Albert Vinckenbrinck

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Preekstoel in de Nieuwe Kerk
Inschrijving der bedeelden, zandstenen reliëf.

Albert Jansz Vinckenbrinck (gedoopt Amsterdam[1], 29 maart 1605 - begraven aldaar, 3 november 1664) was een Nederlandse beeldhouwer.

Leven en werk[bewerken]

Vinckenbrinck was zoon van een uit Oost-Friesland afkomstige kistenmaker Jan Albertsz. Vinckenbrinck en Marike Goris Mans. Hij werd zelf vanaf zijn 25e vermeld als beeldhouwer of beeldsnijder.[2] Hij werkte vooral in hout en ivoor. Zijn oudst bekende werk is een ontwerp van een fontein van Bachus en Ariadne voor het Oude Doolhof op de hoek van de Looiersgracht en Prinsengracht.[3] Hij maakte voor deze tuin onder meer beelden van David en Goliath, die tegenwoordig in het Amsterdam Museum staan. In 1648 liet hij door Cornelis Holsteyn een portret maken, waarbij Vinckenbrinck zich presenteerde als 'Beelthouwer der Stadt Amstelredam'. Hij werd echter, voor zover bekend, nooit formeel tot stadsbeeldhouwer benoemd. Vinckenbrinck trouwde met Geertruyt Collaert. Hun zoon Abraham was beeldhouwer en heeft na het overlijden van zijn vader in 1664 diens werkplaats aan het Singel enige tijd voortgezet.[4]

Een bekend werk van Vinckenbrinck is de 13 meter hoge preekstoel van de Nieuwe Kerk, waar hij van 1649 tot 1664 aan werkte.[5]

Het Eindexamen Havo 2011 bevatte een vraag waarin een zandstenen reliëf over armenzorg van Albert Vinckenbrinck centraal stond.[6]

Zie ook[bewerken]

Bronnen

Noten

  1. Hij zou volgens de informatie van het Rijksbureau voor Kunsthistorisch Documentatie in Spaarndam zijn geboren
  2. Eisma, M. (1996) "Albert Jansz Vinckenbrinck, ontwerper en beeldsnijder" in Amstelodamum, januari/februari 1996, jaargang 83, nummer 1 (pdf)
  3. Spies, M. (2001) "Amsterdamse doolhoven. Populair cultureel vermaak in de zeventiende eeuw." in Literatuur 18 (2001), p. 70-78.
  4. Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie
  5. De Nieuwe Kerk Amsterdam: Preekstoel
  6. Geschiedenis, havo in 2011: Examen HAVO 2011 Tijdvak 1, Opgaven, vraag 7 + Bronnenboekje: bron 2