Adriaan Kluit
| Adriaan Kluit | ||||
| Leids hooglerarenportret van de Bijzondere Collecties, Universiteitsbibliotheek Leiden | ||||
| Persoonlijke gegevens | ||||
| Geboortedatum | 9 februari 1735 | |||
| Geboorteplaats | Dordrecht | |||
| Overlijdensdatum | 12 januari 1807 | |||
| Overlijdensplaats | Leiden | |||
| Nationaliteit | Nederland | |||
| Werkzaamheden | ||||
| Vakgebied | Taalkunde, | |||
| Universiteit | Leidse Universiteit | |||
| Beroep | Historicus | |||
| Bekende werken | Historia critica comitatus Hollandiae et Zeelandiae (1777) | |||
|
||||
Adriaan Kluit (Dordrecht, 9 februari 1735 - Leiden, 12 januari 1807) was voor de Nederlandse taalkunde een belangrijke figuur. Zijn werk wordt gekenmerkt door een streng wetenschappelijke aanpak en grote helderheid. In zijn Historia Critica maakt hij de opmerking, dat Balthazar Huydecoper het Handschrift A van de Rijmkroniek van Melis Stoke onveranderd had moeten uitgeven. Het is aan Adriaan Kluit te danken, dat Cornelis van Alkemade vrijgepleit werd van bedrog inzake de Rijmkroniek van Klaas Kolijn, zoals blijkt uit een brief van Adriaan Kluit aan Hendrik van Wijn.
Curriculum [bewerken]
Adriaan Kluit was rector van de Latijnse School te Alkmaar en te Middelburg. In 1779 werd hij hoogleraar in de geschiedenis aan de Leidse Universiteit. Hij was dat tot zijn dood.
Werken [bewerken]
Kluit heeft twee grotere geschiedwerken op zijn naam staan: Historia critica comitatus Hollandiae et Zeelandiae, dat dat van 1777 - 1782 te Middelburg verscheen en de Historie der Hollandsche Staatsregering tot 1795, dat van 1802 - 1805 verscheen. In dit laatste werk gaat Kluit na hoe de Staten in Holland zijn ontstaan en wat hun positie geweest is in de periode van de Middeleeuwen tot 1795. Hij komt tot de conclusie, dat niet de Staten soeverein zijn, maar de landsheer.
Literatuur [bewerken]
- Igor van de Bilt (2000), ‘Adriaan Kluit (1735-1807) en de spelling van het Nederlands’. In: Voortgang. Jaarboek voor de Neerlandistiek XIX, p. 95-142.
- Igor van de Bilt (2001), 'Adriaan Kluit (1735-1807) en het genus: over analogie en usus’. In: Voortgang. Jaarboek voor de Neerlandistiek XX, p. 73-116.
- Igor van de Bilt (2003), ‘Een dialectbriefje uit de achttiende eeuw’. In: Trefwoord (http://www.fa.knaw.nl/fa/uitgaven/trefwoord/jaargang-2003/vandebilt.pdf), november 2003.
- Igor van de Bilt (2003), 'A. Kluit'. In: Bio- en bibliografisch lexicon voor de neerlandistiek, DBNL (http://www.dbnl.org/tekst/anro001bioe01_01/klui002.htm#39).
- Igor van de Bilt (2004), ‘Adriaan Kluit (1735-1807) als lexicograaf’. In: Voortgang. Jaarboek voor de Neerlandistiek XXII, p. 129-159. (Ook als http://www.fa.knaw.nl/fa/uitgaven/trefwoord/jaargang-2006/kluitwoordenboek.pdf).
- Igor van de Bilt (2009), Landkaartschrijvers en landverdelers. Adriaen Verwer, Adriaan Kluit en de Nederlandse taalkunde van de achttiende eeuw. Amsterdam: Stichting Neerlandistiek VU & Münster: Nodus Publikationen 2009.
- Igor van de Bilt & Jan Noordegraaf (2000), ‘Verwer, Kluit en de achttiende-eeuwse taalkunde’. In: A. Verwer, Letterkonstige, dichtkonstige en redenkonstige schetse van de Nederduitsche tale.Uit het Latijn vertaald door A. Kluit naar de editie-1707. Amsterdam: Stichting Neerlandistiek VU / Münster: Nodus Publikationen, p. vii-xxxi.(Cahiers voor taalkunde, 18).
- Ivo Schöffer: Adriaan Kluit, een voorganger. Leiden, 1988. (Afscheidscollege Rijksuniversiteit Leiden)
- Wansink, H. & C.B. Wels (1968). Zeven pijlen - Negen pennen. Negen Nederlandse historici over de vaderlandse geschiedenis, p. 133-44.