Albert van Pruisen (1837-1906)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Albert van Pruisen

Frederik Willem Nicolaas Albert (of Albrecht) (Berlijn, 8 mei 1837 - Slot Kamenz, Kamieniec Ząbkowicki, 13 september 1906), prins van Pruisen, was een Pruisisch veldmaarschalk en regent van het hertogdom Brunswijk.

Levensloop[bewerken]

Albert was de zoon van Albert van Pruisen, een broer van Frederik Willem IV en van keizer Wilhelm I, en Marianne der Nederlanden, dochter van koning Willem I.

Hij nam in 1847 dienst in het Pruisische leger en maakte in de Duits-Deense Oorlog (1864) onder prins Frederik Karel de veldtocht in Sleeswijk mee. In de Pruisisch-Oostenrijkse Oorlog (1866) speelde hij een leidende rol als overwinnaar in de slagen bij Skalitz, Schweinschädel en Königgrätz. Hij leidde gedurende de Frans-Duitse Oorlog (1870-1871) de tweede gardekavaleriebrigade en maakte de slagen bij Gravelotte en Sedan mee. Op 24 december sloot hij zich met zijn troepen aan bij het leger van generaal Edwin von Manteuffel en nam deel aan de krijgsverrichtingen om Bapaume. Voor de operaties aan de Somme in januari 1871 was hem het opperbevel over meerdere regimenten toevertrouwd en nam hij deel aan de Slag bij Saint-Quentin van 19 januari. Na de oorlog werd hij luitenant-generaal en in 1874 tot bevelhebber van het tiende legerkorps in Hannover. In 1883 werd hij als opvolger van zijn oom Karel Herrenmeister van de Herrenmeister van de Johannieterorde.

Op 25 augustus 1878 maakte Koning Willem III der Nederlanden hem, in het kader van een huwelijk in de families Hohenzollern en Oranje-Nassau (namelijk dat van prins Hendrik met de 35 jaar jongere Maria Elisabeth Louise Frederika van Pruisen) tot commandeur in de Militaire Willems-Orde.

Albert werd in 1885 door de Brunswijkse landdag tot regent verkozen daar de wettige opvolger van de in 1884 zonder wettige nakomelingen gestorven hertog Willem, Ernst August II van Hannover, door Otto von Bismarck niet werd geaccepteerd.

Op 7 februari 1901 vertegenwoordigde prins Albert het Duitse Keizerrijk bij het huwelijk van de Nederlandse koningin Wilhelmina met hertog Hendrik van Mecklenburg.

Keizer Wilhelm II nam hem op in de exclusieve Wilhelm-Orde.

Huwelijk en kinderen[bewerken]

Albert was sinds 19 april 1873 gehuwd met Maria van Saksen-Altenburg, dochter van hertog Ernst I. Uit het huwelijk werden drie zoons geboren:

De componist[bewerken]

Prins Albert was ook componist. Het hele gezin was eng verbonden met de militaire muziek in Pruisen. Zijn vader Frederik Hendrik Albert heeft drie marsen van reizen meegebracht, die aansluitend in de Preußische Armeemarsch-Sammlung (Verzameling van militaire marsen van Pruisen) opgenomen werden (AM II, 150; AM II, 183 en AM III, 41). Zijn moeder Marianne der Nederlanden droeg in 1836 een Parademars voor de cavalerie (AM I, 21) voor deze verzameling bij. Zijn zuster Charlotte heeft zelfs vijf marsen voor deze verzameling gecomponeerd.

Prins Albert componeerde als commandant van de bereden troepen vanzelfsprekend een Kavallerie-Parademars, die als AM III, 62 in de verzameling opgenomen werd.

Voorganger:
Hermann von Görtz-Wrisberg
(president van de regentschapsraad)
Regent van Brunswijk
1885-1906
Opvolger:
Albert von Otto
(president van de regentschapsraad)
Voorganger:
Karel van Pruisen
Herrenmeister van de Johannieterorde
1883-1906
Opvolger:
Eitel Frederik van Pruisen