Adriaan en Olivier
Adriaan en Olivier zijn het schelmenduo uit een negental romans van Leonhard Huizinga. Hun kenmerkende bezigheid is het parkeren van hun Rolls Royce tegen de trap van het stadhuis van het pittoreske stadje Rittenburg. Vijf van de negen boeken uit de "Adriaan en Olivier"-reeks beginnen dan ook met:
- Het was in het allerholst van de nacht. Twee grote volle manen stonden met verwijtende gezichten aan de hemel.
- "Hoe hard rijden we nu?" vroeg ik.
- "Zesennegentig," zei Adriaan en draaide achteloos het stuur drie keer rond.
- "Waar rijden we nu?" vroeg ik.
- "Om de markt in Rittenburg," zei Adriaan.
- "Rittenburg is een schilderachtig stadje," zei ik. "Het bezit een fraai middeleeuws stadhuis met een monumentale trap."
- "Nee," zei ik toen het lawaai was opgehouden, "het BEZAT een fraai middeleeuws stadhuis. Kijk nou toch eens wat je gedaan hebt. Je kunt toch niet met een automobiel deze monumentale trap op."
De tweeling raakt in de meest bizarre situaties verzeild. De serie wordt meestal geschreven vanuit het perspectief van Olivier. Adriaan neemt slechts zelden de pen op.
Inhoud |
Globale verhaallijn [bewerken]
De serie begint als Adriaan en Olivier, een op dat moment straatarme tweeling, bericht krijgen dat zij van een tot op dan onbekende oom een vermogen hebben geërfd. Samen trekken ze naar de woning van de overleden oom, het buitenhuis 'Korenvliet' (ook wel: 'Torenvliet') om bezit te nemen van hun erfenis.
In de volgende twee delen ('Olivier en Adriaan' en 'Adriaan contra Olivier') blijkt de erfoom niet dood te zijn, maar springlevend en komt deze terug thuis en trouwt tot overmaat van ramp met zijn buurvrouw, de douairière Ceciel Pipsch van Remeldinghe. De erfoom, Wouter van Duysz ther Ghasth, verkrijgt met behulp van een bevriende genealoog de titel 'jonkheer', zodat hij en zijn neven zich vanaf dat moment 'jonkheer' mogen noemen. Later komt daar het predicaat 'tot Korenvliet' nog bij, zodat zij voluit de jonkheren Adriaan en Olivier van Duysz ther Ghasth tot Korenvliet heten.
Bij het verschijnen van het tweede deel, Olivier en Adriaan, wordt deel één, Adriaan en Olivier, opnieuw gezet en is dan 40 pagina's korter. Door het hele boek zijn stukjes geschrapt en hier en daar is er een flauwe grap bijgekomen. Ze vertrekken op het eind niet meer naar Indië, maar naar het volgende avontuur. Als in 1954 Adriaan contra Olivier verschijnt verandert Huizinga de tekst van het eerste boek voor het laatst.
Huizinga schrijft de latere zes delen aanmerkelijk later. Het eerste drieluik dateert van 1939, 1949 (al vermelden latere drukken 1940 als eerste publicatiedatum) en 1954, de latere werken publiceert hij tussen 1969 en 1980, vlak voor hij op 9 juni 1980 overlijdt. Het onderscheid tussen de eerste drie en de latere zes boeken is duidelijk merkbaar. Waar de eerste drie boeken nog voornamelijk op het vooroorlogse Nederlandse platteland in de hogere, adellijke kringen spelen, handelen de latere zes in meer actuele settings, tussen het gewone volk.
Adriaan en Olivier raken namelijk in de latere delen verzeild in Atlantis, komen in aanraking met de drugshandel en worden prinsen in een fictief eilandstaatje in de Middellandse Zee. In het laatste deel van de serie worden Olivier en Adriaan door een merkwaardige speling van het lot minister.
