Albius Tibullus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Albius Tibullus is een Romeins elegisch dichter uit de 2e helft van de eerste eeuw v.Chr. Hij is de auteur van twee boeken elegieën en behoorde tot de elegiaci.

Tibullus bij Delia
Schilderij door Lawrence Alma-Tadema (1866)

Biografie[bewerken]

Tibullus, een tijdgenoot van Propertius, werd geboren tussen 54 en 49 v.Chr. te Pedum in Latium, en behoorde waarschijnlijk tot de Romeinse ridderstand. De akkerverdelingen van 41 v.Chr. hebben, net als bij Propertius, ook zijn vaderlijk bezit aangetast. Hij bezat evenwel ook naderhand nog een landgoed in de buurt van zijn geboorteplaats, zodat een getuigenis uit zijn werk dat hij weinig bemiddeld zou zijn eerder als een literaire fictie of een dichterlijke overdrijving op te vatten is. Hij behoorde tot de literaire kring van Valerius Messala Corvinus, die hij onder meer bij diens veldtocht in Aquitanië vergezelde. In deze kring is Tibullus zeker de meest toonaangevende dichter geweest, want werk van andere leden van de kring is ten onrechte op zijn naam terechtgekomen, in het zogenaamde Corpus Tibullianum.
Tibullus is niet oud geworden: hij overleed op jeugdige leeftijd in 19 v.Chr., in hetzelfde jaar als Vergilius.

De Elegieën[bewerken]

In het eerste boek van Tibullus' elegieën is zijn geliefde Delia, de Griekse vertaling van haar eigenlijke naam Plania, de centrale figuur.
In het tweede boek is het Nemesis, mogelijk dezelfde persoon als de Glycera uit een Ode (Carmina I, 33) van Horatius.
De overwegend liefdeselegieën worden door enkele andere thema's afgewisseld, bijvoorbeeld een feestlied ter ere van Messalinus, zoon van Messala, een beschrijving van een lentewijding, en een verjaardagsgedicht. In de elegie I, 10 zingt Tibullus zijn afgrijzen uit over de oorlog, terwijl hij het landleven in lyrische bewoordingen verheerlijkt.

Literaire betekenis[bewerken]

Tibullus schrijft helder, eenvoudig en melodieus. Zijn poëtische zeggingskracht werkt aanstekelijk, door een licht melancholische toon en de oproeping van een idyllische sfeer. De compositie van zijn metrisch gave gedichten is niet strak. Véél minder dan bij Propertius het geval is, streeft Tibullus ernaar mythologische geleerdheid in zijn composities te verwerken.

Zijn verzen verraden de zachtheid van zijn karakter. Tibullus verfoeit oorlog, geweld en strijd, en hiermee gecombineerd is een motief dat bij deze zachte, introverte persoonlijkheid past: de angst voor de dood.

Het Corpus Tibullianum[bewerken]

In het Corpus Tibullianum zijn ook enkele andere gedichten opgenomen.
De eerste zes elegieën van het 3e boek zijn van de hand van een zekere Lygdamus, hoogstwaarschijnlijk een pseudoniem. In Tibulliaans getinte taal wordt er diens ongelukkige liefdesleven met ene Neaera in beschreven.
Een elegieënreeks in het 4e boek, die de liefde van Messala's nicht Sulpicia tot Cerinthus bezingt, bestaat uit twee gedeelten: de 2e tot en met de 7e zijn waarschijnlijk van Tibullus zelf, de volgende tot en met de 12e zijn van de dichteres Sulpicia.


Voor de Latijnse teksten van Tibullus en het Corpus Tibullianum: klik hier


Gerelateerd onderwerp: Latijnse literatuur