Agglutinatie (biologie)
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Agglutinatie is het samenklonteren van gesuspendeerde deeltjes. De term wordt in de geneeskunde gebruikt voor de samenklontering van cellen gesuspendeerd in een vloeistof of van bacteriën in het bloed door een antilichaam of agglutinine.
Omdat het lichaam over verschillende agglutinen beschikt voor de afweer tegen verschillende ziekten kan het verschijnen van een agglutinerende antistof dienen als aanwijzing voor het bestaan van een bepaalde ziekte. De bepaling van bloedgroepen en van de rhesusfactor wordt ook met agglutinatietests gedaan. Een bloedtransfusie van een donor met een onverenigbare bloedgroep zal agglutinatie veroorzaken. Als een vrouw met een rhesus-negatieve bloedgroep een agglutinine tegen de rhesusfactor in het bloed bezit kan agglutinatie ontstaan van het bloed van het ongeboren kind.
Agglutinatie wordt ook gebruikt als laboratoriumtechniek (titerbepaling) om antistoffen tegen allerlei allergenen aan te tonen, door rode bloedlichaampjes of latexbolletjes van vergelijkbare grootte te coaten met de stof waartegen de antistoffen gericht zijn, en na te gaan in welke verdunning het serum van een patiënt de bloedlichaampjes of latexbolletjes nog doet samenklonteren.

