Afrikaanse slanghagedis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Afrikaanse slanghagedis
IUCN-status: Niet geëvalueerd (2008)
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Reptilia (Reptielen)
Orde: Squamata (Schubreptielen)
Onderorde: Lacertilia (Hagedissen)
Familie: Scincidae (Skinken)
Geslacht: Feylinia (Afrikaanse slanghagedissen)
Soort
Feylinia currori
Gray, 1845
Wikimedia Commons Afbeeldingen Afrikaanse slanghagedis
Afrikaanse slanghagedis op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De Afrikaanse slanghagedis (Feylinia currori) is een hagedis uit de familie skinken (Scincidae).

Inhoud

[bewerken] Kenmerken

De classificatie van het geslacht Feylinia is al lang aan verandering onderhevig. De soorten lijken op zowel slanghazelwormen (Dibamidae) als wormhagedissen (Amphisbaenia) maar zijn uiteindelijk bij de skinken ingedeeld. De kop is hagedis-achtig; de ogen, jukbeenderen en bek zijn goed zichtbaar en de kop is spitser kop dan veel worm- of blinde hagedissen. Ook is het lijf relatief dik en massief zoals bij veel slangen het geval is. Toch is er nog steeds discussie; sommige onderzoekers vinden dat het geslacht Feylinia een eigen familie verdient onder de hagedissen (Feylinidae).[1]

[bewerken] Verspreiding en habitat

De Afrikaanse slanghagedis komt voor in tropisch Afrika; in Angola, Centraal-Afrikaanse Republiek, Congo-Brazzaville Gabon, Kameroen, Kenia, Nigeria, Sierra Leone, Tanzania en Zaïre.[2]

De Afrikaanse slanghagedis graaft niet veel; in ieder geval geen diepe holen. Meestal ligt het dier onder een boomstam of rottende bladeren om te rusten. Het voedsel bestaat uit voornamelijk termieten en er worden niet vaak andere prooien gegeten. Klimmen doet deze soort nooit en vaak is de hagedis te vinden in de buurt van een termietenheuvel.

[bewerken] Levenswijze

Deze soort is levendbarend; de vrouwtjes leggen geen eitjes maar de juvenielen worden gelijk geboren, meestal twee tot drie. De juvenielen zijn slechts enkele centimeters lang en door de roze kleur lijken ze sterk op een regenworm. Na enkele maanden begint de kleur te veranderen, om als ze volwassen zijn om te slaan in een grijze tot donkergrijze of bijna zwarte kleur. Er is enige variatie en er komen zelfs grijsblauwe exemplaren voor die sterk afsteken tegen de bosbodem waarin ze leven.

[bewerken] Bronvermelding

Referenties

  1. Bernhard Grzimek Het Leven Der Dieren Deel VI: Reptielen, Kindler Verlag AG, 1971, Pagina 310 ISBN 90 274 8626 3.
  2. Peter Uetz & Jakob Hallermann. The Reptile Database - Feylinia currori.

Bronnen

  • (en) Peter Uetz & Jakob Hallermann - The Reptile Database – Feylinia currori - Website Geconsulteerd 9 november 2011
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren
In andere talen