Al wat schittert

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Al wat schittert (Engelse titel: The Luminaries) is de tweede roman van de Nieuw-Zeelandse schrijfster Eleanor Catton. Het boek won in 2013 de Booker Prize. Op dat moment was deze prestigieuze prijs niet eerder vergeven aan zo'n lijvig boek (832 pagina's) of zo'n jonge auteur (28 jaar).

Beschrijving[bewerken]

Al wat schittert is een roman min of meer in de stijl van talloze Victoriaanse auteurs en die herinnert aan schrijvers als Charles Dickens. Het verhaal speelt zich in 1866 af in de goudvelden bij Hokitika op het Nieuw-Zeelandse Zuidereiland. Een jonge Schotse gelukzoeker, Walter Moody, raakt verwikkeld in plaatselijke aangelegenheden als hij in de rookkamer van zijn hotel de conversatie van twaalf daar verzamelde mannen aanhoort. Deze personen zijn op de een of andere manier allemaal betrokken bij een aantal merkwaardige gebeurtenissen in de voorbije weken. De twaalf personages vertegenwoordigen elk een teken van de dierenriem. Het hoe en waarom van de vreemde gebeurtenissen wordt in het boek in twaalf steeds korter wordende delen uiteen gerafeld, met steeds een ander personage als de centrale spil van het verhaal.

Hieronder de twaalf verzamelde mannen met hun bijbehorende sterrenbeeld:

  • Te Rau Tauwhare (jadezoeker): Ram
  • Charlie Frost (bankbediende): Stier
  • Benjamin Lowenthal (krantenman): Tweelingen
  • Edgar Clinch (hotelier): Kreeft
  • Dick Mannering (goudeveldmagnaat): Leeuw
  • Quee Long (goudsmid): Maagd
  • Harald Nilssen (commissionair): Weegschaal
  • Joseph Pritchard (apotheker): Schorpioen
  • Thomas Balfour (cargadoor): Boogschutter
  • Aubert Gascoigne (rechtbankklerk): Steenbok
  • Sook Yongsheng (solitair): Waterman
  • Cowell Devlin (predikant): Vissen

Externe links[bewerken]