Adriaan Goekoop

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Adriaan Eliza Herman Goekoop (Goedereede, 28 april 1859 - 24 september 1914) was een bekende bouwondernemer en amateurarcheoloog te 's-Gravenhage.

Inhoud

[bewerken] Leven

Mr. A.E.H. Goekoop werd geboren als zoon van Cornelis Goekoop (1819-1890), burgemeester van Goedereede 1850-1859, Ouddorp (1852-1856) en Stellendam (1852-1859), en Diderica Maria Goekoop (1818-1872) [1]. Hij had één zus, Davina Cornelia (1855). Toen de Alexanderstraat in Den Haag werd aangelegd waren de ouders van Adriaan Goekoop één van de eersten die er een pand kochten. Adriaan woonde zijn hele jeugd op nummer 17, vlak bij het Plein 1813.
Zijn vader Cornelis handelde al in onroerend goed. Veel land buiten de grachtengordel was eigendom van koning Willem II, maar na zijn overlijden bleek Willem II veel schulden te hebben en werd veel land verkocht. Zo kon vader Cornelis tegen een redelijke prijs veel land kopen. Eén van zijn eerste bouwprojecten was rond het Koningsplein.
Adriaan ging in Leiden rechten studeren en behaalde zijn graad in 1888. Toen vader Cornelis op 17 januari 1890 overleed, nam Adriaan zijn werk over en ging wonen in diens huis aan de Laan van Meerdervoort nummer 55.

[bewerken] Huwelijk

Adriaan Goekoop trouwde in 1890 met jonkvrouwe Cécile de Jong van Beek en Donk (1866-1944). Haar vader was procureur-generaal van Den Bosch en ook hij was eigenaar van grote stukken grond om Den Haag. Cécile werd een bekende feministische schrijfster en raakte betrokken bij de organisatie van de Nationale Tentoonstelling van Vrouwenarbeid die van juli-september 1898 plaats vond. Er kwam een tijdelijk breuk tussen de echtelieden. In die periode woonde zij enkele maanden in Rome. In 1899 kwam er eerst een tijdelijke verzoening maar later dat jaar volgde toch een scheiding. Cécile Goekoop schreef in 1897 Aan de vrouwen in Nederlandsch Oost Indië en de succesvolle roman Hilda van Suylenburg. Later schreef zij ook nog Lilia (1907) en Bij de waskaarsen (1930).

In 1905 trouwde Adriaan Goekoop met Johanna Suzanne de Jongh (1877-1946); uit dit huwelijk werden drie kinderen geboren: Cornelis (1906), Johanna (1907) en Adriaan (1908). Zij had kunstgeschiedenis gestudeerd en was in Berlijn in 1903 als eerste vrouw ooit gepromoveerd (op de dissertatie Holland und die Landschaft). Sinds 1904 gaf zij les in Utrecht, ook als eerste vrouw. Beiden hielden van de oudheid, vooral van klassieke archeologie.

[bewerken] Werk

Het centrum van Den Haag raakte overbevolkt en er ontstond behoefte buiten de Haagse grachtengordel enkele wijken aan te leggen. Adriaan Goekoop richtte enkele dochterondernemingen op die zich ieder met een bepaalde wijk bezig hielden. Ook ging hij door met het aankopen van grond.

In 1895 kocht hij een stuk duinlandschap, waarop hij de eerste straten van het Statenkwartier aanlegde. Er kwamen grote pleinachtige kruisingen zoals het Frederik Hendrikplein, het Prins Mauritsplein en het Statenplein.

[bewerken] Zorgvliet

Zorgvliet was een verhaal apart. Het behoorde ook toe aan Willem II, later aan Anna Paulowna er vervolgens aan dochter Sophie. Nadat Sophie met Karel Alexander van Saksen-Weimar-Eisenach trouwde, verbleef het echtpaar 's zomers regelmatig op het Catshuis op Zorgvliet. Zij verkocht delen van de grond waarop vervolgens de wijken Statenkwartier en Duinoord werden gebouwd. Sophie overleed in 1897, waarna er allerlei kopers op Zorgvliet afkwamen, bouwondenemers, de gemeente Den Haag, en Adriaan Goekoop. De laatste kocht het landgoed via bouwmaatschappij Het Park Zorgvliet, waarvan hij mede-eigenaar was. Vervolgens kocht hij hieruit het Catshuis met wat grond en ging er zelf wonen. De ingang ligt aan de Scheveningseweg 24.
Met de rest van Zorgvliet werd niet veel gedaan totdat het voormalige paleis Buitenrust in 1905 met grond aan de gemeente werd verkocht. Deze droeg het over aan de Carnegie Stichting zodat het Vredespaleis daar gebouwd kon worden.

[bewerken] Cultureel

Al in zijn schooltijd had Adriaan belangstelling voor geschiedenis en het oude Griekenland en die is hem altijd bijgebleven, maar hij had ook belangstelling voor de ontwikkeling van andere zaken. Zo schonk hij geld aan het Gymnasium Haganum, aan de Haagse Kookschool, het oogziekenhuis aan de Tasmanstraat, en hij ondersteunde de opgravingen in Voorburg van Forum Hadriani. Hij was bestuurslid van vereniging Arentsburgh. Ook buiten Nederland ondersteunde hij opgravingsactiviteiten. En tijdens de Balkanoorlog schonk hij 40.000 gulden zodat een Nederlandse ambulance in Griekenland kon gaan helpen. Hij reisde veel naar Griekenland en was betrokken bij meerdere opgravingen. Ook onderhield hij contact met Wilhelm Dörpfeld. In zijn boek Ithaque, la Grande (1908) vertelt hij hierover.

[bewerken] Trivia

  • Cees Goekoop, voormalig burgemeester van Leiden, is de kleinzoon van Adriaan en Cécile Goekoop.

[bewerken] Publicaties

  • Adriaan Goekoop: De staat als grondeigenaar. (Proefschrift Leiden). Leiden, Somerwil, 1888.
  • Adriaan Goekoop: Ithaque, la Grande. Athènes, Beck & Barth, 1908.

[bewerken] Externe links

[bewerken] Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties:

  1. Nederland's Patriciaat 5 ((1914), p. 145.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren