Ahmad ibn Tajmijja

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Ahmad ibn Tajmijja (diverse spellingvarianten, waaronder Taymiya en Taymiyya) (Arabisch: تقي الدين أحمد بن تيمية | Taqīyu d-Dīn Aḥmad b. Taimīya) (22 januari 1263 - 26 september 1328) uit Damascus was een islamitisch geestelijke en filosoof. Hij was een van de belangrijkste hanbalitische juristen en is thans het boegbeeld van de voorstanders van de politieke islam[1].

Leven[bewerken]

Tajmijja werd geboren in Harran (nu in Turkije). Op zijn zesde moest hij met zijn familie naar Damascus vluchten voor de oprukkende Mongolen. Uit zijn familie kwamen belangrijke hanbalistische juristen. Na het voltooien van zijn opleiding begon hij te doceren in de Grote moskee van Damascus. Hij diende ook aan het hof van de mamloekensultan Mohammed ibn Qalaawoen.

Ibn Taymiyya was uitgesproken tegen alles wat niet expliciet gesanctioneerd werd door de Koran en de Profeet, waardoor zijn onverzoenlijkheid hem gedurende zijn tijd in Damascus meerdere malen in conflict bracht met de Mamelukse heersers uit Egypte die hem regelmatig gevangenzetten. Hoewel Ibn Taymiyya constant overhoop lag met de Mamelukken was hij gezaghebbend en vroegen deze een goedkeuring toen ze in conflict kwamen met de ook islamitische Mongolen (Moghols) uit Iran. Deze goedkeuring verschafte hij met de verklaring dat, ofschoon de Mongolen de islam dienden, ze niet absoluut àlle voorschriften van de religie volgden en daarom als heidense Jahiliyya beschouwd dienden te worden waartegen jihad gevoerd moest worden. Deze en andere uitspraken van Ibn Taymiyya zijn daarna vaak als onderbouwing gebruikt door islamitische verzetsbewegingen (zoals in de recente geschiedenis door de moordenaars van Sadat in 1981 en het verzet tegen de Saoedische monarchie).

In 1299 neemt hij actief deel aan militaire activiteiten tegen de Mongolen.

Hij viel de oelema aan omdat die te veel bereid waren met de wereldse macht samen te werken. Dit leverde hem problemen met de autoriteiten op, maar ook veel bijval van het volk.

Tajmijja sleet zijn laatste jaren in de gevangenis. Hij stierf in 1328 naar verluidt aan een gebroken hart omdat hem het gebruik van pen, papier en inkt verboden was. Zijn begrafenis werd een demonstratie van bijval van het volk.

Filosofie[bewerken]

Hij bepleitte dat moslims terug moesten keren tot de Koran en de soenna van de Profeet en wilde de islam ontdoen van alle middeleeuwse regels en mystiek. Hij wilde daarmee zowel de jurisprudentie (fiqh) en filosofie (falsafa) overboord gooien, dit tot woede van de gevestigde orde.

Het wahabisme dat vooral in Saoedi-Arabië en omgeving voorkomt leunt sterk op het werk van Tajmijja.

Bronvermelding[bewerken]

Externe links[bewerken]

Wikisource Bronnen die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden op de pagina Ibn Taymiyyah op Wikisource
Bronnen, noten en/of referenties
  1. Vermeulen, U., Islam en christendom, p. 61, Davidsfonds, 1999