijk onder bevel van de luitenant Generaal Grenier, commandant van de troepen van het koninkrijk Napels, en later van Brigade-generaal Salcette en Divisie-generaal Miolis, de gouverneur van de Romeinse Staten. In 1813 moest Meijer afmarcheren naar Noord-Italië waar hij onder bevel kwam van de onderkoning van Italië Eugène de Beauharnais, Napoleons stiefzoon. Tijdens de campagne in Noord-Italië, Trente en Tirol was Meijer onder meer betrokken bij de affaires van Brixen (25 september 1813) en Valano (26 oktober 1813). Na het verraad van Murat in 1814 werd Meijer in Rome ingesloten in de beroemde Engelenburcht (Castel Sant' Angelo) waar hij twee maanden werd belegerd door Napolitaanse troepen.

Na de abdicatie van Napoleon trad hij in 1814 in Nederlandse dienst en waar hij tot Generaal-majoor werd benoemd. In 1815, ten tijde van de Slag bij Waterloo, was hij militair commandant van de vestingstad Breda. Hij werd op 21 december 1818 aangesteld als provinciecommandant van Overijssel en op 20 december 1826 bevorderd tot luitenant-generaal en commandant van het 6de groot militair commando. Op 20 februari 1829 werd Meijer bevorderd tot commanderend generaal van het 2de groot militair commando. Tijdens de Tiendaagse Veldtocht tegen de Belgen in 1831 voerde hij de derde divisie aan. Zijn jongste zoon Simon Pierre François en George Isaäc Bruce, de zoon van Stewart John Bruce en latere gouverneur-generaal van Nederlands Indië, waren tijdens deze veldtocht als ordonnance officieren toegevoegd aan zijn staf.

[bewerken] Tiendaagse veldtocht (1831)

De Vrijwillige Jagers der Leijdsche Hoogeschool, in het Avond gevecht te Bautersem, op 11 Augustus 1831, door Jacobus Schoemaker Doyer (1792-1867)

Het korps van Generaal Gijsbertus Martinus Cort Heyligers stond op 2 augustus 1831 in gevechten bij Houthalen tegenover de Belgische commandant van het Maasleger Generaal Nicolas Joseph Daine. Deze wierp zich met zijn leger op de voorhoede van Cort Heyligers maar de Amsterdamse, Noordhollandsche, Gelderse en Bossche schutterijen, onder bevel van Generaal-majoor Frederik Knotzer verzetten zich zo fel dat de aanval werd afgeslagen.

Dezelfde dag wordt er een tweede veldslag uitgevochten in de buurt van Lanaken, waar de Armée de la Meuse van de opstandige generaal Daine de Nederlandse troepen van Meijer en Cort Heyligers de weg naar Maastricht wil versperren. Daine heeft 2 bataljons en 2 eskadrons weggezonden om het hoofd te bieden aan een uitval van het garnizoen van Maastricht onder generaal Bernard Dibbets.

Daine beschikte daarna nog over 7 bataljons, 6 eskadrons cavalerie en 3 batterijen geschut. De Nederlanders beschikten over 14 bataljons, maar slechts 2 batterijen geschut en zij bezaten op dit deel van het front geen cavalerie. Dat bracht de Nederlandse generaals ertoe om door bebost gebied de Belgische linkervleugel aan te vallen. In de bossen konden de muitende Belgen hun cavalerie immers niet inzetten. De Nederlandse infanteristen leden grote verliezen toen ze de Belgische stellingen aanvielen en op open terrein geconfronteerd werden met de Belgische ruiterij. De enige bescherming tegen cavalerie-aanvallen, het vormen van een zogenaamd gesloten carrée is bij het oprukken op beboste hellingen niet te vormen. In de Nederlandse militaire geschiedschrijving wordt de door Meijer en Cort Heyligers bevolen aanval "het offer van Lanaken" genoemd. Meijer en Cort Heyligers waren nog niet op de hoogte van de Nederlandse overwinning bij Leuven. Anders zouden zij waarschijnlijk minder geriskeerd hebben.

[bewerken] Onderscheidingen

Op 31 augustus 1831 benoemde Koning Willem I Adriaan Frans Meijer tot Officier in de Militaire Willems-Orde. Naast drager van de Militaire Willems-Orde, was hij Ridder van de Orde van de Unie (13 februari 1807), Ridder van de Orde van de Reunie (1 april 1812), Ridder in het Legioen van Eer (13 december 1813) en Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw (29 juli 1831). Ter herinnering aan de Tiendaagse Veldtocht werd aan Meijer door de erfprins een eresabel geschonken. Op 3 december 1840 werd hij bevorderd tot Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Adriaan Frans Meijer werd in 1842 door koning Willem II in de adelstand verheven.

[bewerken] Laatste rustplaats

WapenJonkherenMeijer.jpg

Adriaan Frans Meyer werd aanvankelijk begraven op het oude protestantse kerkhof van Hatert. Op zijn grafsteen werd geschreven:”Hier ligt begraven de Luitenant Generaal Jonkheer A.F. Meijer Geb. 4 sept. 1768, Gest. 8 febr. 1845. Zijn assche ruste in vrede”. In 1937 liet dr. P. Dobbelmann de stoffelijke resten van de generaal met toestemming van de nabestaanden overbrengen naar het landgoed de Winkelsteegh. Toen in de Tweede Wereldoorlog de Duitsers bezit namen van de Winkelsteegh, groeven deze de stoffelijke resten weer op om ze “met militaire eer” elders op het terrein, aan de rand van het bos, opnieuw te begraven. Vanaf 1949 werd het landgoed verhuurd aan de heer Bevort, die er een kostschool van maakte. Hij liet het graf opnieuw verplaatsen. Toen de vijver werd gedempt werd de generaal voor de vierde keer verplaatst naar een heuvel nabij het zusterhuis. Maar ook hier kreeg hij niet “definitief de laatste rust”. De laatste rustplaats van luitenant Generaal jonkheer Adriaan Frans Meijer bevindt zich thans op landgoed Beekvliet te Barchem.

[bewerken] Een tweede Jhr. A.F. Meyer

G.C.E. Köffler noemt een Luitenant ter Zee 1e klasse jhr. A.F. Meyer (1836-1920) die op 6 oktober 1874 voor zijn verdiensten in Atjeh in de Militaire Willems-Orde werd opgenomen; het betreft hier jhr. Arend Frederik Meijer, zoon van jhr. Simon Pierre François Meijer (1809-1890), op diens beurt zoon uit het tweede huwelijk van de hier beschreven jhr. Adriaan Frans Meijer (1768-1845).

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren