Alchemie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
The Alchemist, Joseph Wright of Derby (1771), Museum and Art Gallery, Derby. Het schilderij toont Hennig Brand die zojuist het lichtgevende fosfor heeft bereid.
Het laboratorium van de alchemist, Hans Vredeman de Vries, circa 1595
Fragment uit een 17e-eeuws alchemistisch boek. De astrologische symbolen vormen de sleutel voor de te gebruiken metalen en andere substanties tijdens het alchemistisch proces. Zo staat Saturnus symbool voor lood, Maan voor zilver en Zon voor goud.
Hermes Trismegistus met caduceus, middeleeuwse prent.

Alchemie of alchimie (van het Arabisch: الكيمياء, al-kimia) is een discipline, bestaande uit zowel natuurfilosofie als praktijk, die in veel verschillende culturen uit vroeger tijden voorkomt. Zo waren er alchemisten in het Oude Egypte, in het China van Lao Tzu, in het hellenistische Griekenland van Alexander de Grote en in de 10e eeuw in het Midden-Oosten. Alchemie vond in Europa ingang vanaf de twaalfde eeuw, vooral via Arabische bronnen. In (West-)Europa werd alchemie echter vooral invloedrijk en populair in de Vroegmoderne Tijd. Traditioneel is alchemie sinds de Oudheid veelal geassocieerd met de zoektocht naar de Steen der wijzen, waarmee gewone metalen veranderd konden worden in edele metalen (goud en, minder frequent, zilver). Dit staat bekend als transmutatie. Alchemie is echter ook verbonden met geneeskunde en farmacie (paracelsianisme, iatrochemie), technologische ontwikkeling en scheikunde,[1] en zeker in het vroegmoderne (West-)Europa is het niet altijd eenvoudig deze disciplines strikt van elkaar te scheiden.

Met name sinds de negentiende eeuw is tevens het idee ontstaan dat alchemie, de zoektocht naar de Steen der wijzen en alchemistische metaforen soms draaien om spirituele groei en de wens om verlichting, of zelfs de zoektocht naar onsterfelijkheid. Tevens is het sindsdien verbonden met occultisme in zijn geheel, waarbij alchemie veeleer gezien wordt als irrationeel, voornamelijk abstract en verbonden met bijgeloof en magie.[2][3] Het recente werk van L.M. Principe verwerpt de 'spirituele interpretatie' van de alchemie als een product van de Victoriaanse occulte visie, die ook een psychologische uitloper kreeg in het onderzoek dat Carl Gustav Jung over alchemie deed. Andere moderne onderzoekers, zoals bijvoorbeeld George Calian, wijzen er dan weer op dat bijvoorbeeld Isaac Newton en Jacob Boehme een vorm van spirituele alchemie bedreven.

In de afgelopen twintig à dertig jaar zijn deze nuanceringen uitvoerig aan bod gekomen, en heeft een positieve herwaardering voor alchemie plaatsgevonden. Daarbij is aandacht gevestigd op de interne verscheidenheid van de alchemistische discipline, zijn relaties tot andere disciplines en ook op zijn positie in en invloed op de wetenschappelijke revolutie.[4] In aanvulling hierop, moet vermeld worden dat door diverse wetenschappers tegenwoordig het woord chymmistry in Engelstalige literatuur gebruikt wordt om ongewenste connotaties te vermijden. Chymistry verwijst dan naar het complete premoderne veld van 'alchemie' en 'scheikunde', met zijn verbanden met chrysopoeia, geneeskunde, natuurfilosofie en experimenteren.[5]

De huidige inzichten in elementen tonen aan dat het onmogelijk is andere metalen langs chemische weg in goud om te zetten. In 1980 slaagde de Amerikaanse atoomfysicus Glenn Seaborg er wel in door middel van kernreacties, maar zijn methode was veel te kostbaar om op grote schaal goud te produceren uit andere elementen.

Etymologie[bewerken]

Aangenomen wordt dat het woord alchemie een samenstelling is van al en chemie of chem. Al is een Arabisch lidwoord maar het is onduidelijk of het tweede deel eveneens van Arabische origine is aangezien in de meeste oude talen gelijkaardige woorden voorkomen met een betekenis die verband lijkt te houden met het beoefenen van de alchemie.[6] Zo is het mogelijk afgeleid van het Griekse (χυμεία; chumeia) [7] en betekent dan 'gieten' of 'infusie', waarbij de betekenis specifiek in verband wordt gebracht met de studie van de sappen van planten. Vandaar zou het betekenisveld dan uitgebreid zijn tot chemische manipulaties in het algemeen.[8]

Het woord alchemie zou ook kunnen zijn afgeleid van khem of khamé, het hiëroglief km,

km

dat 'zwarte aarde' betekent en bij Plutarchus voorkomt als χυμεία, uitgelegd als 'de Egyptische kunst'.[8] Het woord zou voor de eerste keer zijn voorgekomen in de werken van Julius Firmicus, een astrologisch schrijver uit de 4e eeuw. Het lidwoord al zou dan later als prefix zijn toegevoegd door een kopiist.[8]

Doel van de alchemie[bewerken]

In de Chinese traditie was het doel tot de 12e eeuw steeds 'praktisch' opgevat. Enerzijds was er het maken van goud, anderzijds de zoektocht naar een levensverlengend middel. Veel meer een Aziatisch dan een Midden-Oosters en zeker Europees doel was verder onsterfelijkheid.[9] Bijster veel over oriëntaalse alchemie lijkt in het westen echter nog niet bekend.

Over de precieze intenties en het uiteindelijke doel van de westerse alchemie blijft één en ander soms minder duidelijk. Dat heeft ermee te maken dat alchemistische teksten doorgaans hermetisch zijn, d.w.z. niet toegankelijk voor niet-ingewijde mensen. Om dit te bewerkstelligen hebben alchemistische auteurs zich vaak bediend van symbolen, metaforen en zelfs allegorieën om te voorkomen dat de waardevolle inhoud als parels voor de zwijnen gegooid werd. Alleen hij die oprecht zijn best doet, lang studeert en eventueel de hulp van God heeft, slaagt erin de hoogste waarheid te kennen. Tegenwoordig kan men bij de bestudering van alchemistische traktaten terecht bij wetenschappelijk verantwoorde naslagwerken.[10]

Het voornaamste doel van de alchemisten was het vervaardigen van de Steen der wijzen, wat het middel zou zijn tot persoonlijke rijkdom, lichamelijke heling en, in maatschappelijke zin, eventueel welvaart. Het kon ook gezien worden als levensverlengend middel, terwijl alchemie in algemene zin tot een beter inzicht van de geschapen wereld en de materie daarin leidde. De 16e-eeuwse arts Paracelsus gaf aan het doel van de Steen der Wijzen enige bijsturing. Hij vond dat de alchemist zijn futiele zoektocht naar het fonkelend goud moest staken en de mensheid beter kon dienen met onderzoek naar betere medicijnen. Voor zijn volgelingen kon de Steen echter nog steeds als het ultieme medicijn tegen alle kwalen gezien worden panacee. Het was echter vooral door de opgang van de moderne wetenschap in de loop van de 17e eeuw dat alchemie meer en meer een 'innerlijk' aspect kreeg. Auteurs als Jakob Böhme (1575-1624) en Thomas Vaughan (1621-1665) werkten heel waarschijnlijk al niet meer in een laboratorium. Deze schrijvers identificeerden de Steen der wijzen vaak met Christus en waren met evenveel recht mysticus te noemen als alchemist.[11]

