Albrecht II van Saksen
| Albrecht II van Saksen | ||
| rond 1250 - 1298 | ||
| Hertog van Saksen-Wittenberg | ||
| Periode | 1260-1298 | |
| Voorganger | Albrecht I | |
| Opvolger | Rudolf I | |
| Vader | Albrecht I van Saksen | |
| Moeder | Helena van Brunswijk | |
Albrecht II van Saksen (Wittenberg, rond 1250 - Aken, 25 augustus 1298) was een zoon van Albrecht I van Saksen en Helena van Brunswijk.
Na de dood van Albrecht I van Saksen namen zijn zoons Albrecht en Johan gezamenlijk het bestuur over Saksen waar. Johan bestuurde vooral het latere gebied Saksen-Lauenburg en Albrecht het latere Saksen-Wittenberg.
Albrecht had het keurrecht en koos in 1273 voor keizer Rudolf I, waarop deze de hand van zijn dochter Agnes van Habsburg aan Albrecht schonk. Nadat Johan I van Saksen-Lauenburg troonsafstand had gedaan, ten voordele van zijn zoons, werd Albrecht voogd van de minderjarige kinderen van zijn broer. In 1290 werd Albrecht graaf van Brehna en in 1295 graaf van Gommeren. In 1298 vroeg hij voor zijn zoon Rudolf aan keizer Rudolf I de belening van het paltsgraafschap Saksen, hetgeen aanleiding gaf tot een lange strijd met het Huis Wettin. Toen het graafschap Brehna openviel, wees de keizer dit toe aan Albrechts zoon Rudolf.
Uit zijn huwelijk met Agnes van Habsburg had hij de volgende kinderen:
- Rudolf I van Saksen (-1356)
- Otto
- Anna (-1327), in 1308 gehuwd met markgraaf Frederik de Lamme van Oostland (1293-1315), en met hertog Hendrik II van Mecklenburg (-1329)
- Elisabeth (-1341), in 1317 gehuwd met Obizzo III van Este
- Wenceslaus (-1327), domheer in Halberstadt
- Albrecht (-1342), bisschop van Passau.