Aeneas
Aeneas (Grieks Aineias, Αἰνείας) was een mythologische Trojaanse held. Aeneas is de zoon van de godin Aphrodite (Venus in de Romeinse mythologie) en een sterfelijke man, Anchises[1], en kan dus worden beschouwd als een halfgod maar dan zonder bovenmenselijke krachten. Aeneas wordt in de literatuur geïntroduceerd door Homerus (Ilias, boek II) als leider der Dardaniërs (Trojanen)[1]. Hij is de hoofdfiguur in het epos Aeneis, van Vergilius, waarin wordt verteld hoe Aeneas na zijn vlucht uit Troje met veel omzwervingen naar Latium (in Italië) trok waarna zijn nakomelingen Rome zullen stichten.
Inhoud |
[bewerken] Aeneas in de Ilias
Volgens Homeros (die zelf op een lange literaire traditie voortborduurde) is Aeneas een Trojaanse held die, geholpen door Pallas Athena, het opneemt tegen Diomedes (boek V). Gewond door Diomedes, die een rots op hem gooide, wordt hij gered door Aphrodite waarna Apollon hem onder zijn hoede neemt. Diomedes valt Aeneas drie keer aan en wordt drie keer door de god verstoten. Aeneas wordt verzorgd en genezen in de citadel van Troje door Leto en Artemis. Apollon creëert een "Aeneas-spook" om Diomedes af te leiden, net zoals later in de Aeneis een Aeneas-spook wordt gemaakt om Turnus af te leiden. Later overweegt Aeneas om Menelaos te bevechten maar als Menelaus hulp krijgt, ziet Aeneas hiervan af.
In boek XX daagt Aeneas Achilles uit maar als Achilles hem verwondt en op het punt staat hem te doden wordt Aeneas gered door de goddelijke interventie van Poseidon die Aeneas' reputatie voor piëteit waardeert. Poseidon maant Aeneas om geen superieure vechters uit te dagen. Voor het eigenlijke gevecht geeft Homeros de genealogie van Aeneas met de belofte dat hij de dynastie van Priamus en Troje zal herstellen.[2]
[bewerken] Aeneas in de Aeneis
[bewerken] Troje
Aeneas' vader, Anchises, was van hetzelfde bloed als de koning van Troje, Priamus. De vrouw van Aeneas, Creusa, was van hetzelfde bloed, alleen iets verdere familie. Als de Grieken middels het Paard van Troje binnenvallen in de stad, ligt Aeneas, net als alle andere Trojanen, nog te slapen, maar in een droom komt Hector tot hem en zegt hem dat hij moet vluchten met de zijnen om ergens anders een nieuw Troje op te bouwen. Hector zegt ook dat hij de Penaten (de huisgoden) van Troje in veiligheid moest brengen, hij had ze alvast meegebracht. Als Aeneas wakker wordt, staat Troje al in brand en liggen de huisgoden aan zijn voeten.
Na toch nog een tijd koppig en tegen beter weten in gevochten te hebben, keert hij terug naar huis. Met zijn oude vader Anchises en de schatten op de rug en met zijn zoon Ascanius aan de hand, verlaat hij samen met zijn vrouw Creusa zijn huis.
Tijdens zijn terugweg had hij afgesproken bij een afgelegen tempel samen met de overige vluchtelingen te verzamelen. Daar aangekomen blijkt zijn vrouw niet meer achter hem aan te lopen. Hij gaat terug, Troje in, maar als hij bij zijn huis kwam, staat dit al in brand. Hij draait zich om en wilde verder zoeken als hij plots de stem van zijn vrouw hoort en haar gestalte ziet: haar geest vertelt hem dat zij reeds in de onderwereld was afgedaald. Aeneas wilde haar nog een laatste maal omarmen maar hij greep in de lucht. Hij keert terug naar de rest van zijn familie, en de lange reis voor Aeneas en zijn gezellen begint.
[bewerken] Omzwervingen
Terug bij de tempel blijkt de groep vluchtelingen aanzienlijk, en de ontheemde Trojanen, die inmiddels Aeneas tot hun leider hebben gekozen, beginnen aan hun reis over zee. Na een lange zwerftocht met verschillende landingen, waar het elke keer weer duidelijk wordt dat de goden hen daar niet willen hebben, worden ze uiteindelijk door een storm in Noord-Afrika geworpen.