Geschiedenis[bewerken]

Alchemie bestrijkt diverse filosofische tradities verspreid over ongeveer vier millennia en drie continenten. Men kan ten minste drie grote tradities onderscheiden die grotendeels onafhankelijk van elkaar ontstonden: de Chinese alchemie, de Indiase alchemie en de westerse alchemie. Deze laatste ontstond rond de Middellandse Zee, waarbij in de loop van een paar millennia zich een alchemie ontwikkelde in achtereenvolgend het Oude Egypte, het hellenisme van de klassieke oudheid (nog altijd met Egypte als belangrijk centrum) en de Arabische periode van de vroege middeleeuwen. De Arabische alchemie bouwde voort op hellenistische ontwikkelingen, maar voegde ook nieuwe elementen toe. Het is via de Arabische geschriften dat de discipline het Latijnse Europa bereikte, vooral via Geschiedenis van Spanje. Sedertdien verspreidde het zich over Europa.[12] Chinese alchemie was nauw verbonden met het taoïsme en de Indiase alchemie met de dharma-religies, terwijl westerse alchemie haar eigen filosofische systeem ontwikkelde onder invloed van diverse westerse religies. In hoeverre de genoemde drie tradities elkaar in de loop der tijden hebben beïnvloed en of ze mogelijk een gemeenschappelijke oorsprong hebben, blijft een onbeantwoorde vraag.

Chinese alchemie[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie ook Chinese filosofie

De vroegste Chinese alchemisten lijken de taoïsten geweest te zijn. Aan de oorsprong van deze traditie zou de wijze Lao Tzu liggen, die leefde omstreeks 550 v.Chr. De beschrijvingen van de Tao (de weg) hebben veel gemeen met de prima materia zoals bijvoorbeeld Paracelsus ze opvatte, namelijk als 'de Moeder van Alle dingen' waarbij alle dingen geschapen zijn uit een enkele materie.

Terwijl de westerse alchemie uitgaat van 4 elementen en 3 principes, maakt de Chinese alchemie gebruik van de elkaar complementerende principes van yin en yang. Yin representeert hierbij het passieve, vrouwelijke element, en yang het actieve mannelijke. (In de westerse alchemie vinden we ditzelfde idee terug onder verschillende namen: sulfur en mercurium, het vaste en het vluchtige, Sol en Luna, Koning en Koningin.)

Zoals ook in het westen het geval is, kwam alchemie in twee vormen voor:

  • een innerlijke, spirituele alchemie, Neidan genoemd
  • een praktische, (laboratorium)alchemie, Waidan genoemd

De 'uiterlijke' Waidan-alchemie was dominant tot ongeveer de 12e eeuw, waarna onder invloed van het boeddhisme Neidan de overhand kreeg. Het hoofddoel van Waidan was het elixer of de 'pil' van onsterfelijkheid. De Chinese alchemisten deden in hun laboratoria als gevolg van hun zoektocht naar dat elixer talrijke ontdekkingen en legden zo de fundering van de Chinese wetenschap en de scheikunde in het bijzonder.[13]

Indiase alchemie[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie ook Indiase filosofie

Net zoals Chinese alchemie ondenkbaar is zonder taoïsme, zo is Indiase alchemie ondenkbaar zonder het hindoeïsme. En net zoals haar Chinese tegenhanger is de Indiase alchemie vooral bezig met de productie van elixers om het leven te verlengen. Het idee dat twee tegenstellingen (polariteiten) aan de basis liggen van de dingen is ontleend aan het hindoeïsme: Shakti als vrouwelijk principe is de actieve Moeder/Vernietiger, en is de oorzaak van de eindeloze verandering van de wereld. Shiva daarentegen is de constante, passieve, mannelijke energie. Het lijkt er ook op dat de Chinese en Indiase traditie deze principes delen en dat er een vorm van uitwisseling is geweest. Indiase alchemie heeft ook een aantal overeenkomsten met yoga en tantra: alle drie streven ze zuiverheid van lichaam en geest na, een soort veredeld lichaam waar tijd en verval geen vat op hebben. De adembeheersing en het werk met de chakra's vindt men bijvoorbeeld ook terug in zowel tantra als Indiase alchemie. Beiden streven ernaar om latente energieën in het lichaam vrij te maken met als uiteindelijk doel het bereiken van verlichting. De gelijkenis met wat westerse alchemisten van de steen der wijzen verwachtten is opvallend. Bij de oudste Indiase alchemistische teksten horen degene die worden toegeschreven aan Nagarjuna, een Boeddhistische wijze. In zijn geschriften benadrukt hij - net zoals de westerse alchemisten - dat al wie het alchemistische pad wil bewandelen, behalve intelligent en volhardend, vooral zuiver van geest moet zijn.

Indiase alchemisten deden ook wetenschappelijke uitvindingen die pas later het westen zouden bereiken. Zo ontdekten ze reeds in de 12e eeuw het belang van de kleur van de vlam bij de analyse van metalen, en sommige metallurgische processen kenden ze al drie eeuwen vóór Paracelsus, Agrippa en Agricola. Ook het intern (medicinaal) gebruik van metalen pasten ze zes eeuwen vóór Paracelsus toe. Onze moderne 'vitaminepil ' is hier een afstammeling van.

De Tamil Siddhars uit Zuid-India claimden af te stammen van een verzonken continent dat ooit in de Indische Oceaan had gelegen. Zij waren yogameesters en benadrukten dat het doel van het 'Grote Werk' zelfontwikkeling was en niet de productie van edele metalen. Volgens hun traditie zou de eerste Siddhar Agastyar geweest zijn, een legendarische wijze die - net zoals Hermes Trismegistus in het westen - als een soort leraar de kennis van kunsten en wetenschappen aan de mensheid zou hebben doorgegeven.

Egyptische alchemie[bewerken]

Het spoor naar de oorsprong van de westerse alchemie leidt naar het oude faraonische Egypte. Metallurgie en mystiek waren onlosmakelijk met elkaar verbonden in de oude wereld. Er wordt door Zosimos beweerd dat alchemie in het Oude Egypte het domein was van de priesterklasse [14]

Egyptische alchemie is ons vooral bekend dankzij de geschriften van oude hellenistische (Griekse) filosofen, wier teksten vaak alleen overgeleverd zijn in Syrische en Arabische vertalingen. Originele Egyptische documenten over alchemie zijn schaars. Hieronder bevindt zich het Stockholm papyrus en het Leyden X papyrus. Vele geschriften gingen verloren toen keizer Diocletianus in 292 de verbranding van alchemistische boeken gebood na het onderdrukken van een opstand in Alexandrië, dat tot dan toe een centrum van Egyptische alchemie was geweest.

