Agribusiness
Onder Agribusiness verstaat men de gehele productiekolom van agrarische bedrijven, inclusief opslag, transport, handel, verkoop aan de consument en inclusief de toeleverende en ondersteunende bedrijven.
Het begrip "agribusiness" overlapt met het begrip primaire sector dat wordt omschreven als het geheel van producerende bedrijven in de landbouw, tuinbouw, visserijen grondstofwinning.
Eveneens verwant zijn "agrosector", "agrocomplex", of zelfs "agrobusiness-complex".[1] "Agrobusiness-complex" is door Cardol en Maas (1982) gedefinieerd als "de verzameling activiteiten die gericht is op het produceren en distribueren van inputs voor agrarische bedrijven, op het productieproces van de agrarische bedrijven zelf en op het distribueren van de agrarische output, al of niet nadat deze is be- of verwerkt."[2] Het gaat dus om de activiteiten van agrarische bedrijven, maar ook van transportbedrijven, proefstations, voorlichtingsdiensten, loonbedrijven, zuivelindustrie etc.
Door Maas en anderen is in de jaren tachtig een eerste omvattende studie verricht naar een Nederlands agri-business-complex, de tuinbouw.[3]
Zie ook [bewerken]
| Zie de categorie Agribusiness van Wikimedia Commons voor meer mediabestanden. |
Bronnen, noten en/of referenties
|