Albert de Vleeschauwer
Albert Jozef baron de Vleeschauwer van Braekel (Nederbrakel, 1 januari 1897 - Kortenberg, 24 februari 1971) was een Belgisch politicus en minister voor de Katholieke Partij en de CVP.
Inhoud |
[bewerken] Biografie
[bewerken] Vroege carrière
De Vleeschauwer was doctor in de rechten en advocaat en was een tijdlang medewerker en hoofd van de studiedienst bij de Boerenbond. Hij was hoogleraar aan de Katholieke Universiteit van Leuven (hij doceerde onder andere handelsrecht)en volksvertegenwoordiger in het arrondissement Leuven voor de Katholieke Partij en de CVP van 1932 tot 1961. De Vleeschauwer was minister van Koloniën (1938-1939 en 1939-1945), van Justitie (1940-1942), van Openbaar onderwijs (1942-1944), van Binnenlandse zaken (1949-1950) en van Landbouw (1958-1960).
[bewerken] Tweede Wereldoorlog
Na de Duitse inval op 10 mei 1940 vluchtte De Vleeschauwer met de Belgische regering naar Frankrijk. Toen duidelijk werd dat Frankrijk de strijd aan het verliezen was, besloot de regering op 15 juni om naar Engeland te vluchten. Maar een paar dagen later, toen Maarschalk Pétain aankondigde dat Frankrijk de wapens zou neerleggen, veranderde ze van idee. De ministers Camille Gutt, Marcel-Henri Jaspar en De Vleeschauwer verzetten zich daartegen en wilden toch doorvechten. Jaspar vluchtte op eigen houtje naar Engeland en werd daarvoor "uitgesloten" uit de regering. Gutt en De Vleeschauwer legden zich neer bij de regeringsbeslissing, maar De Vleeschauwer mocht toch uit Frankrijk vertrekken, met een speciaal statuut van "administrateur-generaal' van Belgisch-Congo en Ruanda-Urundi. Zijn opdracht was uitsluitend om de kolonie uit vreemde handen te houden. De toenmalige gouverneur-generaal van Congo, Pierre Ryckmans koos openlijke de kant van de geallieerden. De Vleeschauwer zag spoedig in dat hij zijn opdracht maar tot een goed einde kon brengen als hij de steun had van de Britten. Op 4 juli vertrok hij vanuit Lissabon naar Londen. Daar ontmoette hij Winston Churchill op 8 juli. Hij beloofde hem de steun van Belgisch Congo. Hij beloofde hem ook dat er meer Belgische ministers zouden volgen. Bij een ontmoeting aan de Frans-Spaanse grens in Le Perthus, op 2 augustus 1940, slaagde hij er in zijn collega's Paul-Henri Spaak en Hubert Pierlot te overtuigen. De angst dat de Britten in het andere geval een links-vrijzinnige vereniging rond Jaspar en Camille Huysmans als wettige regering in ballingschap zouden erkennen, motiveerde hem in zijn missie. Gutt hoefde men niet meer over te halen; deze reisde met hem mee terug naar Londen. Spaak en Pierlot zouden pas eind oktober 1940 in Londen arriveren. Al die tijd hielden Gutt en De Vleeschauwer onder hun twee de Belgische regering boven water aan de geallieerde zijde. Vanaf 31 oktober 1940 ging de vierkoppige regering Pierlot-Spaak-De Vleeschauwer en Gutt van start in Londen. Door de démarches van De Vleeschauwer kon het vooroorlogse kabinet o.l.v. Pierlot België en de kolonie in het kamp van de geallieerden houden waardoor koning Leopold III zijn politieke ambities moest matigen. In dit opzicht was de nochtans koningsgeziende politicus buiten zijn wil om anti-Leopoldistisch.
De Vleeschauwers "soortelijk gewicht" als minister van Koloniën was in Londen veel groter dan in Brussel. Immers de kolonie kon middelen en grondstoffen leveren voor de oorlogsvoering en zou ook een bron van inkomsten vormen voor de Belgische regering-in-ballingschap. De Vleeschauwers beleid was omstreden, zowel in Congo als in Londen. Om niet uit de gunst van Laken te vallen stuurde hij tegenstrijdige boodschappen uit om zich te verdedigen en om de koning van zijn trouw te verzekeren. Hij leek lange tijd de rol van scheidsrechter te willen spelen tussen de twee. Londen wilde de kolonie resoluut ondergeschikt maken aan de oorlogsvoering. In Congo probeerde men ook de eigen zelfstandige zakelijke en 'staatkundige' belangen te vrijwaren.
[bewerken] Na de oorlog
In juli 1945 na de bevrijding trok De Vleeschauwer resoluut de kaart van de Leopoldisten en daarmee openlijk afstand nemend van zijn mede-Londenaars. Daardoor kon hij in 1949 en 1950 tot aan de koningskwestie het ambt van minister van Binnenlandse Zaken bekleden.
In de koningskwestie was De Vleeschauwer een absoluut voorman van de Leopoldistische beweging, die koning Leopold onvoorwaardelijk steunde. Na onduidelijkheid over zijn betrokkenheid bij een faillissement van een koloniale onderneming verdween hij in 1960 van het voorplan nadat hij vanaf 1958 minister was van Landbouw. Toch werd hij later vrijgesproken in deze zaak. Als dank voor aan het land bewezen diensten verhief het Paleis hem in 1954 als baron in de adelstand.
[bewerken] Literatuur
- Bert Govaerts, Ik alleen! Een biografie van Albert De Vleeschauwer (1897-1971), Uitg. Houtekiet, 488 blz, 2012.
| Voorganger: Charles du Bus de Warnaffe |
Minister van Koloniën 1938-1939 |
Opvolger: Gaston Heenen |
| Voorganger: Gaston Heenen |
Minister van Koloniën 1939-1945 |
Opvolger: Edouard De Bruyne |
| Voorganger: Hubert Pierlot |
Minister van Openbaar Onderwijs 1942-1944 |
Opvolger: Victor de Laveleye |
| Voorganger: Piet Vermeylen |
Minister van Binnenlandse Zaken 1949-1950 |
Opvolger: Maurice Brasseur |
| Voorganger: Paul-Emile Janson |
Minister van Justitie 1940-1942 |
Opvolger: Antoine Delfosse |
| Voorganger: René Lefebvre |
Minister van Landbouw 1958-1960 |
Opvolger: Charles Héger |