Afscheider

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een afscheider is een put, in het rioolstelsel, met als doel bezinkbaar en drijvend vuil in het afvalwater tegen te houden teneinde het rioolstelsel erachter hiertegen te beschermen. Het vuil kan namelijk verderop in het rioolstelsel zorgen voor verstoppingen of een verminderde afvoercapaciteit. Maar het kan ook de rioolwaterzuiveringsinstallatie onnodig belasten of bij riooloverstorten tijdens hevige regenbuien in het oppervlaktewater terechtkomen.

Bedrijfsafvalwater mag alleen worden geloosd onder bepaalde lozingsvoorwaarden. Dit betekent dat men bij lozing van olie- en vethoudend afvalwater afscheiders moet gebruiken. De voor het milieu schadelijke stoffen worden dan uit het water afgescheiden en opgeslagen.

De afscheidingsinstallatie bestaat eigenlijk uit twee putten of twee afzonderlijke ruimten in één put: de slibvangruimte (ook wel slibvanger of slibvangput genoemd) gevolgd door de olie- of vetafscheider. Ook zijn geïntegreerde afscheiders mogelijk waarbij beide ruimten zijn gecombineerd.

Inhoud

Types[bewerken]

  • Olieafscheiders of oliebenzineafscheider (OBAS) worden onder andere gebruikt bij tankstations, werkplaatsen, garages, wasplaatsen, parkeerterreinen, opslag gevaarlijke stoffen om zand, slib en minerale olie in het afvalwater tegen te houden.
  • Vetafscheiders (c.q. vetputten, vetvangers) zijn te vinden bij keukens van onder andere restaurants, snackbars, hotels, verzorgingshuizen, ziekenhuizen en (bedrijfs)kantines om slib, etensresten en het vet af te scheiden. Maar vetafscheiders worden ook ingezet bij (banket)bakkerijen, slagerijen en de levensmiddelenindustrie.
  • Slibvangput voor het laten bezinken van slibdeeltjes < 63 µm.
  • Zandvanger voor het laten bezinken van zanddeeltjes > 63 µm.

Werking/eisen[bewerken]

Doordat het stromende afvalwater in de afscheider wordt afgeremd, vindt door het verschil in dichtheid van het vuil ten opzichte van het afvalwater afscheiding plaats in de vorm van bezinking (slib) en flotatie (olie of vet). De goede werking van de afscheider is afhankelijk van een lage en stabiele stroomsnelheid van het afvalwater gecombineerd met een minimale verblijftijd in de afscheider. Dit wordt bereikt door verschillende schotten in de afscheider en de afscheider groot genoeg te maken. Daarnaast spelen factoren als periodiek onderhoud (lediging en reiniging), temperatuur van het afvalwater, gebruik van schoonmaakmiddelen (emulsievorming) mee.

Verder onderscheidt men de volgende onderdelen in de afscheider: in- en uitlaat, rem- of verdeelschot, overloopschot en duikschotten. De afscheider dient soms afhankelijk van milieuwetgeving te worden gevolgd door een monsternameput zodat het bevoegd gezag het effluent van de afscheider kan bemonsteren en analyseren op gestelde lozingseisen.

Sanitair- en hemelwaterafvoeren mogen niet op de afscheider worden aangesloten. De afscheider wordt meestal bij voorkeur buiten het gebouw ingegraven en aan de bovenzijde op maaiveldhoogte voorzien van putdeksels. Een afscheider varieert doorgaans in grootte van 0,5 tot ± 10 m³. In specifieke gevallen zijn grotere afmetingen mogelijk.

De constructie, dimensionering, capaciteitsberekening en het onderhoud van afscheiders staan nader omschreven in de:

  • Europese norm NEN-EN 858 voor olieafscheiders en NEN-EN 1825 voor vetafscheiders.
  • De Nederlandse oude normeringen, NEN 7087 en NEN 7089, zijn niet meer van kracht. Maar afscheiders geplaatst voor 1 januari 2008 mogen binnen het Activiteitenbesluit nog wel voldoen aan deze normeringen op basis van het overgangsrecht.

Verplichting[bewerken]

Een afscheider kan worden verplicht vanuit een omgevingsvergunning of het Activiteitenbesluit milieubeheer.

Onderhoud[bewerken]

Regelmatig moeten slib, olie of vet worden verwijderd uit de afscheider om te voorkomen dat deze doorspoelen naar het rioolstelsel. In de praktijk wordt de onderhoudsfrequentie door afscheiderproducenten bepaald door een maximale vullingsgraad van de afscheider, te weten: een maximale vulling van 50% slib in de slibvangruimte, een drijflaag vet van maximaal 16 cm in de vetafscheider of het bereiken van 4/5 van de maximale olieopslagcapaciteit in de olieafscheider.

Externe links[bewerken]

  • NEN Nederlandse Normalisatie-instituut
  • Capaciteitsberekening.nl voor het bepalen van het juiste type olie- of vetafscheider conform de NEN 7087, NEN 7089 of de nieuwe Europese normen EN 858 en EN 1825