De storm, door Iuno veroorzaakt, breekt de vloot in tweeën, en de twee groepen komen afzonderlijk op het strand van Carthago aan. Aeneas, die met zeven schepen weet te landen, gaat op verkenning met zijn vriend Achates en komt Aphrodite (Venus), zijn moeder, tegen die hen vertelt over Dido en Carthago. Aeneas en Achates worden tijdelijk in een wolk van onzichtbaarheid gehuld door de godin en ze lopen naar Carthago. Daar ziet Aeneas de andere groep Trojanen, geleid door Illioneus, om hulp smeken bij de koningin van Carthago, Dido. Na een tijdje breekt de wolk van Aeneas en zijn metgezellen uiteen en verschijnt de groep van Aeneas voor Dido. Deze ontmoeting was het begin van een tijd van rust voor de Trojanen. Zij leefden geruime tijd bij Dido aan het hof.
Maar Fatum (het lot) had besloten om Aeneas' reis niet daar te laten eindigen en liet Aeneas via Mercurius, de boodschapper der goden, weten dat hij verder moest met zijn tocht, eerst naar Cumae om daar via een priesteres naar de onderwereld af te dalen om zijn vader te spreken. Hiermee was Aeneas niet erg gelukkig, al had hij dit voorzien. In het geniep bereidde hij zich voor om te vertrekken. Dido kreeg echter lucht van de zaak en probeerde hem te overreden om te blijven. Ze wilde zelfs aan hem de macht overdragen. Doch Aeneas zwichtte niet; hij kon ook niet anders, want aan de wil van de goden moest gehoor worden gegeven. Zo vertrokken de Trojanen opnieuw. Aeneas keek nog eenmaal achterom en zag Dido op een heuvel staan. Ze vervloekte Aeneas: ze riep dat de stad die hij zou stichten altijd een vijand zou blijven van Carthago. Vervolgens doorboorde ze zichzelf met een zwaard.
[bewerken] Latium
Na een goede tocht--Neptunus vond dat ze op zee genoeg tegenslagen hadden gehad--kwamen ze in Cumae aan. Na een gouden twijgje te hebben bemachtigd, daalde Aeneas samen met de priesteres af in de Tartarus. Hier kwam hij via het mindere gedeelte naar het betere gedeelte, waar zijn vader zat. Anchises vertelde hem dat hij de toekomst al kende en hij wees zijn zoon de zielen die later zouden huizen in de lichamen van Julius Caesar, Augustus en vele andere toekomstige Romeinse gezagsdragers. Ook zei hij dat Aeneas nog een zware strijd wachtte in Latium, het land dat hem beloofd was.
Eenmaal terug boven, gingen de Trojanen verder en bereikten Latium. Hier heerste koning Latinus. Deze had in vroegere tijden voorspellingen gehoord over een vreemd volk dat eens zou komen en dat dit volk machtig zou worden. Dus besloot hij vriendelijk te blijven en bood hij slim zijn dochter, Lavinia, aan. Maar deze was al door haar moeder Amata beloofd aan Turnus, stamhoofd der Rutuli. Turnus, opgehitst door een van de Furiën, riep op tot een oorlog tegen de Trojanen. Deze kwam er, maar Aeneas had nog tijd genoeg om met zijn mannen een fort te bouwen en bondgenoten te vinden in de omgeving. Na een veldslag, gewonnen door de Trojanen, trok Turnus zich terug. Later doodt Turnus de jonge held Pallas, de zoon van koning Euander, een Latijnse koning die zelf te oud was om te vechten maar zijn zoon met Aeneas meezond. In boek XXII komt het uiteindelijk tot de confrontatie tussen Aeneas en Turnus. Aeneas wilde niet dat er vele onschuldigen zouden sterven en bood een duel aan, om hiermee de oorlog te beëindigen. Turnus accepteerde dit. Maar Iuno speelde hem weer parten en het kwam toch tot een veldslag. Toen de strijd al enige tijd duurde zeiden Turnus en Aeneas dat hun mannen moesten stoppen met vechten. Ze zouden het in een onderling duel uitmaken en Aeneas, die ouder, geroutineerder en sterker was dan de jonge Turnus, won het duel. Het epos eindigt in medias res: Turnus smeekt voor zijn leven en belooft onderdanigheid, maar Aeneas ziet dat Turnus de gordel van Pallas draagt, en doodt hem in woede.
[bewerken] Stamboom
[bewerken] Nawerking
- Le Nozze d'Enea con Lavinia, opera (Venetië, 1641, verloren), Claudio Monteverdi.
- Dido and Æneas, opera (Westminster, 1689), Henry Purcell.
- Aeneas, ballet, (Le Vasterival, 1935), Albert Roussel.
- Aeneas of de levensreis van een man, roman, 1982, Willy Spillebeen.
Bronnen, noten en/of referenties
|
| Meer bronnen die bij dit onderwerp horen, kan men vinden op de pagina Aeneid op de Engelstalige versie van Wikisource |
| Meer bronnen die bij dit onderwerp horen, kan men vinden op de pagina The Iliad op de Engelstalige versie van Wikisource |
| Zie de categorie Aeneas van Wikimedia Commons voor meer mediabestanden. |