Volgens de legende zou de Egyptische god Thoth de stichter zijn van de Egyptische alchemie. Hij werd door de Grieken Hermes-Thoth of Hermes Trismegistus genoemd. Hij zou 'de tweeënveertig Boeken van de Kennis' geschreven hebben, die alle mogelijke domeinen van kennis, alchemie inbegrepen, bestreken. Deze Hermes Trismegistus werd ook gezien als de centrale figuur van het Hermetisme, een laat-klassieke mystieke stroming. De geschriften daarvan, de Hermetica, zijn vooral van filosofisch-theologische en neoplatonische aard. Er bestaat echter het misverstand dat het hermetisme per definitie sterk verbonden is met alchemie. Wel was het symbool van Hermes de caduceus of slangenstaf die in vroegmoderne alchemistische symboliek voorkomt, en tevens is een belangrijke hermetische tekst in latere tijd alchemistisch geïnterpreteerd, t.w. de Tabula Smaragdina of 'Smaragden tafel'.[15]

Hellenistische alchemie[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie ook Antieke filosofie

De hellenistische stad Alexandrië in Egypte was een centrum van Griekse alchemistische kennis, en behield haar reputatie gedurende het grootste deel van de Griekse en Romeinse tijd. De Grieken eigenden zich de hermetische opvattingen van de Egyptenaren toe en vermengden deze met hun eigen filosofieën zoals het pythagorisme, de Griekse natuurfilosofie en het gnosticisme. Ook elementen uit het werk van Plato en Aristoteles zijn opgenomen in de hellenistische versie van de alchemie.

Een zeer belangrijk concept dat in deze tijd werd geïntroduceerd, namelijk het idee dat alle dingen in het universum ontstaan zijn uit slechts vier elementen - aarde, lucht, water en vuur -, was ontwikkeld door Empedocles en uitgewerkt door Aristoteles.

Romeinse alchemie[bewerken]

De Romeinen adopteerden de Griekse alchemie en metafysica, zoals ze dit ook met de wetenschap en filosofie deden. De ontwikkeling van het christendom in het Romeinse Rijk bracht echter een verandering in de algemene houding ten aanzien van de alchemie, vooral door de invloed van Augustinus van Hippo (354-430), een vroegchristelijke filosoof die schreef over zijn geloof kort voor de val van het West-Romeinse Rijk. Hij stelde dat zowel de rede als het geloof zouden kunnen worden gebruikt om God te begrijpen en daarin was geen plaats voor experimentele filosofie. Deze gedachten van Augustinus maakten de alchemie in de middeleeuwen verdacht en wie zich ermee bezighield ging in tegen de christelijke leer.

Islamitische alchemie[bewerken]

Jabir ibn Hayyan (Geber), 15e-eeuwse afbeelding uit de Codici Ashburnhamiani 1166, Biblioteca Medicea Laurenziana in Florence
Cornelius Agrippa afgebeeld in Libri tres de occulta philosophia
Paracelsus.
Nuvola single chevron right.svg Zie ook Arabische filosofie

Na de val van het West-Romeinse Rijk verschoof de focus van de alchemistische ontwikkeling naar de islamitische wereld. Heel wat vroege geschriften over alchemie zijn dankzij islamitische vertalingen overgeleverd en de islamitische alchemie is goed gedocumenteerd. Het woord 'alchemie' zelf is afgeleid van het Arabische woord al-الكيمياء kimia. De islamitische wereld vormde een smeltkroes voor de alchemie, waarbij vooral in de 7e en 8e eeuw elementen uit het Platonisme, Aristotelisme en uit het denken van Galenus werden toegeëigend door de hermetische wetenschap.

Belangrijk voor de alchemie als praktische wetenschap was Jabir ibn Hayyan (gekend als "Geber" in Europa). In de 8e eeuw introduceerde hij een nieuwe benadering van alchemie, gebaseerd op een wetenschappelijke methodiek, met in een laboratorium gecontroleerde experimenten. Dit in contrast met de oude Griekse en Egyptische alchemisten wier werk vaak allegorisch en (dus) onbegrijpelijk was. Door velen wordt Jabir dan ook beschouwd als 'de vader van de scheikunde", al geven anderen deze titel liever aan Robert Boyle of Antoine Lavoisier.

Islamitische alchemisten zoals Muhammad ibn Zakarīya Rāzi en de al genoemde Jabir ibn Hayyan droegen een aantal belangrijke chemische ontdekkingen bij, zoals de techniek van de distillatie (de woorden alambiek[16] en alcohol[17] zijn van Arabische oorsprong), muriatic[18] (zoutzuur), zwavelzuur (vitrioololie), salpeterzuur, soda, potas en meer.[19] De ontdekking dat aqua regia (koningswater) - een mengsel van salpeterzuur en zoutzuur - goud, de edelste aller metalen, kon doen oplossen, werkte sterk op de verbeelding van de alchemisten die na hen kwamen.

Middeleeuwse alchemie[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie ook Middeleeuwse filosofie

In deze periode trad een aantal afwijkingen op van de door Augustinus beïnvloede beginselen van de vroeg christelijke denkers. Sint-Anselmus (1033-1109) was een benedictijn die stelde dat geloof de rede moest voorafgaan, maar gaf tevens aan dat ze compatibel waren. Op die manier stimuleerde hij het rationalisme binnen een christelijke context. Er volgde een ware filosofische explosie. Petrus Abaelardus volgde Anselmus' werk en legde zo de basis voor de studie van Aristoteles, nog voor de eerste werken van Aristoteles het westen bereikten. Zijn belangrijkste invloed op de alchemie was zijn stelling dat Platoonse ideeën (nu universalia genoemd) geen apart bestaan buiten het bewustzijn hadden.

Albertus Magnus (1193-1280) en Thomas van Aquino (1225-1274) waren beiden Dominicanen die Aristoteles bestudeerden. Beiden trachtten de verschillen tussen filosofie en christendom te verzoenen. Thomas deed ook een groot deel van het werk in de ontwikkeling van de wetenschappelijke methode.

De eerste echte alchemisten in het middeleeuwse Europa waren pseudo-Geber[20] en Roger Bacon. Bacon (1214-1294) was een franciscaner van Oxford die naast alchemie optica en talen bestudeerde. Het franciscaanse ideaal om de wereld te nemen zoals hij was in plaats van hem af te wijzen, leidde tot zijn overtuiging dat experimenten belangrijker waren dan redeneren. Het werk van pseudo-Geber en Bacon betekende evenveel voor de alchemie en de daaruit voortvloeiende moderne chemie als het werk van de chemist Robert Boyle; wellicht soortgelijk aan de invloed van Galileo op de astronomie en natuurkunde.

