Alexander Bodon

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Alexander Bodon in 1983

Alexander Bodon (Wenen, 6 september 1906Amsterdam, 22 januari 1993) was een Nederlands architect.

Zijn vader was de Hongaarse binnenhuisarchitect en meubelontwerper K. Bodon die van mening was dat zijn zoon eerst het ambacht van meubelmaker diende te leren. Alexander ging toen in de leer bij een meubelmaker en een stoffeerder waarna hij in 1924 begon aan een tweejarige studie aan de kunstnijverheidsschool in Boedapest.

In 1929 vestigde Bodon zich in Nederland. Hij heeft tijdens zijn studie voor de bekende archtect Jan Wils gewerkt. Hij werkte ook bij de architecten Buijs en Lürsen en op het architectenbureau van Merkelbach en Karsten.

In 1932 kwam zijn eerste zelfstandige opdracht tot stand voor de boekhandel Schroder en Dupont aan de Keizersgracht te Amsterdam, met een ontwerp dat sterk de aandacht trok.

Bodon had in 1934 een studio in Amsterdam samen met Eva Besnyö en Carel Blazer. Bodon was lid van de architectengroep De 8. Van 1935-40 leidde Bodon de Nieuwe Kunstschool te Amsterdam, eerst als leraar, daarna als directeur.

Vanaf 1945 vestigde Bodon zich definitief als zelfstandig architect. Sedert 1954 was hij lid van het ingenieurs- en architectenbureau J.P. van Bruggen, G. Drexhage, J.J. Sterkenburg en Alexander Bodon.

Het bekendst is hij als de architect van de RAI (1951) in Amsterdam.
Andere werken die hij ontwierp zijn: het Apollo-Hotel (1961) in Amsterdam, het opleidingscentrum van de Hoogovens in Velsen (1966), woningbouw aan het Confuciusplein (1958) in Amsterdam, restaurant Halvemaan (1988) in Amsterdam en een uitbreiding van Museum Boijmans Van Beuningen (1972) in Rotterdam. Het hoofdkantoor van het Duitse Hoesch en Koninklijke Hoogovens, Estel (1976) in Nijmegen.

Literatuur[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties