Ahmose (farao)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Ahmose
Jahmes, Ahmoze
AhmoseI-StatueHead MetropolitanMuseum.png
Farao van de 18e Dynastie
Periode ca. 1550–1525 v.Chr.
Voorganger Kamose
Opvolger Amenhotep I
Vader Ta'a II (Seqenenre)
Moeder Ahhotep
Ahmose in Egyptische hiërogliefen
serekh of Horusnaam
G5
O29
L1
w
Srxtail.jpg
Nebtynaam
G16
t
t
A53 F31 t G43
Gouden Horusnaam
G8
S24
O34
N17
N17
praenomen of troonnaam
M23
t
L2
t
Hiero Ca1.svg
N12 F31 s
Hiero Ca2.svg
nomen of geboortenaam
G39 N5
 
Hiero Ca1.svg
ra
nb
F9
t
F9
t
Hiero Ca2.svg
Portaal  Portaalicoon   Egyptologie

Ahmose of Ahmozes I was de eerste farao van de 18e Dynastie. De koning was ook bekend onder de naam Jahmes en als Ahmosis (Manetho). Zijn naam betekent "geborene van de maan" oftewel "kind van de maan". Zijn praenomen of kroningsnaam "Nebpehtyre" betekent "de heer van kracht is Ra".

Biografie[bewerken]

Koning Ahmose kwam uit de Thebaanse heersersfamilie der 17e dynastie. Als opvolger van zijn gesneuvelde broer Kamose wordt hem de eer toegeschreven een einde aan de Hyksos-heerschappij van Egypte te hebben gemaakt. De aanzet daartoe was echter al door zijn vader, zijn broer en zijn moeder, koningin Ahhotep (als regentes) gegeven. Ahmose diende het reeds wankelende Hyksos-regime de laatste slag toe en trok daarna meteen met zijn legers Azië in. Hij had heel veel broers en zussen en trouwde met een van zijn zusters, Ahmose-Nefertari, de moeder van opvolger, Amenhotep I. Hij kreeg verder een onbekend aantal andere kinderen, waaronder de jong gestorven prinses Meritamon. Zij zou begraven zijn in de buurt van Dra Abu el Naga bij Thebe, al is haar tombe tot op heden niet gevonden.

De mummy van Ahmose

De koning regeerde volgens Manetho 25 jaar en vier maanden. Na analyse van de mummie van de koning bleek dat zijn leeftijd bij overlijden op 35 geschat kon worden; hij besteeg de troon dus op ongeveer tienjarige leeftijd. De mummie van de koning is gevonden in een cachette (DB320), een verzamelplaats bij Deir el-Bahari en ligt nu opgebaard in het Luxor Museum te Luxor (het vroegere Thebe) in Egypte in een speciale ruimte die onderdeel uitmaakt van de enkele jaren geleden geopende nieuwe vleugel van dit museum, die gewijd is aan de geschiedenis van het Egyptische leger tijdens het Nieuwe Rijk.

Een reeks van conflicten tussen enerzijds de lokale koningen van Thebe en anderzijds de Hyksoskoning Apepi en later diens opvolger Chamoedi begon tijdens de regering van Ta'a II (Seqenenre) (van Thebe) en duurde ongeveer dertig jaar. Ta'a II (Seqenenre) en Kamose zijn waarschijnlijk gedood op het slagveld. Ahmose betrad de troon toen hij nog maar een kind was en zijn moeder Ahhotep trad aanvankelijk als regentes op. Vanwege haar belangrijke rol (waarschijnlijk voerde zij zelfs tijdelijk het leger aan voor haar minderjarige zoon) kreeg Ahhotep de fameuze titel "Behoedster van Egypte". Ze centraliseerde de macht van de koning, die in de voorgaande eeuwen versplinterd was geraakt.

Koning Ahmose hervatte zelf de bevrijdingsoorlog tegen de Hyksos rond het elfde jaar van zijn regering. Op dat moment was er bij de Hyksos sprake van een regeringswisseling: Apepi werd opgevolgd door Chamoedi. Volgens de "Kim Ryholt's" analyse van een militair commentaar op de Rhind Mathematical Papyrus, veroverde Ahmose Heliopolis rond zijn elfde regeringsjaar. Teksten van deze herovering zijn ontdekt op de wanden van de tombe van een militair, Ahmose zoon van Ebana. Men beschrijft dat Ahmose drie aanvallen tegen Avaris (Tell el-Daba), het bolwerk van de Hyksos, leidde, maar toen een kleine rebellie in Egypte ontdekte. Na deze korte onderbreking nam hij de stad bij een vierde aanval in. Hij kon de Hyksos pas echt bedwingen nadat hij ze had verslagen bij Sharuhen in zuidelijk Palestina, in het 16e jaar van zijn regering.

Na het verslaan van de Hyksos begon Ahmose met expedities naar Syrië en later ook naar Nubië. In het 22e jaar van zijn regering bereikte hij Djahy in Syrië en misschien zelfs de Eufraat. Over de details van deze veldtocht is weinig tot niets bekend, omdat onze belangrijkste bron over deze periode, Ahmose zoon van Ebana, niet aan deze expeditie deelnam. De expedities naar Nubië zijn beter gedocumenteerd. Tijdens zijn eerste expeditie kreeg Ahmose te maken met de Nubische machthebber, Aata, maar deze werd snel verslagen. Daarna had Ahmose nog met een rebellie in Nubië af te rekenen. De een anti-Thebaanse Egyptenaar genaamd Tetian zat hem dwars, maar ook deze was snel verslagen. Ahmose herstelde de Egyptische macht over Nubië, die na de ineenstorting van het Middenrijk verloren was gegaan, en plaatste het gebied onder een Egyptische administratie met als steunpunten o.a. de stad Miam en het fort van Boehen.

Kunst en monumenten[bewerken]

Ahmoses piramide in Abydos

Omdat Ahmose veel te stellen had met de Hyksos, begon hij pas laat met het oprichten van monumenten. De koning heeft maar zeven jaar aan monumenten gebouwd, maar het meeste wat gestart was, werd afgemaakt onder zijn opvolger Amenhotep I.

Dolk met de naam Ahmose I
Royal Ontario Museum, Toronto

Na de hereniging van Opper- en Neder-Egypte kon Ahmose beginnen met tempels voor de traditionele goden. Afgravingen bij Avaris laten zien dat Ahmose tevens een paleis heeft laten bouwen op de plek van de voormalige residentie van de Hyksos. Daarin zijn fragmenten van Minoïsche kunst (voornamelijk fresco's) gevonden, wat een bewijs is voor betrekkingen tussen Egypte en Kreta.

De Egyptische kunst uit de tijd van Ahmose was terug te voeren op de Thebaanse stijl van het Middenrijk. Die kunst stamde dus uit de vorige bloeiperiode van het land en vormde de basis voor de nieuwe en steeds verder verfijnde kunst van het Nieuwe Rijk. Zoals steeds in de Egyptische geschiedenis bleef men de oude tradities trouw. Helaas zijn er van Ahmose zelf weinig beelden overgebleven. Een Oesjabti en twee levensgrote beelden van de koning behoren tot de weinige overgebleven kunstwerken uit zijn regeerperiode.

Bouwwerken[bewerken]