Air Operations and Control Station Nieuw-Milligen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De beginjaren
MPR Radarpost Noord

Het Air Operations Control Station Nieuw-Milligen (afgekort AOCS NM) is het commandocentrum van de Koninklijke Luchtmacht, vanwaar alle militaire vliegoperaties in het toegewezen gebied worden gevolgd en gecoördineerd. Ook worden voor gedeelten van Nederland deze activiteiten uitgevoerd voor het burgerluchtvaartverkeer. Het AOCS NM is verantwoordelijk voor de aan Nederland toegewezen zone, te weten het Nederlandse luchtruim, afgebakend door de nationale grens en een aangrenzend gebied boven de Noordzee tot c.a. 200 km ten noorden van Leeuwarden.

Het AOCS NM bevindt zich in een deels ondergronds bunkercomplex bij het dorpje Nieuw-Milligen, tussen Amersfoort en Apeldoorn op de Veluwe en bestaat uit:

  • 711 (Air Control) Squadron is verantwoordelijk voor de kerntaak van AOCS NM: het voeren van de luchtverkeersleiding en luchtgevechtsleiding. Het verzorgt ook de opleidingen voor het gevechtsleidingspersoneel via de School of Air Control.
  • 970 Sqn is verantwoordelijk voor alle ondersteunings en faciliterende taken.

Voorts zijn het NDMC en een afdeling van de GLR administratief op het AOCS NM ondergebracht; zij maken geen deel uit van het AOCS NM. (Op het NDMC wordt verderop in dit artikel nader ingegaan. De Groep Luchtmacht Reserve bestaat uit vrijwillige parttime militairen die voor ondersteuning en ceremonieel kunnen worden ingezet).

Geschiedenis[bewerken]

Vooral omdat de Engelsen er belang bij hadden werd na de Tweede Wereldoorlog in Nederland een nationale luchtverdedigingsorganisatie opgezet en de toegepaste Radartechnologie moest garanderen dat er geen vijandelijke vliegtuigen ongezien binnen konden dringen.

De radarstations - toen navigatiestations genoemd - waren met overtollige Engelse apparatuur uitgerust. Vanwege het beperkte radarbereik moesten er 5 navigatiestations worden opgericht die samen het gehele Nederlandse luchtruim controleerden.

Locaties en benamingen[bewerken]

  • Het Sector Operatie Centrum (SOC) lag vanaf 1947 in Scheveningen tot de verhuizing in 1952 naar Driebergen waar het onder callsign Sunshine operationeel bleef tot 1958.
  • Navigatiestation Achterhoek (NS-A) was in Eibergen onder callsign Dustbin operationeel van 1948 tot 1950.
  • NS-G(roningen) was in Marsum onder callsign Floorspace operationeel van 1948 tot 1962.
  • NS-N(oord) was in Den Helder onder callsign Highway operationeel van 1950 tot 1976.
  • NS-V(eluwe) is in Nieuw-Milligen onder callsign Bandbox operationeel van 1949 tot heden.
  • NS-Z(uid Holland) was in De Lier onder callsign Meadow operationeel van 1949 tot 1961.

In 1949 werd in Nieuw-Milligen het 4e navigatiestation opgericht te Kamp Milligen, een terrein dat al sinds 1860 door het leger gebruikt werd en vooral als remontedepot: een plek waar nieuwe jaarlichtingen paarden voor de cavalerie werden getraind. Navigatiestation Veluwe bewaakte vanaf 1950 het centrale deel van het Nederlandse luchtruim met in een convooi vrachtwagens op de hei geïnstalleerde apparatuur. Ook nu draagt een deel van het kamp nog steeds de naam Convooi. De naam van het onderdeel veranderde echter in de loop der tijd.

  • Navigatiestation Veluwe werd in 1958 gewijzigd in CRC/SOC/MILATCC toen het de Sector Operatietaak erbij kreeg.
  • Daarna werd het gewijzigd in CRC/MILATCC toen de SOC-taak werd opgeheven.
  • De laatste wijziging veranderde de naam in het huidige Air Operations Control Station Nieuw Milligen (AOCS NM).

Uitrusting[bewerken]

Bendix AN/FPS-6

In de loop van de tijd werd de meest uiteenlopende apparatuur gebruikt.

