Akkoord van Achterveld

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De St.-Josephschool waar de onderhandelingen plaatsvonden

Het Akkoord van Achterveld was een overeenkomst tussen de geallieerden en de bezettende Duitse autoriteiten om uitgebreide voedselhulp voor verhongerend westelijk Nederland toe te staan. Het Akkoord vormde de aanloop tot de capitulatie van de Duitsers.

Het werd bereikt te Achterveld op 28 en 30 april 1945. Aan de onderhandelingen namen officieren met minimaal de rang van generaal uit de Verenigde Staten, Canada, Verenigd Koninkrijk, Rusland en Nederland deel. De enige keer in de geschiedenis dat er in dit dorp mensen van dit kaliber rond een tafel zaten.

Het nevendoel van de bijeenkomst was wat betreft de geallieerden om de onwillige Duitsers tot capitulatie te bewegen. Het akkoord wordt ook wel de Voedselconferentie van Achterveld genoemd. Het leidde tot de opzet en uitvoering van Operation Manna, de naam die de geallieerden kozen voor de voedseldroppings.

Achtergrond[bewerken]

Aan het einde van de Hongerwinter vonden in de toemmalige St.-Josephschool (op de Jan van Arkelweg 6, in het gebouw bevindt zich nu buurtcentrum De Moespot) onderhandelingen tussen de hoogste Geallieerde generaals en de hoogste Duitse functionarissen over de capitulatie en voedseldroppings voor hongerend en koulijdend West-Nederland plaats. Daaraan waren meestal in Den Haag vooraf gegaan uitvoerige besprekingen op ambtelijk niveau tussen hogergeplaatste Duitsers, onder wie gouverneur Seyss-Inquart, Generalsekretär Wimmer met onder andere het College van Vertrouwensmannen, zoals Drees, die direct met de Nederlandse regering in Londen in verbinding stonden, wat bij de Duitsers volgens Nederlandse historici wel bekend was, maar wat zij onder de omstandigheden oogluikend toelieten.

Uitgangspunten[bewerken]

Uiteindelijk werd er tussen geallieerden en Duitsers afgesproken dat er een ontmoeting zou komen vlak bij de frontlijn achter Amersfoort; dat werd het dorpje Achterveld. Het ging om twee bijeenkomsten: op zaterdag 28 en maandag 30 april 1945 als resultaat van een voorstel van de Hitlers stadhouder in Nederland, Seyss-Inquart. Deze wilde afzien van vernielingen, executies en inundaties in West-Nederland en voedseldroppings toestaan, mits de geallieerden de Randstad niet zouden aanvallen. De geallieerden wilden daar zeker aan voldoen, omdat zij steeds al bezwaren hadden gehad tegen een militaire verovering van de Randstad vanwege de burgerdoden die dat zou kosten. Wel was via de Nederlandse regering en met name premier Gerbrandy steeds meer druk op Churchill uitgeoefend om de Nederlandse hongersnood te lenigen. Churchill steunde dat en gaf een dringend verzoek door aan de geallieerde opperbevelhebber, generaal Eisenhower, die dit weer doorgaf aan generaal Bedell Smith.

De geallieerden wensten daarom meer droppings met vliegtuigen, en ook aanvoer met schepen en vrachtwagens; bovendien moesten de gesprekken over de Duitse capitulatie beginnen.

Deelnemers[bewerken]

Er was eerst een voorbereidende bijeenkomst op zaterdag 28 april, waaraan alleen de Duitse generaal Schwebel deelnam plus een Duitse ambtenaar. Seyss-Inquart kwam op maandag 30 april met de generaals Schwebel en Reichelt (chef-staf van de Duitse militaire bevelhebber over bezet Nederland generaal Blaskowitz), generalkommissar Friedrich Wimmer en ambtenaar Liese (van de Liese-Aktion) en zeven hoge Nederlandse ambtenaren, onder wie secretaris-generaal Hans Hirschfeld en de hoge ambtenaar Louwes, die over voedseldistributie gingen. Prins Bernhard nam ook deel en er waren twee Russische waarnemers.