De Fransman Nicolas Flamel was een van de weinige alchemisten die in deze voor alchemisten moeilijke periode schreef. Flamel leefde van ca. 1340 tot 1418[21] en zou het archetype worden voor de alchemisten na hem. Hij was geen religieuze geleerde zoals veel van zijn voorgangers. Zijn hele interesse in alchemie draaide rond de zoektocht naar de steen der wijzen, waarvan hij ook beweerde de formule gevonden te hebben. Gedurende de late middeleeuwen (1300-1500) waren alchemisten net als Flamel geconcentreerd op zoek naar de steen der wijzen en het elixer van de jeugd.

De Duitser Heinrich Cornelius Agrippa (1486 - 1535) was een alchemist die van zichzelf geloofde dat hij geesten kon oproepen. Zijn invloed was niet zo groot, maar net als Flamel produceerde hij geschriften waar door latere alchemisten naar verwezen zou worden.

Alchemie in de renaissance[bewerken]

De alchemist van Pieter Bruegel. Hij doet zijn laatste goudstuk in een brouwsel, zijn vrouw beweent haar lege beurs en de kinderen spelen in een lege voorraadkast. Door het raam ziet men hoe het afloopt: in het armenhuis.
Nuvola single chevron right.svg Zie ook Renaissancefilosofie

De termen chemie en alchemie werden in de renaissance als synoniemen gebruikt en de verschillen tussen alchemie, chemie en metallurgie waren niet zo helder afgebakend als in de huidige tijd. In de praktijk waren er belangrijke overlappingen en de beoefenaars proberen in te delen in magiërs (alchemisten), wetenschappers (apothekers) en ambachtslieden (metallurgen) is eigenlijk anachronistisch. Vandaar dat geleerden de neutrale, maar Engelstalige, term chymistry geïntroduceerd hebben (zie introductie).[22] Een Nederlandstalig equivalent bestaat echter nog niet.

De belangrijkste naam in deze periode is de veel bestudeerde Aureolus Philippus Paracelsus (Theophrastus Bombastus von Hohenheim, 1493-1541). Hij verbond alchemistisch-chemische methoden en experimenten met de productie van specifieke geneesmiddelen (iatrochemie), en theoretiseerde tevens over het ontstaan en behandelen van ziektes, alsmede de plaats van de mens met ziel, lichaam en geest binnen de kosmos. Met paracelsianisme kan verwezen worden naar dit geheel van iatrochemie, kosmologie en ziekte- en mensbeeld. Paracelsus schreef verder echter ook nog over magie, astrologie en onorthodoxe religieuze ideeën (zie bijvoorbeeld de Philosophia Sagax).[23] Hoewel zijn medische hervorming in de loop van de zestiende eeuw veel navolging vond, kon niet elke iatrochemist zich in Paracelsus' ideeën vinden om wetenschappelijke, filosofische, morele of godsdienstige redenen.[24] Daarom kan het soms handig zijn een onderscheid te hanteren tussen paracelsianisme en iatrochemie. Paracelsus bestreed de op dat moment traditionele Galenische geneeskunde, waarmee hij tegen de gevestigde orde in ging. Tevens was hij een pionier in het gebruik van chemicaliën en mineralen in de geneeskunde, terwijl in de traditionele geneeskunde voornamelijk recepten o.b.v. organisch materiaal courant waren.[25] Toch treft men minerale geneesmiddelen bijvoorbeeld ook aan bij de vroegere Johannes Rupescissa (14e eeuw). Aan de medische theorie met de bekende vier elementen voegde Paracelsus voorts het tria prima van mercurius (kwik), sulfer en zout toe. Ziekte en gezondheid van het lichaam waren volgens hem afhankelijk van de harmonie tussen de mens (de microkosmos) en de natuur (de macrokosmos), en bij de behandeling van ziekten diende men specifieke medicamenten in te zetten, gericht op de ziekte(verschijnselen), i.p.v. op het weer in balans brengen van de traditionele, Galenische, lichaamssappen.

In Engeland werd alchemie in die periode vaak geassocieerd met Doctor John Dee (13 juli 1527 - december 1608), beter bekend door zijn rol als astroloog, cryptograaf en algemeen 'wetenschappelijk adviseur' van koningin Elizabeth I. Dee werd beschouwd als een autoriteit op gebied van het werk van Roger Bacon, en was voldoende in de alchemie geïnteresseerd om er een boek over te schrijven: de Monas Hieroglyphica uit 1564, een werk dat duidelijk beïnvloed was door de kabbala. Dee werkte een tijd samen met de exuberante Edward Kelley, die beweerde met engelen te communiceren door middel van een kristallen bol en claimde een poeder te bezitten dat kwik zou veranderen in goud. Kelley zou door zijn exuberante uitspraken en gedrag aan de basis liggen van het populaire beeld van de alchemist-charlatan dat overal in de literatuur opdook.[26]

Tycho Brahe (1546-1601), beter bekend om zijn astronomische en astrologische onderzoeken, was ook een alchemist. Hij had voor dat doel een laboratorium laten bouwen in zijn Uraniborg observatorium.

Andere bekende namen in dit verband zijn bijvoorbeeld nog Bernard G. Penot, Andreas Libavius, Isaac Hollandus, Jan Baptist van Helmont, Isaac Newton, George Starkey, Michael Maier en Heinrich Kunrath.

Ondergang van de westerse alchemie[bewerken]

In de loop van de zeventiende eeuw werd traditionele alchemie minder invloedrijk en populair, en nam de kritiek op chrysopoeia ('goud maken') toe. Rond 1720 was transmutationele alchemie zeer sterk op zijn retour, en halverwege de eeuw werd het als iets obscuurs uit het verleden beschouwd. Rond die periode van de Verlichting ontstond, in het kader van de verlichtingsrethoriek en -polemiek, het idee van de zuiver rationele en experimentele wetenschap met legitieme kennis tegenover obscure, ouderwetse en bijgelovige niet-legitieme kennis. Tot dat laatste werd samen met astrologie, natuurmagie, necromantie en waarzeggerij nu ook transmutationele alchemie gerekend. Die kant van de vroegmoderne 'chymie' werd nu het stereotype 'alchemie'.[27] Hoewel deze ontwikkeling al in de 17e eeuw begon, zou de alchemie nog 200 jaar aanhangers voor zich winnen en in feite beleefde zij in de 18e eeuw nog een hoogtepunt. Nog in 1781 beweerde James Price een poeder gemaakt te hebben dat kwik in zilver of goud kon transmuteren.