  • Gestart werd met een mobiele Engelse radar van het type AMES (Air Ministry Experimental Station) 13,14 en 15. (AMES 13 was de hoogtezoeker, AMES 14 de bijbehorende rondzoekradar en AMES T15 de mobiel opgestelde Ground Control Intercept-radar. Dit was overtollig geworden apparatuur uit de 2e Wereldoorlog werkend in het meter en centimeter bereik. Dit systeem was ontwikkeld voor gebruik op vliegdekschepen maar werden in de na-oorlogse opbouwperiode op vrijwel alle bases geplaatst. Voordeel van vaste opstellingsplaatsen was dat het signaal van één vliegtuig door verschillende installaties gelijktijdig ontvangen kon worden. Twee of drie installaties van verschillende bases procuceerden dan een peiling die op een centraal punt in Nederland op een grote kaart van Nederland geprojecteerd konden worden. Zo ontstond een kruispeiling waarbij de plaats van het vliegtuig boven Nederland bekend werd. De hoogte van de radar antenne opstelling bepaalde de ontvangstmogelijkheden op grotere afstand.
  • In 1956 werd de apparatuur vervangen door een SGR (Signaal Grond Radar) 110-rondzoekradar. Hollandse Signaalapparaten was destijds de radar fabrikant. Dit systeem werd aangevuld met 3 Amerikaanse Bendix AN/FPS6-hoogtezoekers, lokaal bekend als 'jaknikkers'.
  • De FPS6's werden in 1965 vervangen door 5 SGR 109 hoogteradars en de SGR 110 door een tweedimensionale Franse Thomson ER438 combined-radar, die samen met de SGR 109 hoogtezoekers een 3 dimensionaal luchtbeeld mogelijk maakte.
  • In 1972 werd de Franse 3 dimensionale Thomson-CSF ARES Medium Power Radar (MPR) in gebruik genomen, het zendvermogen en de uitrusting met middelen tegen elektronische oorlogvoering maakte hem bestendig tegen storingen van buitenaf. De radar-antenne weegt 12 ton, is 9,5 meter hoog, 16 meter breed en heeft een oppervlakte van 94 m². De aandrijving bestaat uit elektromotoren die de antenne op 6 rpm laten draaien. ARES werkt in de S-band en genereert impulsen voor hoogte, snelheid en richting. Het bereik is ongeveer 450 kilometer. Hij is beschermd door een koepel van synthetisch materiaal, speciaal afgestemd op de gebruikte frequenties. Deze koepel bestaat uit 180 panelen, is 33 m hoog, heeft een maximale diameter van 20 m en is bestand tegen windstoten tot 250 km/h.
  • In 1976 volgde aanvulling met een tweede ARES MPR in Friesland (RPN - Radar Post Noord). Beide radars werden inmiddels diverse keren aangepast en zijn na 40+ jaar zwaar verouderd maar nog in gebruik.

Actueel[bewerken]

  • De gevechtsleiding en luchtverkeersleiding zijn geïntegreerd in het 711 Air Control Squadron (Sqn).
  • De operationele, technische en basisondersteuning verzorgt het 970 Ondersteunings Sqn.
  • De opleidingen worden verzorgd door de School of Air Control.
  • De Nationale Datalink Management Cel coördineert het gebruik van Link 16.
  • Het 603 (reservisten) Sqn bestaat uit part-time reservisten t.b.v. ondersteuningstaken bij het AOCS NM.

De sterkte van het AOCS NM is c.a. 400 personen, zowel militairen als burgers.

Verkeersleiding[bewerken]

ICAO-locatiecode is EHMC, callsign is "Dutch Mil".

Luchtverkeersleiding is de vredestaak van het 711 Air Control Squadron. Middels het Shared ATC Services systeem laat men het militaire en burgerluchtverkeer in de militaire delen van het Nederlandse luchtruim boven land en boven een deel van de Noordzee veilig, vlot en ordelijk verlopen. Eigenlijk doet MilATCC hetzelfde als EUROCONTROL en LVNL, maar op een beperkte schaal en minder routineus. De door 711 Sqn geleverde verkeersleiding bestaat uit de componenten:

De naderingsverkeersleiding voor de militaire vliegbases en MVK de Kooij werd enkele jaren geleden gecentraliseerd te Nieuw Milligen. Onder de verzamelnaam CAPP (Centralized Approach) zijn zij gegroepeerd in Radar Approach Control- oftewel RAPCON-clusters

  • Noord (Leeuwarden) met callsign "Rapcon North"
  • Zuid (Volkel en Eindhoven) callsign "Rapcon South"
  • West (Deelen, Gilze-Rijen en Woensdrecht) callsign "Rapcon West"
  • De Kooij (MVK De Kooij) callsign "De Kooij approach"

Voor deze vliegvelden bewaken zij met radar de vertrek- en naderingsprocedures en monitoren zij de vliegbewegingen rondom. Onder de Rapcons werkt een aantal Arrival controllers, waarbij iedere controller verantwoordelijk is voor het opzetten van verkeer voor één specifiek veld. Zo zet Eindhoven Arrival het verkeer op voor vliegveld Eindhoven.

