Afrovenator
| Afrovenator Status: Uitgestorven, als fossiel bekend |
|||||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | |||||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||
| Geslacht | |||||||||||||||||||
| Afrovenator Sereno et al., 1994 |
|||||||||||||||||||
| Typesoort | |||||||||||||||||||
| Afrovenator abakensis | |||||||||||||||||||
| Afrovenator op |
|||||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||
Afrovenator (Afrikaanse jager) is een geslacht van middelgrote theropode dinosauriërs, dat tijdens het middelste tot late Jura, ongeveer 175 tot 145 miljoen jaar geleden, leefde in het gebied van het huidige Afrika.
Inhoud |
[bewerken] Ontdekking en naamgeving
Het holotype van Afrovenator, UC OBA 1 werd in 1993 in de Tiourarénformatie in Abaka, Niger gevonden. Oorspronkelijk dacht men dat die gesteenten uit het Hauterivien, uit het vroege Krijt stammen, waarmee Afrovenator ongeveer 136 tot 130 miljoen jaar geleden geleefd zou hebben. Een hernieuwd onderzoek van de sedimenten wees echter uit dat ze gevormd waren tijdens het Bathonien-Oxfordien en dus uit het middelste tot late Jura stammen. Afrovenator zou daarmee 175 tot 145 miljoen jaar geleden geleefd hebben.
Het holotype bestaat uit: een gedeeltelijke schedel, een stuk onderkaak; vier halswervels, een nekrib; zes ruggenwervels; twee ribben, dertien staartwervels; vijftien chevrons; een opperarmbeen; de onderkant van ellepijp en spaakbeen, een polsbeen, handbeenderen, stukken van een darmbeen en schaambeen; een zitbeen; een dijbeen; een scheenbeen; een kuitbeen; een stuk sprongbeen; een calcaneum en voetbeenderen.
De typesoort Afrovenator abakensis is in 1994 benoemd en beschreven door Paul Sereno. De geslachtsnaam is afgeleid van het Latijnse afer, "Afrikaan", en venator, "jager". De soortaanduiding abakensis verwijst naar de vindplaats in Abaka, Niger.
[bewerken] Beschrijving
A. abakensis was ongeveer 6,76 meter lang, twee meter hoog en woog ongeveer 0,7 ton. Het was overduidelijk een carnivoor die zijn lange tanden gebruikte om zijn prooi te verwonden. Doordat de bovenkant ervan ontbreekt hebben we echter geen goed beeld van de schedelvorm. De armen waren vrij lang.
Volgens Sereno heeft de soort enkele onderscheidende eigenschappen: de derde halswervel heeft een laag rechthoekig doornuitsteeksel; het halvemaanvormige polsbeen is erg plat; het eerste middenhandsbeen heeft een breed uitlopend raakvlak met het tweede middenhandsbeen.
[bewerken] Fylogenie
Volgens de eerste beschrijving door Sereno bevond Afrovenator zich basaal in de Spinosauroidea. Volgens latere analyses bevindt de soort zich nog iets dieper in de stamboom in de Megalosauridae. Daarbinnen valt hij soms basaal uit, soms als een lid van de meer afgeleide Megalosaurinae of Eustreptospondylinae.
Literatuur
Bronnen
|