Robert Boyle (1627-1691) - die vooral bekend is geworden vanwege de wet van Boyle - was sterk geïnteresseerd in transmutationele alchemie, maar was tevens een pionier in de toepassing van de wetenschappelijke methode bij chemisch onderzoek. Met hem en wetenschappers als Antoine Lavoisier en John Dalton begon de 'moderne scheikunde'. Tegelijkertijd leidde de paracelsiaanse alchemie tot de ontwikkeling van de moderne geneeskunde. Wetenschappers als William Harvey ontdekten dankzij experimenten geleidelijk aan allerlei belangrijke lichaamsfuncties zoals de circulatie van de bloedsomloop, en later de ware oorsprong van allerlei ziektes (Robert Koch en Louis Pasteur, 19e eeuw) en de precieze functie van vitaminen (James Lind, Christiaan Eijkman, Casimir Funk et al.).

De opkomst van het Verlichtingsdenken, met zijn opvatting van echte kennis en zijn disciplines, had tot gevolg dat de transmutationele alchemie (argyropoeia en chrysopoeia) niet meer als legitiem studieobject beschouwd werd, en het dezelfde weg opging als andere esoterische wetenschappen; het werd gezien als de belichaming van kwakzalverij en bijgeloof. Niettemin bleven de rozenkruisers en vrijmetselaars grote belangstelling voor de traditionele alchemie tonen; zo zijn er in de Bibliotheca Philosophica Hermetica en het Cultureel Maçonniek Centrum 'Prins Frederik' nog een groot aantal boeken over dit onderwerp terug te vinden.

In "Modern Alchemy, Occultism and the Emergence of Atomic Theory" [28] betwist prof. Mark Morrisson nochtans de verwerping van de alchemie als een soort voetnoot bij de wetenschap. Hij toont in deze studie de invloed van de alchemie op de ontluikende 19e- en 20e-eeuwse subatomaire wetenschappen aan. Hierbij maakt hij niet alleen gebruik van notities van laboratoria uit die tijd, maar ook van alchemistische teksten, wat hem brengt tot de conclusie dat tijdens de geboorte van de moderne kernfysica de wegen van wetenschap en occultisme - zo vaak als antithetisch beschouwd - voor korte tijd samenvielen. Hiermee staat Morrison in de traditie die sinds ruwweg twintig à dertig jaar gaande is en in hedendaags onderzoek naar vroegmoderne scheikunde/alchemie gangbaar is geworden (zie boven).

Principes[bewerken]

distilleerkolf

De principes van de alchemie worden duidelijk beschreven in 'The Mirror of Alchemy',[29] een in 1597 (Londen) gedrukt werk, waarvan twee van de vier verhandelingen, waarschijnlijk foutief, werden toegeschreven aan Roger Bacon.

Het boek begint met een simpele definitie van alchemie: "Alchemie is een wetenschap, die leert hoe gelijk welk metaal in een ander kan worden omgezet, door middel van het juiste medicijn (...)" [30] Dit is nu precies de basisopvatting over materie in de alchemie. Ze is terug te voeren op Aristoteles' concept. Deze filosoof had een dualistische visie op materie en postuleerde hierbij een soort pre-existente, vormloze 'prima materia, waarop verschillende vormen en identiteiten 'gedrukt' konden worden. De meest basale vormen in dit concept waren de 4 kwaliteiten: koud, heet, vochtig en droog. Door deze eenvoudige 'vormen' te combineren werden de 4 elementen verkregen:

  • aarde (koud en droog)
  • water (koud en vochtig)
  • vuur (heet en droog)
  • lucht (heet en vochtig)

Door verschillende permutaties van deze elementen werden vervolgens de specifieke substanties gevormd van de materiële wereld. De elementen zijn onderling inwisselbaar: water kan omgezet worden in stoom (lucht), en op dezelfde manier geeft een vaste substantie stoom af als het wordt verhit. Dit fenomeen van chemische verandering werd opgevat als een mogelijkheid tot transformatie, verandering van de vorm. Op basis van deze theorie werd het mogelijk geacht om het ene metaal in het andere te veranderen, te transmuteren.

Door de 'vorm' van het lood, het koper of het kwik eerst weg te nemen kon vervolgens de 'vorm' van het goud hierin worden opgelegd. In deze animistische opvatting van materie werd dit proces gezien als de 'dood' van het onzuivere basismetaal en zijn hergeboorte als het zuivere goud of zilver. Om nu na de 'dood' van het basismetaal het edele metaal te kunnen vormen, was nog iets nodig: eens soort scheikundig middel om dit te laten gebeuren. The Mirror of Alchemy verwoordt dit als volgt: "Alchemie is een wetenschap die leert hoe een bepaald medicijn samen te stellen, Elixer genaamd, dat metalen of onvolmaakte materie volmaakt maakt door middel van projectie." [31] Dit 'universele medicijn of Elixir (uit het Arabische al-iksir, 'het poeder') was ook gekend onder andere namen, zoals het tinctuur, de steen der wijzen en tal van andere namen.

Het hele proces (Magnum Opus) dat hierna wordt beschreven, leverde uiteindelijk 'goud' op, het metaal verkregen door de transmutatie. Die zuiverheid van het goud was de kwaliteit die de alchemist nastreefde, en hierin lag ook de ambiguïteit van de alchemie. Sommige alchemisten, zoals de Engelse alchemist en charlatan Edward Kelly, streefden werkelijk rijkdom na door hun kunsten aan vorsten en graven aan te bieden. Anderen wezen erop dat het niet om gewoon goud ging, maar om 'filosofisch goud'. De auteur van The Mirror of Alchemy verwoordde het zo: "Het goud, verkregen door deze Kunst, overtreft al het natuurlijke goud in alle eigenschappen, zowel in geneeskracht als in al het andere." [32]

Het Magnum Opus[bewerken]

Conjunctie of het chemische huwelijk in 'Donum Dei', 17e eeuw
Illustratie in Basilius Valentinus' boek Azoth ou le moyen de faire l'Or caché des Philosophes, Parijs 1659.
Fermentatio (fermentatie)
Illuminatio (verlichting)

Het alchemistische proces wordt door verschillende alchemistische auteurs beschreven in meestal 3, 4, 7 of 12 fasen, waarbij de ruwe materie bewerkt wordt om als eindproduct de steen der wijzen op te leveren. Een invloedrijk werk was bijvoorbeeld George Ripleys The Compound of Alchemy uit 1591, waarin de 12 hoofdstukken de 12 fasen van het magnum opus ("het grote werk") als volgt beschrijven:

  1. Calcinatie ('Calcination'): reduceert een vast lichaam tot wit poeder
  2. Oplossing ('Solution'): de vaste materie wordt vloeibaar gemaakt door een krachtig 'solvent'; een terugkeer naar de prima materia
  3. Scheiding ('Separation'): de 4 elementen worden afgebroken en het spirituele mercurium (de anima) komt vrij
  4. Conjunctie ('Conjunction')'): ook het chemische huwelijk genoemd, waarbij de tegengestelden terug worden verenigd [33]
  5. Verrotting ('Putrefaction'): zwartheid (nigredo) en verrotting als prelude tot het nieuwe leven
  6. Stolling ('Congelation'): de materie is getransmuteerd; de witte steen der alchemisten.
  7. Voeding ('Cibation'): een proces ter versterking, het 'voeden' van de hernieuwde materie
  8. Sublimatie ('Sublimation'): maakt het lichaam van de materie spiritueel. De volgende fasen beschrijven obscure processen met het doel de materie verder te 'veredelen'
  9. Fermentatie ('Fermentation')
  10. Verheffing ('Exaltation')
  11. Vermeerdering ('Multiplication')
  12. Projectie ('Projection'): als de tinctuur werkt, kan hiermee gewoon metaal omgevormd worden tot goud

