Aggregaat (onderwijs)
Een aggregaat is in Vlaanderen een nevenopleiding, naast een hoofdopleiding aan de universiteit. Wie de graad bezit, is nu (in de terminologie van het Decreet betreffende de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap van 12 juni 1991[1]) een “geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 2”. Het aggregaat is een bijkomend pedagogisch diploma dat onderwijsbevoegdheid geeft om de vakken van de hoofdstudie te mogen onderwijzen aan een secundaire school.
Bijvoorbeeld:
- zo mag een Master (voorheen licentiaat) geschiedenis, als hij in het bezit is van een aggregaatsdiploma het vak (kunst-)geschiedenis onderwijzen.
- Een master in de fysica mag dan de vakken fysica, wiskunde en scheikunde onderwijzen.
Ook in het hoger onderwijs, op het niveau van professionele Bachelor, kan een master met een aggregaat lesgeven.
De studie van het aggregaat omvat enkele psychologische en pedagogische vakken, naast algemene didactiek en vakdidactiek. Daarnaast zijn een aantal uren stage (proeflessen) voorzien.
Sedert de hervorming van het hoger onderwijs naar de Bachelor-masterstructuur, is ook het aggregaat aan vernieuwing toe. De plannen (begin 2006) gaan uit naar een "opwaardering" van het aggregaat tot een volledig jaar (60 studiepunten), eventueel in samenwerking met de pedagogische opleidingen in het hoger onderwijs buiten de universiteit. In ieder geval zou het gedeelte stage-ervaring een zwaarder gewicht krijgen.
[bewerken] Zie ook
- Onderwijsbevoegdheid
- Habilitatie voor informatie over het “hoger aggregaat”, het thans niet meer bestaande equivalent van de habilitatie.