Afrocentrisme

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Veel Afrocentrische auteurs zien de Olmeken, een indiaanse beschaving uit het eerste millennium voor Christus, als Afrikaans of beïnvloed door Afrikanen

Afrocentrisme is een wereldbeeld waarbij Afrika, Afrikanen en hun afstammelingen centraal worden geplaatst. Afrocentrisme is vooral in zwang in de academische wereld, afrocentristische onderzoekers menen dat Afrikanen een veel grotere rol in de wereldgeschiedenis hebben gespeeld dan voorheen is aangenomen.

Eurocentrisme[bewerken]

Afrocentristen stellen dat het eurocentrisme van westerse wetenschappers en onderzoekers ertoe heeft geleid dat de rol van Afrikanen in de wereldgeschiedenis stelselmatig is ondergewaardeerd. Zo zijn veel afrocentristen van mening dat het Amerikaanse continent al ver voor de jaartelling is bezocht door Afrikanen, en dat veel van de grote indiaanse culturen, vooral die van de Olmeken, in werkelijkheid van Afrikaanse oorsprong zijn. Ook het Oude Egypte zien afrocentristen als een zwart-Afrikaanse beschaving, en sommigen gaan zelfs zover te beweren dat het Oude Griekenland haar filosofie en technologie van Afrikaanse Egyptenaren heeft gestolen, zodat de westerse beschaving eigenlijk van Afrikaanse oorsprong is. Andere beschavingen die volgens afrocentristen een Afrikaanse oorsprong zouden hebben zijn China, India en Polynesië. Ook betogen afrocentristen dat veel belangrijke personen uit de wereldgeschiedenis, waaronder Socrates, Cleopatra en Jezus, eigenlijk zwart waren.

Activisme[bewerken]

Afrocentrisme is vooral in zwang onder Afro-Amerikaanse onderzoekers in de Verenigde Staten en in het Caribisch gebied, en is ontstaan als reactie op het negeren of onderwaarderen van Afrikanen en zwarten door academici. Prominente voorstanders van het afrocentrisme zijn Molefi Kete Asante, Hakim Bey, Jacob Carruthers, Cheikh Anta Diop, H.B. Fell, Yosef Ben-Jochannan, Runoko Rashidi, J.A. Rogers, Ivan van Sertima, Chancellor Williams, Théophile Obenga en Asa Hilliard.

Kritiek[bewerken]

Het merendeel van de bevindingen van afrocentristen wordt in de academische gemeenschap verworpen. Desalniettemin worden deze theorieën op verschillende universiteiten in de Verenigde Staten onderwezen. Tegenstanders betogen dat het afrocentrisme geen legitieme intellectuele beweging is maar een militante politieke stroming die met haar theorieën vooral politieke doelen voor ogen heeft, en dat veel van de afrocentrische beweringen racistisch van aard zijn.

Een van de bekendste critici is Mary Lefkowitz die meerdere kritieken schreef op de afrocentristische theorie van Martin Bernal. In zijn boek Black Athena propageert Bernal de stelling dat de oorsprong van de Griekse beschaving in Afrika gezocht moest worden. Hij draagt daarvoor allerlei 'bewijzen' aan die door Lefkowitz in drie boeken weerlegd zijn. Een bekend voorbeeld is de stelling dat Aristoteles zijn kennis en ideeën gestolen zou hebben uit de bibliotheek van (het zwarte) Alexandrië. Lefkowitz wijst er onder andere op dat de bibliotheek (en de stad) pas werden opgericht na de dood van Aristoteles, door diens leerling Alexander de Grote.