Aflossing eigenwoningschuld
In Nederland is gehele of gedeeltelijke aflossing van de eigenwoningschuld fiscaal gezien, voor de hypotheekrenteaftrek, niet het spiegelbeeld van opnieuw lenen, resp. weer bijlenen: het afgeloste bedrag behoort na opnieuw lenen nooit meer tot de eigenwoningschuld waarvan de rente aftrekbaar is, zelfs niet als het een nieuw huis betreft.
Populair zijn constructies waarbij enerzijds maximaal van de hypotheekrenteaftrek gebruik wordt gemaakt doordat tussentijds niet geleidelijk wordt afgelost, en anderzijds op fiscaal gunstige wijze wordt gespaard voor het uiteindelijk ineens aflossen van de hele hypotheekschuld. Volgens het Begrotingsakkoord 2013 is voor nieuwe hypotheken de betaalde rente alleen aftrekbaar als het een lening betreft die gedurende de looptijd volledig en ten minste annuïtair wordt afgelost. De combinatie van hypotheekrenteaftrek en belastingvrije vermogensopbouw voor uiteindelijke aflossing is dan niet meer of nog slechts beperkt mogelijk.
Inhoud |
[bewerken] Vermogensopbouw voor uiteindelijke aflossing
De Kapitaalverzekering Eigen Woning (KEW; traditionele spaarhypotheek / levenhypotheek en de traditionele beleggingshypotheek), is ontstaan bij de invoering van de Wet inkomstenbelasting 2001. De Spaarrekening Eigen Woning (SEW) en de Beleggingsrekening Eigen Woning (BEW) zijn mogelijk geworden door de wettelijke invoering van het banksparen in 2008. De voordelen hieruit zijn in principe belast in box 1 (art. 116 en 116a), maar meestal geheel of gedeeltelijk vrijgesteld (art. 118 en 118a). Door het vallen in box 1 vallen ze, ook als ze zijn vrijgesteld, niet in box 3.
De KEW is een specifieke vorm van levensverzekering. Middels een kapitaalverzekering wordt een vermogen opgebouwd om op de einddatum (een deel van) de hypotheek af te lossen. De verzekeringnemer heeft de keuze tussen een verzekering met gegarandeerde uitkering of een verzekering waarbij de inleg wordt belegd.
De SEW en BEW zijn respectievelijk een geblokkeerde spaar- en beleggingsrekening. Evenals bij de verzekeringsvariant dient de uitkering aangewend te worden om de hypotheek (gedeeltelijk) af te lossen.
[bewerken] Criteria voor het vallen in box 1
De definities van een Kapitaalverzekering Eigen Woning en een Spaar- of beleggingsrekening Eigen Woning zijn zoveel mogelijk gelijk. De belangrijkste zijn:
- De verzekeringnemer/spaarder/belegger heeft een eigen woning met een eigenwoningschuld.
- Volgens de voorwaarden van de verzekering/rekening zal er eenmalig een uitkering, resp. een deblokkade van de rekening of het beleggingsrecht zijn, ter aflossing van de eigenwoningschuld, wordt tenminste 15 jaar achtereen ingelegd, en zal de hoogste inleg niet hoger zijn dan 10x de laagste inleg (bandbreedte-eis van 1:10).
Zolang aan de voorwaarden wordt voldaan blijft er sprake van een kapitaalverzekering/bankrekening eigen woning en valt deze in box 1, er hoeft dus geen vermogensrendementsheffing te worden betaald over het opgebouwde vermogen; eventuele belastbaarheid in box 1 is pas van toepassing in het jaar van uitkeren. Het in principe belaste rendement is het ontvangen bedrag verminderd met het totaal van de betaalde bedragen.
Zodra niet meer aan de voorwaarden wordt voldaan wordt het gedurende de verstreken looptijd behaalde rendement (de waarde op dat moment verminderd met de totale premie/inleg) belast in box 1, en verhuist de kapitaalverzekering/bankrekening naar box 3.
[bewerken] Vrijstelling
Het rendement is niet belast indien de uitkering beneden de vrijstelling blijft die geldt in het jaar van uitkering (de vrijstelling wordt jaarlijks geïndexeerd); het jaar van aangaan van de overeenkomst is dus voor de hoogte van de vrijstelling niet relevant. In 2012 bedroeg de vrijstelling per persoon:
- € 34.900 indien ten minste 15 maar minder dan 20 jaar is ingelegd
- € 154.000 indien ten minste 20 jaar is ingelegd
Indien de uitkering de vrijstelling overschrijdt dan wordt een evenredig deel van het gedurende de looptijd behaalde rendement belast in box 1. Hierbij wordt de volgende formule gebruikt: {uitkering - vrijstelling} / uitkering x (uitkering - betaalde premie/inleg) = belaste uitkering.
De vrijgestelde bedragen gelden in totaal voor het hele leven van de belastingplichtige.
[bewerken] Rente
In de praktijk is bij een spaarhypotheek, zowel in de verzekeringsvariant als in de bankspaarvariant (Spaarrekening Eigen Woning) de spaarrente die de rekeninghouder ontvangt op de kapitaalverzekering/spaarrekening gelijk aan de hypotheekrente die over de hypotheek betaald dient te worden. Om een kapitaal op te bouwen gelijk aan de hypotheekschuld wordt bij een renteverhoging de periodieke inleg op de kapitaalverzekering/spaarrekening verlaagd en omgekeerd. De wijziging van de periodiek te betalen hypotheekrente wordt daarmee gedeeltelijk gecompenseerd.
Dit systeem heeft een rentedempende werking. Als tegen het eind van de looptijd de waarde van de kapitaalverzekering dicht bij de hoofdsom komt kan het zelfs zijn dat bij een renteverhoging de totale netto periodieke betaling (dat wil zeggen de totale periodieke betaling verminderd met het voordeel van de belastingaftrek) lager wordt, en omgekeerd.
[bewerken] Begrotingsakkoord 2013
Volgens het Begrotingsakkoord 2013 is voor nieuwe hypotheken de betaalde rente alleen aftrekbaar als het een lening betreft die gedurende de looptijd volledig en ten minste annuïtair wordt afgelost. De combinatie van hypotheekrenteaftrek en belastingvrije vermogensopbouw voor uiteindelijke aflossing is dan niet meer of nog slechts beperkt mogelijk.
De hypotheekrenteaftrek en de box 1 vrijstelling voor de KEW blijven ongewijzigd voor bestaande hypotheken.
[bewerken] Geschiedenis
De regels komen voort uit de vóór 2001 geldende regels voor kapitaalverzekeringen in het algemeen (d.w.z. niet noodzakelijk gekoppeld aan een eigen woning). Zie fiscale regels kapitaalverzekeringen vóór 2001.