Psychologische interpretatie van het zuiveringsproces[bewerken]

De Zwitserse arts en psychiater Carl Gustav Jung (18751961) schreef een aantal boeken, waarin hij een vergelijking trok tussen de symboliek van de alchemie en de archetypische voorstellingen die hij waarnam bij zijn studie van in alle culturen en tijden voorkomende symbolen in bijvoorbeeld dromen en kunstuitingen. De alchemie beschreef volgens hem processen die symbolische uitbeeldingen waren van het proces van individuatie. Hij vergeleek het werk van de alchemisten met een soort studieboek van het collectief onbewuste. Wat voor soort goud het ook was waar de alchemisten naar op zoek waren geweest, zo dacht hij, ze hadden in feite door hun werk het onbewuste ontdekt. De sterke beelden van alchemistische taferelen (bijvoorbeeld: koning en koningin in seksuele gemeenschap, een liggende man uit wiens lichaam op de plaats van de penis een boom groeit, man en vrouw die versmelten tot een hermafrodiet) waren volgens hem duidelijk bedoeld om over te mediteren als verschillende fasen van ons bewustzijn. Onder invloed van het onderzoek dat Jung deed over alchemie,[34] gingen psychologen de alchemistische processen ook interpreteren als projecties van onbewuste psychische processen. Hierbij werd de groei beschreven die de ziel of de psyche doormaakt om één te worden, een volledig mens. Volgens deze visie zou de steen der wijzen deze volgroeide en volmaakte mens zelf zijn. Als eerste logische stap was de afbraak van het ego nodig.

Soms wordt het alchemistisch zuiveringsproces niet in 12 maar in 7 stappen beschreven. Elk van deze stappen of fasen in het proces kan in verband worden gebracht met zowel een beschrijving uit de Smaragden Tafel als met een fase van het groeiproces van de alchemist zelf:

  1. Calcinatie (tot kalk branden of oxidatie)
  2. Dissolutie (oplossen)
  3. Separatie (scheiden)
  4. Conjunctie (samenvoegen)
  5. Fermentatie (Vergisting)
  6. Distillatie (reiniging door verdamping)
  7. Coagulatie (stolling)

Dezelfde termen duiden tegenwoordig chemische methoden aan.

Bij de eerste stap, calcinatie, wordt de materie verbrand. Dit werd later in dieptepsychologische termen geïnterpreteerd als het verbranden van het ego. Met het ego bedoelt men hier het dagelijkse masker dat iemand draagt, het zich zorgen maken over het uiterlijk en over wat anderen zeggen. De scheikundige kant hiervan is het verbranden van de te zuiveren substantie (meestal een plant). Op de Smaragden Tafel is dit gelijk aan zin 9: Zijn vader is de Zon.

Bij de tweede stap, dissolutie, worden de restanten van het ego opgelost. De restanten bestaan uit de mannelijke (verstand) en vrouwelijke (gevoel) kanten (of yin en yang, of hoe het ook wordt genoemd, maar zijn nog sterk vervuild met de resten van het ego. Ook in de scheikunde is dit het oplossen van de resten (as) in een oplosmiddel. Zin 10 van de Smaragden Tafel verwijst hiernaar: Zijn moeder is de Maan.

Bij de derde stap, separatie, worden de restanten van elkaar gescheiden, het mannelijke van het vrouwelijke. De rest wordt weggegooid (de resten van het ego). In de scheikunde staat dit gelijk aan bijvoorbeeld extractie of chromatografie. De wind draagt het in zijn buik zegt de Smaragden Tafel (zin 11).

Bij de vierde stap, conjunctie, verkrijgt de alchemist de 'kleine steen' (der wijzen). Het is de eerste hereniging van de twee delen (verstand en gevoel). De alchemisten noemden dit ook wel huwelijk van de koning en de koningin. Bij het bereiken van deze stap ontstaat een soort innerlijke rust; de dualiteit is opgeheven zonder tussenkomst van een ego. De voedster ervan is de aarde (zin 12), staat er in de Smaragden Tafel. Dit is slechts het begin. Het 'koninklijk kind' moet met beide benen op de grond blijven staan en het doel voor ogen houden.

De vijfde stap, fermentatie ofwel gisting, is scheikundig gezien een omzetting. De bij stap vier verkregen stof moet eerst rotten en dan gisten om een nieuw soort verbinding te krijgen. De oude alchemisten voegden bij het rottingsproces vaak mest toe om het te versnellen. Na de rotting begon de werkelijke gisting, dat (meestal) resulteerde in een geelachtige stof.

De zesde stap is distillatie. Scheikundig is dit het laten koken en condenseren van de bij stap vijf verkregen stof, om een hogere concentratie en zuiverheid te verkrijgen. Als je te werk gaat met groot vernuft, stijgt deze kracht van de aarde op naar de hemel (=verdampen), en daalt weer af naar de aarde (=condenseren) en ontvangt energie van de hogere en de lagere (regionen). zegt de Smaragden tafel hierover (zinnen 20 en 21). Praktisch laat de adept ook hier het wereldlijke leven los.

De zevende en laatste stap, coagulatie, is het ultieme samengaan van de gezuiverde delen van het zelf. Beneden zoals boven, en boven zoals beneden staat er in de Smaragden tafel. Geest en lichaam worden één. De adept is verlicht.

Beroemde alchemisten[bewerken]

Bekende westerse alchemisten zijn Nicolas Flamel (circa 1400), Roger Bacon, Thomas van Aquino, Paracelsus (14931541), Jan Baptista van Helmont, Tycho Brahe, Thomas Browne, Parmigianino, en - tot veler verrassing - ook Isaac Newton (16421727).

Referenties aan alchemie[bewerken]

In de muziek[bewerken]

  • Mozarts Die Zauberflöte: er zijn aanwijzingen dat Mozarts opera Die Zauberflöte (De Toverfluit), een allegorie is op het proces van "de alchemistische bruiloft". Vaker wordt beweerd dat deze opera de inwijding bij de vrijmetselaars voorstelt. Deze twee gedachten kunnen samengaan tegen de achtergrond van het idee, dat beide processen vergelijkbaar zijn. In de vrijmetselaarsloge van Mozart had men ook een alchemistisch laboratorium.

