Aletopelta

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Aletopelta
Status: Uitgestorven, als fossiel bekend
Aletopelta coombsi.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Reptilia (Reptielen)
Infraklasse: Archosauromorpha
Superorde: Dinosauria (Dinosauriërs)
Orde: Ornithischia
Onderorde: Ankylosauria
Familie: ?Ankylosauridae
Geslacht
Aletopelta
Ford & Kirkland, 2001
Typesoort
Aletopelta coombsi
Afbeeldingen Aletopelta op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Aletopelta op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Herpetologie

Aletopelta is een geslacht van plantenetende ornitischische dinosauriërs, dat behoort tot de Ankylosauria en dat tijdens het late Krijt leefde in het gebied van het huidige Zuid-Californië. De enige benoemde soort is Aletopelta coombsi.

Vondst en naamgeving[bewerken]

In 1987 werd er bij de College Boulevard bij Carlsbad aan de kust van Californië een weg verbreed in de Letterbox Canyon tussen El Camino Real en de Palomar Airport Road, ten noordwesten van Palomar-McCellan Airport. Bradford Riney merkte toen op dat er in een sleuf voor een rioleringspijp getrokken door een graafmachine van het bedrijf Koll een bruin skelet aan het oppervlak gekomen was. Binnen enkele dagen werd het geborgen en afgevoerd naar het San Diego Natural History Museum, te San Diego, Californië. Dit soort vondsten is zeldzaam in dit gebied en de ontdekking baarde veel opzien. Het exemplaar werd bekend als de Carlsbad Ankylosaur. De vondst werd in 1988 gemeld door Thomas Deméré. In 1996 gaven Deméré en Walter Coombs een eerste beschrijving maar benoemden de soort niet. Ze meenden dat het ging om een lid van de Nodosauridae

In 2001 benoemden Tracy Ford en James Kirkland de typesoort Aletopelta coombsi. De geslachtsnaam is samengesteld uit de Oudgriekse woorden ἀλήτης, alètès, en πέλτη, peltè, die respectievelijk "zwerver" en "klein schild" betekenen. Deze geslachtsnaam werd voorgesteld door Ben Creisler, een autoriteit op het gebied van dinosauriërnamen, omdat het karkas van de dinosauriër terecht kwam op een stuk tektonische plaat, de Peninsular Ranges Terrane, die indertijd ten westen van het midden van het huidige Mexico lag. Later is dit stuk naar zijn huidige positie in Zuid-Californië geschoven. Door de jaren heen is het fossiel dus als het ware naar het noorden gezworven. Pelta is een gebruikelijk element in de namen van ankylosauriërs vanwege hun schildvormige pantserplaatjes. De soortaanduiding coombsi eert paleontoloog Walter P. Coombs jr.

Fossielen[bewerken]

Het enig bekend fossiel, holotype SDNHM 33909, is gevonden in een zeeafzetting van de Point Loma Formation die stamt uit het late Campanien en gedateerd is op 75,5 miljoen jaar oud. Het bestaat uit een gedeeltelijk skelet zonder schedel. De vondst omvat acht tanden, vier of vijf wervels, een wervelboog van de rug, wervelbogen van het heiligbeen, ribben, incomplete stukken van de schouderbladen, de opperarmbeenderen, de ellepijpen, een vermoedelijk rechterspaakbeen, beide dijbeenderen, de scheenbeenderen, de kuitbeenderen, het linker- en rechterzitbeen, een deel van het pantser over de bekkengordel, minstens zestig losse osteodermen en een halsberg. Het karkas moet door een rivier in zee gespoeld zijn en is daar met pantser omlaag afgezonken zodat het op de rug liggend is aangetroffen, een gebruikelijke tafonomie bij ankylosauriërs. Het skelet lag nog gedeeltelijk in verband. De botten zijn door ongewervelde zeedieren en haaien aangevreten en doorboord. Pelycopoda bedekten veel van de botten. Als gevolg hiervan zijn alle gewrichtsvlakken weggevreten en zijn veel botten letterlijk uitgehold. De conditie van de botten is zo slecht dat alleen al op grond daarvan de soort een nomen dubium geacht werd in de tweede druk van het standaardwerk The Dinosauria.

Beschrijving[bewerken]

Aletopelta is een middelgrote ankylosauriër. Gregory S. Paul schatte in 2010 de lengte op vijf meter, het gewicht op twee ton.

Ford en Kirkland gaven een korte diagnose, een opsomming van typerende kenmerken. De tanden zijn breder dan hoog. Het bovenbeen is veel langer dan het onderbeen; het dijbeen is 534,4 millimeter lang, het kuitbeen 315 millimeter en het scheenbeen 374,7 millimeter. Er zijn drie middenvoetsbeenderen. Het heupschild bestaat uit veelhoekige osteodermen met een lage top. Over de rug lopen osteodermen met een gewelfde bovenzijde en een holle onderzijde. Over nek en schouder slopen osteodermen met een dakvormige bovenkant en een holle onderzijde. De osteodermen op de staart zijn driehoekig en afgeplat; ze zijn van de binnenzijde naar de buitenzijde van het lichaam gemeten sterk asymmetrisch. De meeste osteodermen zijn dun en hol.

Victoria Arbour gaf in 2014 een andere lijst onderscheidende kenmerken. Het heupschild be staat uit zeshoekige osteodermen. De osteodermen van het heupschild hebben een oppervlak met putjes in plaats van vertakkende richels zoals bij Glyptodontopelta. De osteodermen van de halsberg zijn vergroeid met een onderliggende beenband en zijn niet dicht tegen elkaar gedrukt.

Arbour stelde ook een wat andere reconstructie van het lichaamspantser voor. Achter de kop bevindt zich een halsberg, hier bestaande uit een halve beenring met daarop vijf osteodermen: een in het midden en twee aan iedere zijkant. Er loopt een rij osteodermen over de middenlijn van de rug; de voorste is stekelvormig. Over iedere zijkant van de romp lopen drie rijen grote driehoekige osteodermen. Het heupschild bestaat uit kleinere zeshoekige plaatjes. De staart heeft een rij op de middenlijn en een rij driehoekige osteodermen aan iedere zijkant. Deze verlengen zich niet tot een verstijfde hendel voor een staartknots. Anders dan Ford & Kirkland aannamen, ontbreekt die volgens Arbour dan ook. De extreme uitholling van de osteodermen kan een gevolg zijn van het uitgeboord worden van de sponsachtige gedeelten van het bot tijdens de periode dat het dier op de zeebodem lag.

Fylogenie[bewerken]

Aletopelta wordt door alle onderzoekers geclassificeerd als een lid van de Ankylosauria. Zeer omstreden is echter de vraag of hij tot de Nodosauridae of de Ankylosauridae behoort.

Coombs concludeerde in 1996 dat het een lid van de Nodosauridae betrof, incertae sedis. Dat leidde hij af uit de hoge positie van de vierde trochanter op het dijbeen, de aanhechting voor de musculus caudofemoralis longus; uit de aanwezigheid van een lange schouderstekel; en uit het ontbreken van een staartknots. Ford & Kirkland wezen echter op ankylosauride trekken. Het zitbeen is recht in plaats van gebogen. De deltopectorale kam op de voorrand van het opperarmbeen staat scherper af. De proporties van het gedrongen scheenbeen en kuitbeen lijken veel meer ankylosauride. Vooral zag Ford overeenkomsten met de zeshoekige osteodermen van het heupschild van Glyptodontopelta en Stegopelta en hij stelde voor dat deze drie soorten een Stegopeltinae vormden, in de basis van de Ankylosauridae. De meeste kladistische analyses vinden deze twee andere taxa echter in de Nodosauridae, terwijl ze Aletopelta niet eens in beschouwing nemen. Arbour voerde ook een analyse uit, nu wel met Aletopelta erin, en ontdekte dat de drie soorten anders uitvielen: Glyptodontopelta en Stegopelta waren nodosauriden maar Aletopelta een basale ankylosauride. Een nieuw onderkend ankylosauride kenmerk was daarin het vergroeid zijn van de osteodermen van de halsberg met hun onderliggende beenband. Arbour wees erop dat het zeer wel mogelijk was dat een (zware) staartknots zich pas bij afgeleide ankylosauriden ontwikkeld heeft.

Literatuur

  • W.P. Coombs, Jr. and T.A. Deméré, 1996, "A Late Cretaceous nodosaurid ankylosaur (Dinosauria: Ornithischia) from marine sediments of coastal California", Journal of Paleontology 70(2): 311-326
  • T.L. Ford and J.I. Kirkland, 2001, "Carlsbad ankylosaur (Ornithischia, Ankylosauria): an ankylosaurid and not a nodosaurid", In: The Armored Dinosaurs. Indiana University Press, Bloomington pp 239-260

Bronnen