Air Force One (roepletter)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Air Force One boven Mount Rushmore
Lyndon B. Johnson wordt twee uur na de moord op President John F. Kennedy beëdigd als de nieuwe president van de VS in de Air Force One, toen nog een Boeing 707

Air Force One is het callsign dat door de luchtverkeersleiding wordt gebruikt voor elk vliegtuig van de luchtmacht van de Verenigde Staten waar de president van de Verenigde Staten in zit.

Sinds 1999 bestaat de presidentiële luchtvloot uit gemodificeerde Boeing 747-200-vliegtuigen - door de luchtmacht aangeduid als Boeing VC-25 - die alleen Air Force One heten wanneer de president aan boord is, maar door de buitenwacht algemeen zo worden aangeduid. Is de vicepresident aan boord dan is het callsign Air Force Two. Om veiligheidsredenen mogen de president en de vicepresident nooit samen vliegen.

De VC-25 heeft een grote actieradius en capaciteit voor meer dan 70 passagiers. Voordat de huidige toestellen in gebruik genomen werden, werden (sinds 1962) twee Boeing 707-320B-vliegtuigen gebruikt (luchtmacht: VC-137).

Onderhoud en gebruik[bewerken]

De vliegtuigen worden onderhouden als militaire vliegtuigen door de Presidential Airlift Group, gelegerd op Andrews Air Force Base bij Camp Springs en in Clinton, Maryland. Ook de presidentiële helikopter met callsign Marine One is hier gelegerd.

Zie ook[bewerken]