Albrecht IV van Brunswijk-Osterode
| Albrecht IV van Brunswijk-Osterode | ||
| 1419-1485 | ||
| Hertog van Brunswijk-Grubenhagen | ||
| Periode | 1427-1485 + Hendrik III en Ernst | |
| Voorganger | Erik I | |
| Opvolger | Filips I | |
| Hertog van Brunswijk-Osterode | ||
| Periode | 1452-1485 | |
| Voorganger | Otto VIII | |
| Opvolger | Filips I | |
| Vader | Erik I van Brunswijk-Grubenhagen | |
| Moeder | Elisabeth van Brunswijk-Göttingen | |
| Dynastie | Welfen | |
Albrecht IV van Osterode of van Brunswijk-Grubenhagen (1-11-1419- 15-8-1485) was de derde zoon van hertog Erik I van Brunswijk-Grubenhagen en Elisabeth van Brunswijk-Göttingen.
Bij het overlijden van zijn vader in 1427 was hij nog minderjarig, waardoor Otto VIII van Brunswijk-Osterode tot 1440 de voogdij waarnam voor hem en zijn broers Hendrik en Ernst.
Vanaf 1440 regeerden Albrecht en zijn broers gemeenschappelijk tot bij de dood van Hendrik in 1464. Ernst werd toen geestelijke en Albrecht nam de voogdij op voor zijn neef Hendrik IV van Brunswijk-Grubenhagen, de zoon van zijn broer Hendrik (III). Bij de meerderjarigheid van Hendrik (IV) werd overengekomen dat Albrecht Herzberg en de burcht vanOsterode kreeg, Hendrik (IV) de Heldenburg behield, maar de burcht Grubenhagen en de steden Osterode en Einbeck gemeeenschappelijk bleven.
Albrecht was gehuwd met Elisabeth van Waldeck, dochter van graaf Volrath van Waldeck, en werd vader van;