Onder leiding van luitenant-generaal Walter Bedell Smith, Amerikaan, vertegenwoordiger van generaal Eisenhower, namen aan de onderhandelingen deel de volgende generaals:

  • Harry Crerar, de opperbevelhebber van het Canadese legerkorps
  • Francis de Guingand, Brit, chef-staf van Montgomery
  • Alexander Galloway, Brit, van Montgomery's 21st Army Group
  • Andrew Geddes, Brits RAF air-commodore, belangrijk organisator van de voedseldropping waaronder die van Operatie Manna op 29 april 1945
  • Charles Foulkes, de Canadese bevelhebber in Nederland, die op 5 mei 1945 de capitulatie van de Duitsers in Wageningen in ontvangst nam
  • Hugh Webb Faulkner, Brits schout-bij-nacht
  • George Kitching, Canadees, vice-chef-staf van generaal Crerar
  • Kenneth Strong, Brit, uit Reims, chef van de inlichtingenafdeling van het geallieerde hoofdkwartier SHAEF
  • Iwan Susloparow, Rus, namens de Sovjet-Unie
  • Edgar Williams, Brit, chef-staf inlichtingen van Montgomery.

Daarnaast namen nog deel volgens de plaquette in Achterveld de officieren kapitein Gooding, mogelijk brigadegenraal Galbride, lt-kol P.H. Tedman (Canadees), lt-kol J. Weidemann (Can.), kol. I. Zenkovitsch (SU).

Er werden niet alleen afgesproken dat er verruimde voedseltransporten zouden plaatsvinden, maar ook werden er regelingen getroffen voor het openstellen van het gehele luchtruim boven Nederland plus de het vrijmaken van de Nieuwe Waterweg en de waterweg via Dordrecht en dat vanuit het dan geneutraliseerde Rhenen per dag 1000 ton levensmiddelen over de weg aangevoerd zou worden. De relatieve zwaarte van de delegatie van geallieerde zijde was bedoeld om meteen de capitulatie te regelen, wat echter niet geheel lukte.

Bedell Smith werd tijdens de onderhandelingen kwaad op Seyss-Inquart toen deze koppig deed. Hij zei toen Seyss-Inquart niet over een Nederlandse capitulatie wilde spreken: "En als u door uw koppigheid nog meer verliezen aan mensenlevens veroorzaakt bij de geallieerde troepen of de Nederlandse burgers, zult u uw straf moeten ondergaan, en u weet wat dat zal betekenen. U zult worden opgehangen." - "Dat laat me koud", zei Seyss-Inquart. "Dat zal het inderdaad", riposteerde Bedell Smith. Na het overleg trachtte generaal Schwebel buiten Seyss-Inquart alsnog over te halen toch in te gaan op de onderhandelingen over capitulatie, en ging terug naar Bedell Smith die er welwillend tegenover stond.

Op woensdag 2 mei 1945 werden de Protocollen van Achterveld ondertekend in Wageningen. De capitulatie vond drie dagen later, op 5 mei 1945, ook plaats in Wageningen.

Prins Bernhard[bewerken]

Prins Bernhard nam ook deel aan het overleg. Hij wilde als commandant van de Binnenlandse Strijdkrachten dat Bedell Smith met de Duitsers de vrijlating van Nederlandse politieke gevangen zou bespreken, maar dat wilde Bedell Smith niet, omdat hij over een algemene capitulatie wilde spreken met de Duitsers. De prins kreeg bij aankomst bij de school bloemen voor prinses Juliana, maar hij was vergeten dat zij op die dag jarig was. Hij bracht sloffen sigaretten en een fles gin mee, die hij uitdeelde aan de Nederlandse delegatieleden.

Vrijheidsloop[bewerken]

Elke vijf jaar wordt er vanuit Wageningen rond 5 mei een vrijheidsloop georganiseerd naar Achterveld, ter herdenking van de onderhandelingen.

Bron