Adriaan van der Hoop (bankier)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Jan Adam Kruseman. Adriaan van der Hoop. Ca. 1850. Rijksmuseum Amsterdam.

Adriaan van der Hoop (Amsterdam, 28 april 1778 – aldaar, 15 maart 1854) was een bankier en kunstverzamelaar en de grondlegger voor de collectie van het Rijksmuseum. Bij zijn dood in 1854 liet hij 250 schilderijen na aan de stad Amsterdam, die ternauwernood de successierechten kon betalen. Hij was lid van de gemeenteraad, Provinciale Staten en de Eerste Kamer.

Biografie[bewerken]

Adriaan van der Hoop was de zoon van Joan Cornelis van der Hoop, secretaris van Sociëteit van Suriname, advocaat-fiscaal bij de Admiraliteit van Amsterdam en Minister van Marine. Hij studeerde rechten in Groningen en Kiel, toen nog een Deense stad. Met zijn Deense paspoort reisde hij door Duitsland en Engeland. Hij trouwde in 1800 met Antonia Emmerentia Weveringh en na haar overlijden met Dieuwke Fontein uit Harlingen. In 1811 werd hij aangesteld bij de firma Hope & Co, sinds jaar en dag een belangrijke verstrekker van Russische staatsleningen.

Adriaan van der Hoop was betrokken bij het opstellen van de Grondwet van 1814. In 1815 was hij buitengewoon lid van de Staten-Generaal der Verenigde Nederlanden voor de voor de behandeling van de grondwet van 1815. Adriaan begeleidde keizer Alexander I van Rusland bij zijn bezoek aan Holland. In 1815 werd hij door Alexander Baring benoemd in de leiding van de firma Hope & Co. Een schuld van 100.000 gulden bij zijn zwager Jan Clifford leidde in 1819 tot een slepende rechtszaak. Vier jaar later, de dag na de uitspraak maakte Clifford een einde aan zijn leven met een pistool.

Het voormalige woonhuis (in het midden)

Adriaan kweekte zeldzame planten op zijn landgoed Spaarnberg, een voormalige blekerij, bij Santpoort. Op zijn landgoed waren 120 Zuid-Afrikaanse soorten dophei, twee bloeiende agaves en tien soorten orchideeën te bezichtigen. In opdracht van Adriaan van der Hoop schreef Willem Hendrik de Vriese in 1839 het eerste deel van Hortus Spaarn-Bergensis, een wetenschappelijke catalogus van Van der Hoops exotische plantenverzameling. Het landhuis werd ontworpen door Zocher, die op verzoek van Van der Hoop in Amsterdam ook een nieuw beursgebouw, ontwierp.

Hij hield drafpaarden die hij liet schilderen door Anthony Oberman en verzamelde op grote schaal kunstvoorwerpen. Zijn collectie schilderijen van Vermeer, Ruisdael, Rembrandt, Jan Steen en Adriaen van der Werff was op afspraak te bezichtigen in zijn huis op Keizersgracht 444, dat hij in 1822 had gekocht. (Het pand was in het verleden bewoond door Thomas Hope, zijn zoon John en de Amerikaanse neef Henry Hope). Hij kocht ook werk van eigentijdse schilders, onder wie Jan Adam Kruseman, de zeeschilder Johannes Christianus Schotel (1787 - 1838) en Barend Cornelis Koekkoek.

Bron[bewerken]

  • Gnirrep, K. (2004) De Schat van Spaarnberg. In: Maandblad Amstelodamum, p. 3-21.
  • Knoef, J. (1949) De verzamelaar A. van der Hoop. In: Jaarboek Amstelodamum 42, p. 51 - 71.

Externe links[bewerken]