Adriaan en Olivier [bewerken]
Adriaan en Olivier zijn als baby's te vondeling gelegd op de stoep bij Heleentje, een nicht van Wouter Duysz ther Ghasth; hun vader was, naar het schijnt, een verre neef van haar, die zich later te pletter sprong in een droogstaand zwembad op een cruise-schip. Heleentje voedde de tweeling met alle liefde en fatsoen op, hetgeen verklaart dat de twee ergens diep in hun schelmenbolsters een moreel blanke pit bezitten. Hoewel vanzelf straatarm en nimmer universitair onderwijs genoten hebbende, zijn de twee uitgesproken studentikoze leeglopers, die doorgaans rondkomen van wat ze hun oom Wout weten af te troggelen, als ze tenminste niet op avontuur zijn.
Uiterlijk zijn zij niet van elkaar te onderscheiden - hoewel Olivier consequent beweert dat Adriaan, in tegenstelling tot hemzelf, is uitgerust met enorme flaporen en buitenmatig grote voeten, valt dit verder niemand op, zodat dit waarschijnlijk als goedmoedige laster dient te worden opgevat. De tweeling maakt vrijelijk ge- en misbruik van het feit dat niemand ze uit elkaar kan houden; de enige concessie die hieraan ooit wordt gemaakt is de bewering dat Olivier zijn scheiding links kamt en Adriaan rechts. Mensen die hen intiem kennen, herkennen hen meestal wel aan hun manier van spreken - maar als de broertjes er op letten is ook dit niet mogelijk.
Rivaliteit tussen de twee is de normale toestand, en ze proberen eigenlijk voortdurend elkaar een loer te draaien. Als puntje bij paaltje komt, echter, redden ze elkaar altijd uit de brand, en wee degene die ze allebei tegelijk tegen zich krijgt: hij zal het slachtoffer worden van een stel ouwehoeren dat zijns gelijke niet kent. Middels toegepaste psychologie van twee vleugels tegelijk kunnen de broers zelfs een zwaarbewapende en uiterst vijandige tegenstander tegen de grond praten.
Ondanks hun centrale rol in de boeken, komen hun personages áls personages overigens in het algemeen niet heel sterk uit de verf. Hoewel Adriaan er nog het bekaaidst afkomt, krijgt Olivier, die nota bene de ik-figuur is, slechts zelden veel diepte. Als archetypes zijn ze daarentegen veel sterker: vrijwel altijd is het Olivier die, wanneer hij maar kan, verwarring sticht en tweedracht zaait, weliswaar vaak door de situatie gedwongen; en verscheidene malen is het Adriaan die de vaak verwarde verhalen tenslotte ontwart en bijna droog toelicht met de gegevens die hij heeft opgesnord terwijl Olivier van de ene waanzinnige situatie in de andere viel. Olivier is het die als dichter, schrijver, schilder of zelfs helderziende de mensen betovert; het is daarentegen Adriaan die geregeld verstandig en doordacht handelt, en school maakt als competent minister. Het is verleidelijk van een tweedeling zoals "Apollo en Dionysos" te spreken, al is het dan misschien een kromme.
Lijst met titels [bewerken]
De serie wordt met enige regelmaat opnieuw uitgegeven. Het jaartal achter de titels is het oorspronkelijke jaar van uitgave.
- Adriaan en Olivier (1939) - Een straatarme maar voortvarende tweeling komt erachter dat ze van een steenrijke overleden erfoom een fortuin alsmede een landgoed hebben geërfd. Aldaar ontdekken zij dat er op hun erfenis een goudschat begraven ligt, en dat er ettelijke kapers op de kust zijn, waarvan de helft nog aan hen verwant blijkt te zijn ook.
- Olivier en Adriaan (1940)- Nadat de broers tot hun ontzetting geconfronteerd worden met hun helaas springlevende erfoom, raken ze verzeild in een internationale speurtocht naar een hem ontstolen juweel. Een prettig gestoorde gentleman-inbreker, een sterk animale Franse gravin en een ietwat amateuristische boevenbende zitten hen daarbij duchtig in de weg.
- Adriaan en Olivier als tooneelstuk (1941)
- Adriaan contra Olivier (1954) - Door toeval wordt de dolle tweeling betrokken bij een heus Koude Oorlogs-spionagecomplot rond de blauwdrukken van een hypermoderne straaljager, waar agenten van zowat alle beschaafde naties achteraan zitten. Tegelijkertijd ontspint zich tussen Adriaan en Olivier zelf ook een koude oorlog om de charmes van hetzelfde (?) meisje. De ontknoping van een en ander vindt geheel gepast in een circus plaats.