Algemene verkeersleiding wordt gedaan door het Area of Center gedeelte. Zij begeleiden onder callsign Dutch Mil militair en burgervliegverkeer dat de gebieden kruist waarvoor de militaire verkeersleiding verantwoordelijk is. Ook is in Area een Flight Information Service opgenomen. Als Dutch Mil Info begeleiden zij kleine luchtvaart en militair verkeer dat onder zichtomstandigheden (VFR = Visual Flight Rules) door militair luchtruim vliegt.

Alle militaire naderings- en civiele verkeersleidingstaken in het Nederlandse luchtruim zijn sinds december 2012 gecombineerd in de Shared ATC Service (SAS). AOCS Nieuw Milligen en Maastricht Upper Area Control (MUAC) zijn hierdoor letterlijk en figuurlijk met elkaar verbonden. SAS is voorzien van geautomatiseerde radar- en vliegplandata vanuit MUAC. De oude papieren flight-strips zijn vervangen door een digitale versie op het scherm en vliegrichtingen kunnen nu met een muisklik worden gecoördineerd in plaats van telefonisch. SAS maakt het mogelijk binnen Europa op geïntegreerde wijze verkeersleidingsinformatie uit te wisselen op verschillende locaties. Het werk van de controllers wordt hiermee gemakkelijker, waardoor de situational awareness groter is. SAS voldoet aan de Europese regelgeving en wordt doorontwikkeld tot 2025.

Gevechtsleiding[bewerken]

ICAO-locatiecode is EHML callsign "Bandbox".

Gevechtsleiding is de crisis- en oorlogstaak van het 711 Air Control Squadron. Dit is tevens een onderdeel van het geïntegreerde luchtverdedigingsstelsel van de NAVO. Het Control and Reporting Centre (CRC) bewaakt en coördineert de verdediging van het luchtruim van Nederland en de NAVO door het uitvoeren van een aantal basistaken waarvoor men het Air Command Control System (ACCS) ter beschikking heeft. Deze basistaken zijn:

  • Fighter Control, het coördineren van vliegbewegingen in de Air Defense-role.
  • Air Battle Management, de uitvoering van een aantal commandomaatregelen ter coördinatie van de NAVO-gevechtsleiding.
  • Air Surveillance, de 24/7 bewaking van het luchtbeeld door middel van radar.
  • SAM Control, de coördinatie van inzet van de grondgebonden luchtverdediging binnen het NAVO-gebied.
  • Alerting, het alarmeren van andere krijgsmacht(sub)onderdelen.
  • Air Policing, het uitvoeren van onderscheppingen in de lucht.

Voor de uitoefening van Air Policing staan altijd op een van de twee resterende Main Operating Bases enkele F-16's op Quick Reaction Alert. Dit betekent dat zij binnen zeer korte tijd in de lucht kunnen zijn. Na opdracht van het CRC, de zogenaamde Alpha-Scramble (alarmstart voor daadwerkelijke onderschepping), voeren zij direct de onderschepping van het 'onbekend' vliegtuig uit.

Dit gebeurt meerdere keren per jaar en is veelal te wijten aan procedurefouten van commerciële vliegers. De op 11 september 2001 uitgevoerde terroristische acties tonen echter de onmisbaarheid van deze maatregel aan. In het verleden kwam het geregeld voor dat het om Russische toestellen ging die periodiek de luchtverdediging in deze sector aan het uittesten waren. Momenteel (2014) is er vanwege de verslechtering in de Oost-West verhoudingen weer sprake van een toename van Russische penetraties.

Airborne radar AWACS

Met behulp van de twee Medium Power Radars (MPR's) - bij Nieuw Milligen en bij Wier in Friesland - wordt het Nederlands luchtruim gecontroleerd. Hierbij wordt gekeken of vliegtuigen beschikken over een vliegplan, de correcte transpondercodes en of ze de juiste vliegroute volgen. Afwijkingen leiden altijd tot radiocontact met het betrokken vliegtuig; het hierbij gehanteerde callsign is Bandbox. Heeft dit geen effect, dan wordt het vliegtuig door F-16-jachtvliegtuigen onderschept. Deze onderscheppingen worden vanuit het CRC geleid; tevens wisselt men gegevens uit met andere NAVO-control-stations en met de vliegende radarstations, de AWACS-vliegtuigen. Op het gebied van luchtverdediging en de inzet van militaire vliegtuigen werkt de gevechtsleiding samen met schepen van de Koninklijke Marine en met de geïntegreerde luchtverdedigingseenheden.

