Aftrekschaak
| 8 | ||||||||
| 7 | ||||||||
| 6 | ||||||||
| 5 | ||||||||
| 4 | ||||||||
| 3 | ||||||||
| 2 | ||||||||
| 1 | ||||||||
| a | b | c | d | e | f | g | h |
Aftrekschaak is een term uit het schaakspel.
Als een speler een stuk zodanig verzet dat de vijandelijke koning wordt aangevallen door een ander stuk, dan is er sprake van aftrekschaak.
Een voorbeeld: Als wit in het diagram de 1. Lb5† speelt, staat de zwarte koning schaak door de toren. Dit heet aftrekschaak. Daarna kan wit de dame slaan met 2. Lc4:. De zwarte dame kan niet vluchten en de aanvallende loper kan niet geslagen worden, want zwart staat schaak. Ook een tegenaanval, bijvoorbeeld 1. ... e2†, is niet mogelijk.
Speelt wit 1. Lc6††, dan is er sprake van dubbelschaak: de koning wordt aangevallen door zowel de loper als de toren.
Met en passant slaan is aftrekschaak ook mogelijk vanuit een positie waarbij zowel de pion die gaat slaan als de pion die geslagen gaat worden tussen het aanvallende stuk en de vijandelijke koning kan staan.