- Prins Adriaan en prins Olivier (1969) - In dit eveneens een sterke Koude Oorlogssfeer ademende deel blijken de beide broers zowaar prinsen te zijn, nog wel van het oudste vorstendom in Europa - dat helaas voor de uiterst ontspannen sfeer op het eilandstaatje tevens rijk aan uranium en aardgas is, en door haar strategische ligging ook militair uiterst interessant is voor de grote mogendheden.
- Hasjadriaan en Hasjolivier (1973) - Duistere wolken pakken zich samen boven het anders zo gelukkige Korenvliet als nota bene Oom Wout de leider van een sinister drugssyndicaat blijkt te zijn. Tijdens bepaald niet kinderachtige verwikkelingen in Frankrijk neemt de perfide erfoom zijn beide neven geregeld op de korrel.
- Adriaan en Olivier, natuurlijk (1977) - Na een bizarre opmaat in Atlantis, besluiten Adriaan en Olivier na terugkeer op Korenvliet de verdorven moderne wereld de rug toe te keren, om daarentegen de natuur de kans te geven haar rechtmatige plaats weer op te eisen. De jacht op drie kostbare, gestolen doeken van Hollandse meesters en de daaruit voortvloeiende tentoonstelling van pornografische schilderijen is hierbij bijkans bijzaak.
- Adriaan en Olivier en Tarzan (1978)
- Adriaan en Olivier met Oerkoendoe (1979) - Wanneer Oom Wout zijn beide neven twee vervloekte reuzendiamanten in de maag splitst, worden ze van verscheidene diefachtige partijen het doelwit. Als Olivier de diamanten, om de vloek te bezweren, verbergt, wordt hij het mikpunt van allen - maar de geheimzinnige Oerkoendoe verhindert hem zich de plaats waar hij Des Duivels Diamanten verborg, te herinneren.
- Olivier zonder Adriaan (1980) - Geheel onbedoeld raakt Olivier op een ministerspost verzeild en dan nog wel van Waterstaat. Adriaan echter weet op slinkse wijze zijn plaats in te nemen, terwijl zijn broer onder zíjn naam op een cruise wordt gestuurd! Op zee krijgt Olivier - zonder Adriaan - te maken met popmuziek, muiterij, een eiland mét piratenschat en - oeroude Griekse magie.
De auteur [bewerken]
Leonhard Huizinga heeft een veel breder repertoire dan alleen de 'Adriaan en Olivier'-saga. Naar verluidt schreef hij (in ieder geval de eerste delen van) de serie in een duistere periode van zijn leven en heeft hij het altijd betreurd daar het meest succesvol mee te zijn geweest.
De tweeling Adriaan en Eduard Kerkhoven (geb. 1906) uit Panoembangan (Java) stond model voor de hoofdpersonen. Zij behoren tot de zeer welgestelde families Kerkhoven, uit onder andere Gamboeng, die vooral bekend geworden zijn door Hella Haasses succesvolle boek Heren van de thee.
De naamgeving van de locaties in de boeken is afgeleid van Walcherse plaatsen. Leonhard Huizinga's familie van moederszijde, de jonkheren en jonkvrouwen Schorer, bewoonde het buiten "Toorenvliedt" ("Korenvliet") bij (inmiddels: in) Middelburg ("Rittenburg") dat tegenwoordig veiligheidshalve een autovrije markt voor het pittoreske stadhuis met fraaie trap heeft. Ook kwam oom Wout geregeld in het naburige dorp "Woudekerke" (Koudekerke).
In 2007 werden aan de Koudekerkseweg in Middelburg, vlak naast het park "Toorenvliedt", twee seriorenflats gebouwd. Onder de bewoners werd een prijsvraag uitgeschreven om deze gebouwen namen te geven die bij de omgeving moesten passen. Op 8 juli 2008 werden de namen "Adriaan" en "Olivier" op de flats onthuld.
Van Adriaan en Olivier zijn ook toneelspelen en computerspellen gemaakt.
Externe link [bewerken]
- DBNL, Leonard Huizinga, Adriaan en Olivier, het boek "Adriaan en Olivier" (1939) online