Adriaen van Ostade

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Adriaen van Ostade painted by Frans Hals c. 1645/1648
De visvrouw. 1672. Amsterdam, Rijksmuseum Amsterdam.

Adriaen van Ostade (gedoopt Haarlem, 10 december 1610 - aldaar, 28 april 1685) is één van de belangrijkste Nederlandse schilders van de gouden eeuw. Naast schilder was hij graveur en tekenaar. Van Ostade behoort tot de Hollandse School.

Leven en werk[bewerken]

Adriaen van Ostade was de oudste zoon van Jan Hendricx Ostade, die uit het dorp Ostade in de buurt van Eindhoven kwam. Zowel Adriaen als zijn broer Isaac namen de naam "Van Ostade" aan toen ze schilder werden. Van Ostade trouwde op de leeftijd van 28. Zijn vrouw overleed in 1640, waarna Adriaen van Ostade hertrouwde. In 1666 werd hij opnieuw weduwnaar. Haarlem was in de Gouden Eeuw één van de belangrijkste en welvarendste steden van Holland. De bloei en de vrijheid van de stad trok veel Vlaamse en Hollandse schilders aan, wat Haarlem als kunststad versterkte.

Ontwikkeling[bewerken]

Volgens Houbraken kreeg Adriaen van Ostade les van Frans Hals, tegelijkertijd met Adriaen Brouwer.[1] Van Ostade schilderde voornamelijk de arme laag van de bevolking. Hij portretteerde de boeren en dorpelingen bij voorkeur vrolijk dansend, feestvierend en vechtend en wekte daarmee in zijn tijd tegelijkertijd bewondering en afschuw op. Van Ostade ontleende dit thema aan de schrijvers van die tijd zoals Bredero, aan zijn voorbeeld de schilder Pieter Bruegel en aan zijn directe omgeving. Daarbij combineerde hij de rauwe, realistische traditie van Bruegel met de uitbundige stijl van zijn leermeester Frans Hals: met name in de beginjaren bevatten zijn schilderijen een pallet aan kleine, lelijke karikaturen, die zich in vodden te goed doen aan alcohol en tabak.

Van meet af aan waren de doeken van Ostade vrolijk en schilderde hij regelmatig karikaturen om de spot te drijven met het uitbundige leven van de boeren en dorpelingen. Ook experimenteerde hij met sterke licht-donker contrasten. Het is een beweging in de tijd, waarin Rembrandt het meest uitblinkt. Een duidelijk voorbeeld van het ´clair-obscur´ is een werk uit 1635 ‘feestvierende boeren in een schuur’ de felle belichting van de hoofdgroep, de schaars verlichte ruimte en de donkere voorwerpen op de voorgrond (het ‘repoussoir’) is kenmerkend voor die periode. Van Ostade gebruikte in de eerste jaren vooral veel grijze en bruine teinten in zijn doeken, zuinig aangevuld met bleekrood, paars en blauw.

Na 1640 worden de composities van Ostade rustiger en de lichtwerking warmer. De schilderijen tonen meer respect voor het onderwerp. De boeren en dorpelingen drinken en dansen nog wel, maar het is geen karikaktuur. In stijl lijkt Van Ostade in deze periode beeinvloed te zijn door Rembrandt. Soms neemt Van Ostade zelfs een onderwerp over zoals de ‘verkondiging aan de herders´ (1640). Hij schildert in die tijd ook enkele landschappen die aansluiten bij de monochrome stijl van Haarlem. Maar landschappen wekken duidelijk geen passie op in Adriaan van Ostade.

Na 1650 kent van Ostade weer een stijlwisseling: hij krijgt een drang naar perfectie. Van Ostade is een begaafd sfeerschilder (‘tonalist’) en compositieschilder, die zijn vergaande gedetailleerdheid laat samengaan met een sterk gevoel voor ruimte en licht. De kleuren blijven terughoudend: grijzen, blauwgrijzen en bruinen. Hij creëert dieptewerking door figuren in de achtergrond steeds iets valer van tint te schilderen. Het doek ‘Een schilder in zijn aterlier’ (1663) is wat lichtbehandeling betreft één van zijn meest gevoelige schilderijen uit die periode, dat bovendien een goede indruk geeft van de habitat van de zeventiende-eeuwse schilder: de schilder achter zijn ezel, naast hem op de bank de flessen met olie en terpentijn, bakjes, schaaltjes en penselen. Op de achtergrond is de leerling verf aan het wrijven. Het armoedige uiterlijk had geen betrekking op Van Ostades atelier: al bij leven was hij dankzij het schilderen een vermogend man. Op het eind van zijn leven verlegt Van Ostade zijn aandacht naar het produceren van gravures (wat een lucratieve handel was) en worden zijn doeken vlakker.

Leermeester en rivalen[bewerken]

Van Ostade verschilt sterk van zijn leermeester Frans Hals en zijn rivaal Rembrandt in de onderwerpen die hij kiest: zij hadden een voorkeur om de regenten, adel en groots meeslepende Bijbelverhalen te schilderen. Andere belangrijke rivalen zoals de beroemde Antwerpse schilders David Tenniers de Jonge en Adriaen Brouwer kozen net als Van Ostade voor de arme laag van de bevolking, maar deden dit in een andere stijl (Tenniers) of misten de diepgang Van Ostade (Brouwer). Tenniers schetste een onrealistisch romantisch beeld van de hardwerkende en weinig verdienende boeren en dorpelingen. Zijn doeken waren overgoten met zonlicht, toonden goudomlijste korenvelden en welvarende mensen. Eén verklaring is dat het Brabant, waar Teniers werkte, minder getroffen was door de tachtigjarige oorlog en dat de zaken hier voorspoediger gingen, een andere, meer waarschijnlijker verklaring, is dat Tenniers´ klanten een voorkeur hadden voor romantische werkjes met mooie mensen.

Een ander verschil met Tenniers is de aard van het werk: Tenniers koos voor een serieus penseel terwijl Van Ostades werk vrolijk is alsof hij wil zeggen: ieder mens vindt geluk. Adriaan Brouwer bediende zich ook van deze vrolijke stijl. Hij is waarschijnlijk, net als Van Ostade, leerling geweest van Frans Hals en werd net als van Ostade beïnvloed door het uitbundige penseel van zijn leermeester. Ook wisselde Brouwer, na zijn komst te Haarlem, zijn lichte stijl met veel heldere kleuren in voor een donker en meer sober kleurengamma, waarbij grijzen en bruinen overheersen. De rol van Brouwer is lastig te bepalen omdat zijn werken niet gedateerd zijn en er weinig bekend is over zijn leven. Verhalen over hem zijn onbetrouwbaar en hoogst ongeloofwaardig.

De erfenis[bewerken]

Van Ostade heeft op zijn beurt weer veel beroemde en geslaagde leerlingen gehad, waarvan Jan Steen het meest bekend is. Het werk van Ostade is te bewonderen in alle grote kunstmusea wereldwijd zoals the National Gallery Londen, Rijksmuseum Amsterdam, de Hermitage St Petersburg, het Louvre Parijs en het Metropolitan Museum New York. Het is onbekend hoeveel schilderijen Van Ostade geschilderd heeft: schattingen lopen uiteen van 385 tot circa 800.

Bronnen, noten en/of referenties