Afzetting (bestuur)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De Amerikaanse senaat tijdens de rechtszaak na de afzetting van president Andrew Johnson

Een afzettingsprocedure is een proces om een bestuurder gedwongen uit zijn functie te ontheffen.

Verenigde Staten[bewerken]

Het Huis van Afgevaardigden kan Articles of Impeachment tegen een functionaris aannemen met een simpele meerderheid. Indien een rechter of andere functionaris het onderwerp van een afzettingsprocedure is wordt hij berecht in de Senaat. Bij een president van de Verenigde Staten wordt het proces ook in de Senaat gehouden, met het verschil dat niet de vicepresident maar de opperrechter van het Amerikaans Hooggerechtshof de procedure leidt. De Senaat stemt dan na afloop van het proces; voor een veroordeling is een 2/3-meerderheid nodig.

In de grondwet van de Verenigde Staten wordt als maatstaf voor een afzetting gegeven dat de functionaris schuldig moet worden geacht aan zogenaamde "high crimes and misdemeanors", iets wat verder niet letterlijk wordt omschreven. Er kan worden gedacht aan bijvoorbeeld verraad, maar ook andere overtredingen van de wet die ernstig worden bevonden komen in aanmerking.

Twee presidenten van de Verenigde Staten werden daadwerkelijk onderworpen aan een afzettingsprocedure:

In beide afzettingsprocedures speelde vooral een belangrijke rol dat de president had gelogen (meineed gepleegd) ten overstaan van juridische en maatschappelijke instanties.

Tegen president Nixon dreigden er, in verband met het zogenoemde Watergateschandaal, in het Huis van Afgevaardigden Articles of Impeachment te worden aangenomen, maar hij trad af voordat het zover kwam. Ook tegen Warren G. Harding dreigde in 1923 een afzettingsprocedure wegens de corruptie en vriendjespolitiek onder zijn bewind (onder andere het Teapot Dome-schandaal), maar hij overleed voordat de procedure kon worden begonnen.

Filipijnen[bewerken]

Een afzettingsprocedure in de Filipijnen is gebaseerd op de Amerikaanse procedure en lijkt daar dan ook sterk op. Het belangrijkste verschil is dat in de Filipijnen slechts 1/3 deel van de leden van het Filipijns Huis van Afgevaardigden voor de motie tot afzetting hoeft te stemmen om deze aan te nemen. Na aanname van de articles of impeachment wordt de functionaris net als in de Verenigde Staten berecht in de Senaat. Net als in de Verenigde Staten dienen voor een veroordeling van de functionaris 2/3 van de senatoren voor te stemmen.

De enige president van de Filipijnen tegen wie ooit met resultaat een afzettingsprocedure werd begonnen was Joseph Estrada. Tegen hem werd in 2000 door het Huis van Afgevaardigden met succes een motie tot afzetting aangenomen. Het kwam echter nooit tot een veroordeling door de Filipijnse Senaat, omdat er tijdens de behandeling van de rechtszaak in de Filipijnse Senaat een opstand uitbrak toen de Senaat in meerderheid tegen het openen van een envelop met bewijsmateriaal stemde. Na een vier dagen durende opstand werd hij afgezet. Tegen opvolger Macagapal-Arroyo werd vier maal een afzettingsprocedure opgestart. Geen enkele keer was er in het Huis van Afgevaardigden een minimum van 1/3 van de leden voorstander van afzetting. In mei 2012 werd de opperrechter van het Filipijns hooggerechtshof Renato Corona veroordeeld door de Filipijnse Senaat, nadat eerder al in december 2011 de Articles of Impeachment werden aangenomen.