Akkerdistel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Akkerdistel
Akkerdistel
Akkerdistel
Taxonomische indeling
Rijk: Plantae (Planten)
Stam: Embryophyta (Landplanten)
Klasse: Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade: Bedektzadigen
Clade: 'nieuwe' Tweezaadlobbigen
Clade: Campanuliden
Orde: Asterales
Familie: Asteraceae (Composietenfamilie)
Onderfamilie: Cichorioideae
Geslachtengroep: Cardueae
Geslacht: Cirsium (Vederdistel)
Soort
Cirsium arvense
(L.) Scop. (1772)
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De akkerdistel (Cirsium arvense) is de in Nederland meest voorkomende vederdistel. De soortaanduiding arvense betekent akker. De Nederlandstalige naam komt dus overeen met de botanische naam.

Botanische beschrijving[bewerken]

De stengel van deze 60-120 cm hoge plant is niet of nauwelijks gevleugeld, en niet sterk vertakt. De stengel is in het bovenste deel niet gevleugeld. De plant heeft meestal meer dan vier bloemhoofdjes. De stengel groeit vanuit een wortelstok. De aan de bovenzijde donkergroene bladeren kunnen aan de onderzijde zilverig wit zijn. Aan de bovenzijde zijn ze kaal en glanzend.[1] De lancetvormige bladeren zijn gestekeld, en of veerspletig en gekroesd, of plat en ongedeeld. De bloemhoofdjes zijn langgesteeld in schermvormige pluimen, al is het schermvormige hiervan niet altijd even goed te herkennen. De bloemhoofdjes bloeien in een lichtpaarse, soms bijna witte kleur van juni tot en met september. De plant is vaak tweehuizig, waarbij de mannelijke bloemhoofdjes iets groter zijn dan de vrouwelijke bloemhoofdjes.[2] Het haar van de pappus is evenals bij andere vederdistels geveerd, dat wil zeggen van zijhaartjes voorzien. Hiervoor is wel een sterke loep nodig.[2] De omwindselbladen van het bloemhoofdje zijn afstaand maar niet teruggeslagen.[2]

Ecologie[bewerken]

Een putter op zoek naar zaden van de akkerdistel

De akkerdistel komt voor op open, vochtige, zeer voedselrijke, omgewerkte grond. De grond mag hierbij licht brak zijn. Hiernaast kan ze op droge voedselrijke bodem voorkomen. Ze behoort tot de plantengemeenschap Atriplici-Cirsietum arvensis.[2] De akkerdistel maakt ondergrondse stengels (rizomen). Stukjes rizoom kunnen weer een plant vormen, waardoor de plant een zeer lastig onkruid is. Ze wordt dan ook wel boerenplaag genoemd. De akkerdistel is te bestrijden door maaien vóór de bloei en door een akkerdistelvrije zone van 50 m tot akkerland of weiland aan te houden.[3] Landbouwers hebben veel last van akkerdistels in aangrenzende natuurgebieden. De plant wordt vanwege de aanwezige nectar door de honingbij, de kortsprietwespbij (Nomada fucata), de gewone koekoekshommel (Psithyrus campestris) en de aardhommel (Bombus terrestris) bezocht. Hiernaast bieden de lastig toegankelijke distelhaarden broedplaatsen aan meerdere vogelsoorten, onder meer putter, vink en veldleeuwerik.[4]

Afbeeldingen[bewerken]

Externe link[bewerken]

Wikibooks Wikibooks heeft een studieboek over dit onderwerp: Ecologisch tuinieren - Akkerdistel.
Bronnen, noten en/of referenties