Albert Eckhout

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Tapuia vrouw, kannibaal, met stuk been in haar mand, en hand in hand

Albert Eckhout (Groningen, circa 1607 - Groningen, circa 1665 of 1666) was een Nederlands portret- en stillevenschilder. Eckhout geldt als een van de eerste Europeanen die de bewoners van de Nieuwe Wereld vastlegde.

In 1636 reisde hij naar Nederlands-Brazilië op uitnodiging van Johan Maurits van Nassau-Siegen. Daar schilderde hij portretten van indianen, slaven en een mulat. Daarnaast is hij beroemd om zijn serie stillevens met Braziliaans groente en fruit en exotische dieren, die voorkwamen in de menagerie van de graaf in Mauritsstad. De schilderijen waren bestemd voor zijn paleis, genaamd Vrijburg, maar sierden later het Mauritshuis.[1]

Nederlands Brazilië[bewerken]

De dans van de Tapuya

Behalve de arts Willem Piso en de astronoom Georg Markgraf nam Johan Maurits ook de schilder Frans Post mee naar Brazilië. Eckhout richtte zich op de mensen, dieren en planten. Dat leverde acht levensgrote voorstellingen van inwoners van Brazilië op, twaalf stillevens en een groot doek met dansende indianen.

Eckhout keerde in 1644 terug naar Europa. Hij woonde in Groningen en Amersfoort. Barlaeus en Willem Piso maakten gebruik van de illustraties van Van Eckhout voor hun beschrijving van Brazilië, de Historia Naturalis Brasiliae. Van 1653 tot 1663 was Eckhout actief in Dresden en werkte voor Johan George II van Saksen. In 1664 verhuisde hij naar Groningen.

Nadat de Nederlanders de kolonie hadden opgegeven werd het grootste deel van het oeuvre van Eckhout door Maurits de Braziliaan weggeschonken aan zijn neef, de Deense koning Frederik III, waar hij aan het eind van zijn leven spijt van kreeg.

Vierentwintig werken bevinden zich in het National Museum van Kopenhagen, 700 tekeningen in Krakau, een aantal decoraties in het Museum Flehite in Amersfoort. Sommige van zijn schilderijen hebben als voorbeeld gediend voor een aantal gobelins.

Portretten[bewerken]

Wandtapijt naar schilderij van Albert Eckhout, slot Ehrenburg (Coburg)

Terwijl Post zich toelegde op de vervaardiging van landkaarten, het vastleggen van de fortificaties en landschappen, maakte Eckhout afbeeldingen van de inwoners en stillevens met exotische vruchten en groentes. Van zijn werk wordt gezegd dat dit het eerste realistische beeld geeft van de indiaanse bevolking. De geportretteerde indianen maakten deel uit van de Tupi en de Tupaya-stam. De Tupi's werden gezien als indianen die het dichtst bij de Europeanen stonden. Op de schilderijen zijn ze gekleed afgebeeld en poseren ze in een gecultiveerde omgeving. De dans van de Tupaya-indianen laat daarentegen naakte, wilden zien, omringd door wilde dieren, wat veel meer beantwoordde aan het beeld dat in Europa van de indianen bestond, namelijk dat het kannibalen waren.

Stillevens[bewerken]

De serie van twaalf stillevens van Eckhout zijn om verschillende redenen uniek. Ten eerste geven ze een beeld va de overvloedige opbrengst van Brazilië, ten tweede zijn het de enige stillevens die bekend zijn uit de zeventiende eeuw die een (bewolkte) hemel als achtergrond hebben.

Referenties[bewerken]

  1. Ze waren bestemd om de interesse van graaf Johan Maurits in natuurlijke historie vast te leggen. De uitzonderlijke collectie raakte verspreid over diverse Europese vorstelijke hoven.

Bron[bewerken]

  • Parker Brienen, R. (2006) Visions of Savage Paradise. Albert Eckhout, Court Painter in Colonial Dutch Brazil.

Externe link[bewerken]