In de literatuur[bewerken]

In de beeldende kunst[bewerken]

  • Schilderijen van Antoon van Dyck blijken volgens Dr. Jur. Paul A. Naudts vol alchemistische symboliek te zitten.[36] In het portret van Lady Venetia Digby als "Prudentia" (in Windsor Castle) bijvoorbeeld is er een slang rond haar arm, en het vluchtige mercurium is gesymboliseerd door witte duiven.
  • De Alchemist, schilderij van Pieter Bruegel de Oude uit 1558
  • Distillatio, laat-17e-eeuws schilderij van Jan van der Straet.
  • De Alchemisten, schilderij van Adriaen van Ostade uit 1657
  • De Alchemist, schilderij van David Teniers uit ca. 1645.
  • De Alchemist in zijn Laboratorium, schilderij van Thomas Wijck (1616-1677).
  • The Alchymist in Search of the Philosophers' Stone discovers Phosphorus, schilderij van Joseph Wright of Derby (1734-97)
  • Alchemist Michal Sedziwój (Sendivogius), schilderij van Jan Matejko (1838-1893)
  • Der Alchemist, schilderij van Carl Spitzweg (1808-1885)
  • Fullmetal Alchemist, een Japanse anime serie. Hier komen onder andere de steen der wijzen en de alchemist Von Hohenheim in voor. Ook wordt er (in de remake genaamd FullMetal Alchemist Brotherhood) verwezen naar de Chinese alchemie en hoe deze verschilt van de westerse.

In computerspellen[bewerken]

Een van de vroegste computergames waarin een alchemist figureerde als personage, was het voor ZX Spectrum door Ian Weatherburn ontwikkelde spel 'Alchemist' uit 1983. In spellen (voornamelijk role playing games) als World of Warcraft, Dragon Age of The Elder Scrolls is alchemie een beroep of vaardigheid die spelers gebruik laat maken van hun inventaris om bepaalde potions, relieken of spreuken te maken/gebruiken.

Verder lezen[bewerken]

  • Birgelen, J.H. van Alchemie en psychologie (alchemistische beelden in moderne dromen) - Uitgeverij Lemniscaat, ISBN10:9056372459
  • Brüning, V.F. Die Alchemistischen Druckwerke von der Erfindung der Buchdruckerkunst bis zum Jahre 1690. München: K.G. Sauer, 2004
  • Colli, Luigi, Alchemie - Uitgeverij Rebo Productions, (met een geschiedenis van de Arabische, Egyptische, Indiase en Chinese alchemie), ISBN10:9036614481
  • Debus, A. The French Paracelsians. The Chemical Challenge to Medical and Scientific Tradition in Early Modern France. Cambridge: Cambridge University Press, 1991.
  • Forshaw, P. ‘“Paradoxes, Absurdities, and Madness”: Conflict over Alchemy, Magic and Medicine in the Works of Andreas Libavius and Heinrich Khunrath.’ Early Science and Medicine 13 (2008): 53-81.
  • Goodrick-Clarke, N. (ed.) Paracelsus. Essential Readings. Berkeley: North Atlantic Books, 1999.
  • Greiner, Frank, Licht op alchemie - Uitgeverij Servire, ISBN10:9063255640
  • Fraeters, V. Gods gouden thesaurus. Het Middelnederlandse handschrift Wenen, ÖNB, 2372 in de alchemistische traditie. Leuven: Peeters, 1999.
  • Franz, Marie-Louise von, Alchemie als psychologisch ontwikkelingsproces - Uitgeverij Lemniscaat, (een beschrijving van de relatie tussen religie en alchemie door de Jungiaanse psychologe), ISBN10:9060695283
  • Gijsen, A. van Joos Balbian en de steen der wijzen. De alchemistische nalatenschap van een zestiende-eeuwse arts. Leuven: Peeters, 2004.
  • Halleux, R. Les Textes Alchimiques. Turnhout: Brepols, 1979. Series Typologie des sources du moyen âge occidental.
  • Hanegraaff, W. J. (ed.) Dictionary of Gnosis & Western Esotericism. Leiden: Brill, 2006.
  • Hannaway, O. The Chemists and the Word: The Didactic Origins of Chemistry. Baltimore: Johns Hopkins University Press, 1975.
  • Jung,,C.G. Verlossing in de alchemie - Uitgeverij Lemniscaat, ISBN10:9060699769* Kahn, D. Alchimie et Paracelsisme en France à la fin de la Renaissance (1567-1625). Genève: Droz, 2007.
  • Marshall, Peter, Alchemie: de steen der wijzen, Tirion Uitgevers, ISBN10:9043901458
  • Melville, Francis - Hadders, Ingrid, Het boek der alchemie, ISBN10:9057642484
  • Moran, B.T. Distilling Knowledge. Alchemy, Chemistry and the Scientific Revolution. Cambridge: Harvard University Press, 2005. E-book.
  • Moran, B.T. Andreas Libavius and the Transformation of Alchemy: Separating Chemical Cultures with Polemical Fire. Sagamore Beach: Science History Publications, 2007.
  • Newman, W.R. & A. Grafton Secrets of Nature. Astrology and Alchemy in Early Modern Europe. Cambridge: MIT Press, 2001.
  • Newman, W.R. Promethean Ambitions. Alchemy and the Quest to Perfect Nature. Chicago: Chicago University Press, 2005.
  • Newman, W.R. ‘From Alchemy to “Chymistry”.’ In The Cambridge History of Science. Volume three. Early Modern Science. Edited by K. Park & L. Daston, 497-517. New York: Camrbidge Uni-versity Press, 2006.
  • Newman, W.R. Atoms and Alchemy. Chymistry & the Experimental Origins of the Scientific Revolution. Chicago: University of Chicago Press, 2006.
  • Nummedal, T. Alchemy and Authority in the Holy Roman Empire. Chicago: University of Chicago Press, 2007.
  • Obrist, B. (ed.) Constantine of Pisa. The Book of the Secrets of Alchemy. Introduction, critical edition, translation and commentary. Leiden: Brill, 1990.
  • Pérez, M.L., D. Kahn & M.R. Bueno (ed.) Chymia: Science and Nature in Medieval and Early Modern Europe. Cambridge: Cambridge Scholars Publishing, 2010.
  • Priesner, C. & K. Figala (ed.) Alchemie. Lexikon einer hermetischen Wissenschaft. München: C.H. Beck, 1998.
  • Principe, L.M. The Aspiring Adept. Robert Boyle and his Alchemical Quest. Princeton: Princeton University Press, 1998.
  • Principe, L.M.(ed.) Chymists and Chymistry. Sagamore Beach: Watson Publishing, 2007.
  • Principe, L.M., The secrets of alchemy, 2012, University of chicago Press, ISBN 9780226682952
  • Ramsay, Jay, Alchemie, de kunst van transformatie - Synthese Uitgeverij b.v., ISBN10: 9062719341
  • Roob, Alexander, Het Hermetische Museum: 'Alchemie & mystiek' - Uitgeverij Taschen, ISBN 3822851353

Externe link[bewerken]

  • (en) The Alchemy Website, met oorspronkelijke alchemistische teksten, beeldmateriaal en artikelen

