Alanen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nuvola single chevron right.svg Voor het eiland, zie Alanen (eiland).
Leefgebied van de Alanen en hun buurvolken in de 1ste eeuw v.Chr.

De Alanen (Grieks: Alanoi, Latijn: Alani, Halani) waren een Iraanse nomadenstam, die deel uitmaakte van het volk der Sarmaten en nauw verwant was aan een andere stam, de Roxolanen.

Hun taal behoorde tot de noordoostelijke tak van de Iraanse talen, samen met het Sogdisch en het daarvan afstammende Yaghnobi. Behoudens de Ossetisch sprekende Osseten en een zeer klein aantal Yaghnobi is die tak nu vrijwel uitgestorven.

De naam "Alanen" is waarschijnlijk óf aan het woord "Ariërs" (dat van Iraanse afkomst is). Het is verwant aan de naam "Iron", waarmee hun Ossetische nazaten zichzelf aanduiden. De naam "Osseten" op haar beurt is afgeleid van het Griekse "Aorsi" (Russisch "Jasy", Georgisch "Ossi"), een andere naam waaronder de Alanen bekendstonden.

Ammianus Marcellinus beschouwde de Alanen als de afstammelingen van de Massageten.

Geschiedenis[bewerken]

Oorspronkelijk afkomstig uit het noorden van Kazachstan, vestigden de Alanen zich in de 1ste eeuw in de steppe tussen de Dnjepr, de Don en de Oeral, alsmede in de Noord-Kaukasus. In de eeuwen daarna zwierven de Alanen uit over grote delen van Europa, Klein-Azië en Noord-Afrika.

Inval in Parthië[bewerken]

De Alanen waren een geducht ruitervolk en zij bleken zelfs hun Perzische verwanten op dat punt de baas toen zij in de jaren 72-75 via de Kaukasus Armenië en Atropatene binnenvielen. Zij bleken nauwelijks tegen te houden en namen bijna Trdat van Armenië gevangen. De Parthen deden zelfs -tevergeefs- een beroep op de Romeinse buren om hulp. Vespasianus had echter geen zin in een avontuur en vond de verzwakking van de Parthen niet zo'n slechte zaak. Toen Valakhs II zijn vader opvolgde in 77 liep de invasie al op zijn einde, maar voor het Parthische Rijk begon een verwarde periode. De Alanen waren bezig zich beladen met buit en slaven terug te trekken, hoewel er ook een aantal in Albania en Atropatene achterbleven, waar zij echter al snel assimileerden omdat zij qua taal en cultuur tamelijk verwant waren aan de Perzen. Dit versterkte het Iraanse element in het Kaukasus gebied.

Trek naar het westen[bewerken]

Toen een deel van de Alanen zich later aansloot bij de Germaanse stammen zullen deze ongetwijfeld veel op het gebied van de oorlogvoering te paard van hen hebben kunnen leren. Sommige Alanen trokken verder naast het westen en een deel van hun ruiterij, de Jazygen werd in 175, nadat zij door Marcus Aurelius in Pannonia verslagen waren naar Britannia verbannen. Zij vestigden zich in Chester, Ribchester en aan de Muur van Hadrianus. Er zijn door hen elementen van de zoroastrische en Iraanse mythologie in de Keltische folklore terechtgekomen. [1]

Invallen in het Romeinse Rijk[bewerken]

De trek van de Alanen gedurende de vroege Middeleeuwen.
In het rood: belangrijkste migraties; oranje: militaire expedities; geel: vestigingsgebieden

Omstreeks 370 werden de Alanen overweldigd door de Hunnen. Ze vielen uiteen in verschillende groepen, van wie sommigen naar het Westen vluchtten. Op 31 december 406 bevond zich een grote groep Alanen aan de oostelijke oever van de Rijn ter hoogte van Mainz. Een gedeelte onder leiding van Respendial sloot zich aan bij de Vandalen en Sueven die Gallië binnenvielen. Een ander deel onder leiding van Goar trad in Romeinse dienst als foederati. Vijf jaar later zouden deze Alanen samen met de Bourgonden de usurpator Iovinus steunen.

Tot 418 bestond op het Iberisch Schiereiland een Alaans koninkrijk, waaraan volgens incourantere theorieën Catalonië (Got-Alanië) haar naam dankt; in 429 sloten de Alanen zich aan bij de Vandaalse expeditie naar Noord-Afrika. Later is door Justinianus een eind aan dit Vandaals-Alaanse koninkrijk gemaakt

De achterblijvers[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Alanië en Osseten voor de hoofdartikelen over dit onderwerp.

De oostelijke tak van de Alanen, die in streken van de Oekraïne en aan de voet van de Kaukasus achterbleven bleven onder de heerschappij van de Hunnen. In de vroege middeleeuwen werden ze bekeerd tot het christendom onder Georgische en Byzantijnse invloed. In de achtste eeuw verscheen er in de noordelijke Kaukasus een stabiel Alaans koninkrijk dat zichzelf, volgens historische bronnen, Alanië noemde. Dit koninkrijk lag ruwweg op de plek van het latere Circassië en het huidige Noord-Ossetië-Alanië. Op zijn hoogtepunt was Alanië een centraal geleide monarchie met een grote militaire macht, dat profiteerde van de Zijderoute.

In de dertiende eeuw werden tijdens het bewind van de Mongolen de Alanen gedwongen om naar het zuiden te migreren, vanuit de noordelijke Kaukasus in en over het Kaukasusgebergte. Rond 1395 veroverden de troepen van Timoer Lenk de noordelijke Kaukasus en roeiden een groot deel van de Alaanse bevolking uit. De afstammelingen van de Alanen die zich in Kaukasusgebergte konden handhaven staan bekend als de Osseten.

Literatuur[bewerken]

  1. Shadows in the desert. Kaveh Farrokh. Osprey publications 2007. ISBN 978-1-84603-108-3, p.155-56