Leeuweriken
| Leeuweriken | |||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Kuifleeuwerik |
|||||||||||
| Taxonomische indeling | |||||||||||
|
|||||||||||
| Familie | |||||||||||
| Alaudidae Vigors, 1825 |
|||||||||||
| Leeuweriken op |
|||||||||||
|
|||||||||||
Leeuweriken (Alaudidae) vormen een familie uit de orde van zangvogels (Passeriformes) en de superfamilie Sylvioidea. De familie telt 98 soorten.
Inhoud |
[bewerken] Beschrijving
Gewoonlijk ziet men leeuweriken als ze al vliegend hun gezang laten horen. Ze nestelen op de grond. Door hun eenvoudig aardekleurig verenpak vallen ze daar nauwelijks op. Leeuweriken lopen of rennen, maar hippen niet. De lengte van de familie gaat van klein; 11 cm (zwartkruinvinkleeuwerik) tot middelgroot; 19 cm (kalanderleeuwerik). Ze eten zowel insecten als zaden. Sommige leeuweriken lijken veel op gorzen, maar ze hebben dunnere snavels en ze zijn met deze familie niet nauw verwant.
[bewerken] Taxonomie
De leeuweriken vormen als familie een goed te definiëren groep binnen de zangvogels met duidelijke gemeenschappelijke kenmerken. Traditioneel en nog steeds in veel vogelboeken en naamlijsten, worden ze aan het begin geplaatst van de orde van de zangvogels, in de buurt van de zwaluwen en de kwikstaarten en piepers. Uit DNA-onderzoek naar de taxonomie van de vogels blijkt dat de leeuweriken minder verwant zijn met deze families, maar fylogenetisch dichter staan bij de families buidelmezen en baardmannetjes, zoals ook blijkt in hun plaatsing binnen de IOC list.[1][2][3][4]
[bewerken] Soortenoverzicht
[bewerken] Literatuur
- Ton Lemaire: De leeuwerik. Cultuurgeschiedenis van een lyrische vogel, Amsterdam, Ambo, 2004. ISBN 9026318480
Bronnen, noten en/of referenties
|