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • Alchemy and Alchemists, Sean Martin, 2006
  • Die Zauberflöte: een alchemistische allegorie, M.F.M. Van den Berk.
  • The Philosopher's Stone: A Quest for the Secrets of Alchemy, Peter Marshall
  • The Chemical Theatre, Charles Nicholl
  • The Mirror of Alchemy, toegeschreven aan Roger Bacon, Londen, 1597
  • Verlossing in de Alchemie , Verzameld Werk deel 6, C.G. Jung
  1. Zie W.R. Newman, ‘From Alchemy to “Chymistry”.’ In The Cambridge History of Science. Volume three. Early Modern Science. Edited by K. Park & L. Daston, 497-517. New York: Camrbidge University Press, 2006.
  2. Principe, L. & W.R. Newman, 'Some Problems with the Historiography of Alchemy', in Secrets of Nature. Astrology and Alchemy in Early Modern Europe. Edited by W.R. Newman & A. Grafton, 1-38. Cambridge: MIT Press, 2001, pp. 385-431.
  3. Zowel in de westerse als bijvoorbeeld de Chinese alchemie is er sprake van twee grote interpretaties: een exoterische, die zich richt op het materiële, en een esoterische, die de spirituele dimensie van alchemie benadrukt.
  4. Zie de 'Isis' Focus-sectie 2011, vol. 102, no. 2. Daarin inz.: Newman 2011, pp. 313-314; Principe 2011, p. 307. Voorts: M. Martinón-Torres, ‘Some Recent Developments in the Historiography of Alchemy’, Ambix, 2011, vol. 58, no. 3: 215-237. Voor alchemie en geneeskunde, zie: A. Debus, ‘Chemists, Physicians, and Changing Perspectives on the Scientific Revolution’, Isis, 1998, vol. 89, no. 1: 66-81.
  5. Essentieel in deze ontwikkeling is: Newman, W.R. & L. M. Principe, ‘Alchemy vs. Chemistry: The Etymological Origins of a Historiographic Mistake’. Early Science and Medicine, no. 3 (1998): 32-65.
  6. Encyclopædia Britannica 15th Edition, Volume 25: Occultism; Alchemy
  7. Merriam Webster's Dictionary & Thesaurus:'Alchemy'
  8. a b c Encyclopaedia Britannica 11th Edition (public domain work): 'Alchemy'
  9. Principe, L. The Secrets of Alchemy. Chicago: Chicago University Press, 2013, p. 5.
  10. Priesner, C. & K. Figala, ed. Alchemie. Lexikon einer hermetischen Wissenschaft. München: C.H. Beck, 1998.
  11. Sean Martin: 'Alchemy and Alchemists',p.15
  12. Voor een overzicht, zie de recente historiografie van Principe, L. The Secrets of Alchemy. Chicago: Chicago University Press, 2013.
  13. Sean Martin: 'Alchemy and Alchemists': Alchemy in the East.
  14. Garfinkel, Harold (1986). Ethnomethodological Studies of Work. Routledge &Kegan Paul. pp. 127. ISBN 0-415-11965-0.
  15. Principe, L. The Secrets of Alchemy. Chicago: Chicago University Press, 2013, pp. 30-32.
  16. Van het Arabisch: الأنبيق (Al-inbiq)
  17. Van het Arabisch: الكحل (al-kuḥl, een poeder dat als 'eyeliner' werd gebruikt)
  18. De alchemist Jabir ibn Hayyan beschreef het voor de eerste keer in de 8e eeuw
  19. van de Arabische namen van de laatste twee substanties, al-natrun en al-qalīy, gelatiniseerd als natrium en kalium, komen de moderne symbolen voor natrium en kalium voort.
  20. Zie bijv. Newman, W.R., ed. The Summa Perfectionis of Pseudo-Geber. A Critical Edition, Translation & Study. Leiden: Brill, 1991.
  21. Nigel Wilkins: Nicolas Flamel Des livres et de l'or (hoofdstuk 1 'De Paris'), Éditions Imago, 1993
  22. Newman, W.R. & L. M. Principe, ‘Alchemy vs. Chemistry: The Etymological Origins of a Historiographic Mistake’. Early Science and Medicine, no. 3 (1998): 32-65.
  23. Peter Forshaw 2008, p. 54. Editie van de Philosophia Sagax: Goodrick-Clarke 1999, pp. 109-144.
  24. Een voorbeeld is Andreas Libavius (1516-1616), een Galenisch georiënteerde iatrochemist die een fel tegenstander was van Paracelsus' metafysische en onorthodoxe denkbeelden. Zie Newman, W.R. ‘From Alchemy to “Chymistry”.’ In The Cambridge History of Science. Volume three. Early Modern Science. Edited by K. Park & L. Daston, 497-517. New York: Camrbidge Uni-versity Press, 2006, p. 507. Debus, A.G. The French Paracelsians. The Chemical Challenge to Medical and Scientific Tradition in Early Modern France. Cambridge: Cambridge University Press, 1991, p. 104.
  25. Belangrijke autoriteiten voor de traditionele geneeskunde waren m.n. Hippocrates, Galenus, Dioscorides en Celsus (vanwaar de naam Para-celsus).
  26. Zie bijvoorbeeld: 'The Alchemist' van Ben Jonson.
  27. Zie Principe, L. The Secrets of Alchemy. Chicago: Chicago University Press 2013, hoofdstuk 4.
  28. Mark Morrison: "Modern Alchemy Occultism and the Emergence of Atomic Theory" , Oxford University Press, 2007
  29. De inhoud van 'The Mirror of Alchemy' komt vrijwel overeen met die van de Latijnse 'Alchemia', in 1541 uitgegeven door Johannes Petreus in Nuremberg. Alchemia bevat eveneens de eerste gepubliceerde versie van (Roger Bacons) 'Speculum alchemiae'.
  30. Originele tekst (p.1) : 'Alchimy is a science, teaching howe to transforme any kind of metall into another, and that by a proper medicine, (as it appeareth by many Philosophers Bookes)'.
  31. (Alchimy therefore, is a science teaching how to make and compound a certaine medicine, which is called Elixir, the which it is cast upon mettals or imperfect bodies, doth fully perfect them in the very projection.)
  32. (The gold engendered by this Art excelleth all naturall gold in all properties, both medicinall and others).
  33. Het chemisch huwelijk wordt vaak uitgebeeld als een coïtus tussen een naakte koning en koningin
  34. C.G. Jung: 'Verlossing in de Alchemie'
  35. Charles Nicholl: 'Alchemical bearings on King Lear', in The Chemical Theatre - uitg. Routledge & Kegan, 1980
  36. 'De alchemie, de steen der wijzen en Antoon van Dijck', door Paul-Albert Naudts Dr. jur., 1991
Wikibooks Wikibooks heeft een studieboek over dit onderwerp: Alchemie.
Icoontje WikiWoordenboek Zoek alchemie op in het WikiWoordenboek.
Etalagester
Etalagester Dit artikel is op 12 december 2009 in deze versie opgenomen in de etalage.