NDMC[bewerken]

De planning, het garanderen van operationele inzet en het juiste gebruik van Link-16 zijn doelstellingen die zijn opgedragen aan de Nationale Datalink Management Cel (NDMC). Deze is belast met de bewaking van afspraken ten aanzien van frequentiegebruik om storingen met andere systemen te voorkomen. Vanwege de centrale locatie en aanwezige verbindingsfaciliteiten werd de NDMC ondergebracht bij het AOCS te Nieuw-Milligen. Het NDMC personeel is interservice - uit alle krijgsmachtdelen. In de komende jaren worden verschillende datalinks in de krijgsmacht ingevoerd, waardoor de effectiviteit van de Nederlandse wapen- en commandovoering systemen moet verbeteren. Het NDMC is ondergebracht in containers welke (lucht)mobiel inzetbaar zijn.

Toekomst[bewerken]

Bij de presentatie van de rijksbegroting op Prinsjesdag 2013 werd bekendgemaakt dat het AOCS NM i.h.k.v. de zoveelste bezuinigingsronde per januari 2018 wordt gesloten. De verkeersleiding wordt verplaatst naar de locaties Schiphol en Maastricht. De gevechtsleiding en de NDMC verhuizen naar vliegbasis Volkel. De School of Air Control verhuist naar Schiphol en Volkel.

Vervanging MPR’s

Met kamerbrief 29-10-2014 [1] heeft minister van defensie Hennis besloten dat de oude MPR luchtverdedigingsradars per 2017 worden vervangen door Thales Nederland. Ook al het onderhoud van deze systemen zal aan Thales Nederland worden uitbesteed.

De vervangers worden twee Signal Multibeam Acquisition Radars for Targeting – Longrange Ground Based (Smart-L GB), een sterkere variant van de reeds bij de marine op LC fregatten geplaatste Smart – L E(arly) W(arning) C(apability) radar.

Bij de toekomstige plaatsing wordt rekening gehouden met verplaatsingen waarbij het mogelijk moet zijn een radar binnen vrij korte tijd elders op te bouwen.

De Thales Smart- L GB heeft een hoge Electronic Counter Counter Measure (ECCM) bestendigheid, een hoge reactiesnelheid en lock-on capaciteit bij grootschalige aanvallen met meerdere doelen. Dit maakt hem bij uitstek geschikt voor detectie van zeer kleine “stealth” luchtdoelen op middellange afstand (vliegtuigen, ballistische raketten en kruisvluchtwapens); conventionele vliegtuigen op lange afstand; de begeleiding van patrouillevliegtuigen en waarnemingen tot op grondhoogte.

Technische gegevens:

  • Waarnemingsbereik tegen ballistische raketten - 2000 km
  • Bereik tegen luchtdoelen - 480 km
  • Bereik tegen gronddoelen - 60 km
  • Minimaal bereik - 5 km
  • Verwerkingscapaciteit - 1000 tracks
  • Maximum elevatiebereik in Search and Track mode - 70˚; in Active Tracking mode - 90˚ (missiles)
  • Frequentieband - D-band (5 sec puls)
  • Electronische stabilisatie
  • Automatisch werkende ingebouwde test mogelijkheden
  • Beam breedte 2.2˚
  • Geintegreerde IFF antenne - modes 5 en S
  • Rotatiesnelheid antenne – 12 rpm
  • Gewicht - 8 ton

Trivia[bewerken]

  • In 2009 drongen actievoerders het AOCS-terrein binnen en bezetten twee radiomasten, waaraan ze een spandoek bevestigden om te protesteren tegen het 60-jarig bestaan van de NAVO.[2] Een maand later, op 21 maart, vond een soortgelijke actie van Ontwapen! plaats.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • Afd. Luchtmachtvoorlichting HHKLu
  • AOCS NM Stafgrp Voorlichting Externe Betrekkingen
  • Boekwerk 50 jaar Nederlandse Gevechtsleiding, 2003, 2e druk
  1. [Kamerbrief over het project vervanging Medium Power Radar (MPR)].
  2. Bezetting masten blijkt kinderspel. De Stentor, 14 februari 2009