Albert Kluyver

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Albert Jan Kluyver, geboortenaam gespeld als Kluijver (Breda, 3 juni 1888 - Delft, 14 mei 1956) was een Nederlandse microbioloog, botanicus en biochemicus.

Levensloop[bewerken]

Kluyver kwam ter wereld als de zoon van hoogleraar wiskunde Jan Cornelis Kluijver en Marie Honigh. Op 29 juli 1916 trouwde hij met Helena Johanna Lutsenburg Maas, met wie hij drie dochters en twee zoons kreeg.

Kluyver studeerde chemische technologie. Hij promoveerde op 26-jarige leeftijd met zijn proefschrift Biochemische suikerbepaling bij professor G. van Iterson, nadat hij van 1911 tot 1916 assistent was op het Laboratorium voor microscopische anatomie. Vervolgens verbleef hij van 1916 tot 1919 in Nederlands-Indië, waar hij nijverheidsconsulent was op Java. Daarna voerde hij een onderzoek uit naar de klappervezelbereiding (kokosvezel) op Malakka en Ceylon en leidde hij het laboratorium van de NV Oliefabrieken Insulinde in Bandoeng.

Van 1920 tot aan zijn dood in 1956 was Kluyver hoogleraar microbiologie aan de Technische Universiteit Delft. Hij was daarmee de opvolger van Martinus Willem Beijerinck. Een van Kluyvers eerste leerlingen en assistent was Cornelius van Niel, die later de Delft School of Microbiology naar de Nieuwe Wereld bracht.

Van Niel bewees in 1930 ook de biochemische overeenkomst tussen de bacteriële fotosynthese en die van algen en planten. De inzichten die beide studies van bacteriën opleverden, leidden in 1936 tot de classificatie volgens het Kluyver-Van Nielsysteem.

In 1935 richtte Kluyver samen met L.S. Ornstein (en financiële steun van de Rockefeller Foundation) de Biofysische Werkgroep Utrecht-Delft op

Kluyver werd in 1926 benoemd tot lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW). Van 1947 tot 1954 was hij daarvan bovendien president. Kluyvers werk op de KNAW leidde onder meer tot de oprichting van het Reactorcentrum Nederland. In 1953 werd Kluyver onderscheiden met de Copley Medal.

Werk[bewerken]

Bio-energetica[bewerken]

Kluyver wilde de activiteiten van de Delftse onderzoeksgroep uitbreiden naar de gebieden van de metabole wegen en de bio-energetica. Samen met Hendrick Donker bracht hij in 1926 het artikel Die Einheit in der Biochemie uit. De daarin beschreven visie van biochemische eenheid is mogelijk zijn bekendste werk. Kluyver toonde daarmee aan dat zijn hypothese klopte; dat elk mechanisme, hoe groot of klein ook, op biochemisch niveau hetzelfde is.

Microbiologie[bewerken]

Kluyver wordt beschouwd als de grondlegger van de vergelijkende microbiologie en ontwikkelde (met zijn onderzoekers) een methode om schimmels zo te bewerken dat er onder meer antibiotica uit te winnen valt. Anno 2008 wordt deze nog steeds gebruikt.

Daarnaast was Kluyver één van de mensen achter het idee dat taxonomie op het niveau van microben gebaseerd moet zijn op zowel morfologie als op fysiologie, in plaats van alleen op het eerstgenoemde. Onderzoek naar verschillende gistingen waarmee organismen energie verkregen, leidde in 1928 tot een industriële productie van butaandiol 2,3, acetoïne en daaruit volgend diacetyl.

Bibliografie[bewerken]

  • Chemie der Zelle und Gewebe (1926)
Over Kluyer
  • A.F. Kamp publiceerde in 1959 een biografie over hem, genaamd Albert Jan Kluyver. His life and work.

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties