Al-Kamil

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Al-Kamil
± 1177 - 1238
Frederik (links) en Al-Kamil bezegelen de vrede met een handdruk.
Frederik (links) en Al-Kamil bezegelen de vrede met een handdruk.
Sultan van Egypte
Voorganger Al-Adil I
Opvolger Al-Adil II
Periode 1218-1238
Dynastie Ajjoebiden

Al-Kamil (Arabisch: الكامل) (volledige naam: al-Malik al-Kamel Naser al-Din Abu al-Ma'ali Muhammed) (c. 1177 – 6 March 1238) was een Koerdische heerser, de vierde Ajjoebid sultan van Egypte. Zijn vader Al-Adil I was de broer van Saladin en zoals Saladin was hij een man, die directe confrontaties vermeed en door onderhandeling een oplossing zocht. Als zijn vader stierf werd het Rijk onder zijn drie zonen verdeeld.

Vijfde kruistocht 1217-1221[bewerken]

Na het verlies van Jeruzalem in 1187 onder Saladin, probeerden de Pausen met een Derde Kruistocht en een Vierde Kruistocht de stad te heroveren; zonder resultaat. De Vijfde Kruistocht had een andere tactiek. Jan van Brienne haalde de kruisridders over om niet Jeruzalem, maar het hele rijk van de Ajjoebiden, die op dat moment Jeruzalem in hun bezit hadden, te veroveren. Hiertoe waren de kruisridders een verbond aangegaan met Izzeddin Keykavus I, de sultan van Rûm. Deze zou het Ajjoebiden-rijk in het noorden aanvallen zodat ze op twee fronten strijd moesten voeren. De bewoners van Jeruzalem hadden, nadat ze gehoord hadden dat de kruisvaarders in aantocht waren, snel de muren van hun stad gesloopt zodat de stad op een later tijdstip gemakkelijker op de kruisvaarders zou kunnen worden heroverd. De vloot van kruisvaarders was zich niet bewust van de makkelijke prooi die Jeruzalem op dat moment was en voer door naar Egypte. Besloten was namelijk om de Noord-Egyptische stad Damietta te veroveren, zodat daarna de rest van het door de Ajjoebiden geregeerde rijk kon worden ingenomen.

De toegang tot de stad via de Nijl was afgesloten met een grote zware ketting. Op 25 augustus 1218 wisten de Friezen deze ketting door te zagen en zo de stad binnen te dringen. Bij het horen van dit nieuws stierf Al-Adil I en zo kwam Al-Kamil aan de macht. Nu de ketting was gebroken liet de sultan snel een paar van zijn schepen zinken zodat de stad niet via de haven kon worden aangevallen en deed de kruisvaarders een aanbod. In ruil voor een vertrek uit Egypte bood hij hun het Koninkrijk Jeruzalem aan minus twee strategische kastelen. Jan van Brienne, de koning van Jeruzalem, zag dit wel zitten, maar Pelagius, de pauselijke afgezant, die zich bewust was van de kwetsbaarheid van Jeruzalem, hield het uit naam van de paus tegen. Na het debacle van de Vierde Kruistocht had de paus namelijk besloten dat een kruistocht weliswaar door ridders moest worden uitgevoerd, maar door de kerk moest worden geleid. Pelagius stuurde Franciscus van Assisi naar de sultan om te onderhandelen en eiste de onvoorwaardelijke overgave van de sultan. Al-Kamil bood nog aan om 30.000 goudstukken voor de kastelen te betalen, maar de partijen kwamen niet verder tot elkaar. In 1219 viel de stad. De Egyptische sultan al-Kamil stelde daarop opnieuw voor om Damiatta te ruilen voor Jeruzalem. Dit keer inclusief de strategische kastelen, het kruis waaraan Jezus gestoven was, een geldbedrag om de muren van Jeruzalem te herstellen en een bestand van 30 jaar. De meeste kruisridders waren ingenomen met dit sterk verbeterde voorstel, maar de pauselijke afgezant Pelagius weigerde. Niet door onderhandelingen maar door strijd moest Jeruzalem worden ingenomen. Toen Willem I van Holland dit hoorde ontstak hij in woede en stuurde zijn vloot terug naar huis.

Wachten op de keizer. Pelagius wist dat wanneer Keizer Frederik II met zijn leger in Egypte zou arriveren, het rijk van de Ajjoebiden waarschijnlijk zou vallen. 1220, Jan van Brienne was inmiddels teruggekeerd naar Akko. In het voorjaar van 1221 was Frederik nog steeds niet gereed, hij had waarschijnlijk weinig zin om zich te onderwerpen aan Pelagius. Op 9 juli vertrok een deel van het leger vanuit Damietta naar Caïro. Pelagius was van diverse kanten gewaarschuwd over de grillen van de Nijl en het dus onverstandig was om aan te vallen. De kardinaal was er echter van overtuigd dat ze met de hulp van God zouden overwinnen en negeerde alle waarschuwingen. Eind juli zette de sultan de sluizen open en het leger van de kruisridders bevond zich plotseling op een eiland. Pelagius liet zijn leger in de steek door te vluchten in een boot. Het achtergebleven leger moest het pas veroverde Damietta opgeven in ruil voor een vrije aftocht. Ontgoocheld keerden de ridders terug naar huis.

Zesde kruistocht 1228-1229[bewerken]

Na tweemaal te zijn geëxcommuniceerd vertrok Frederik II op kruistocht. Door zijn band met Sicilië was hij gefascineerd door de Islamitische cultuur (zie Arabisch-Normandische kunststijl) en had hij geen zin in een directe oorlog. De onderhandelingen tussen de Keizer en Al-Kamil zijn legendarisch. Het liep uit op een compromis, dat inhield dat de moslims Jeruzalem onder hun hoede kregen, maar dat de christenen vrije doortocht hadden naar hun heilige bedevaartplaatsen. Beide partijen waren tevreden en Frederik keerde weer huiswaarts.

Laatste jaren[bewerken]

Intussen was zijn broer al-Mu'azzam, emir van Syrië en Palestina gestorven en hadden het Sultanaat van Rûm en de Khwarazmiden, beiden Turken, een verbond gesloten. De laatste tien jaar was hij in de weer om het noorden van zijn rijk veilig te stellen. In 1238 werd uitgeroepen als Emir van Damascus.

Bronnen[bewerken]

  • Humphreys, R. Stephen, From Saladin to the Mongols: The Ayyubids of Damascus 1193-1260