Alexander Haig

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Alexander Haig
Alexander Meigs Haig
Alexander Meigs Haig
Geboren 2 december 1924
Philadelphia, Pennsylvania
Overleden 20 februari 2010
Baltimore, Maryland
Politieke partij Republikeinse Partij
Partner Patricia Haig
Beroep Politicus
Militair (Generaal)
Religie Rooms-katholiek
Handtekening Handtekening
59e Minister van Buitenlandse Zaken
Aangetreden 22 januari 1981
Einde termijn 5 juli 1982
President Ronald Reagan
Voorganger Edmund Muskie
Opvolger George Shultz
Opperbevelhebber Strijdkrachten van de NAVO
Aangetreden 15 december 1974
Einde termijn 1 juli 1979
Voorganger Andrew Goodpaster
Opvolger Bernard W. Rogers
Stafchef van het Witte Huis
Aangetreden 30 april 1973
Einde termijn 15 september 1974
President Richard Nixon (1973-1974)
Gerald Ford (1974)
Voorganger Bob Haldeman
Opvolger Donald Rumsfeld
Portaal  Portaalicoon   Politiek

Alexander Meigs Haig Jr. (Philadelphia (Pennsylvania), 2 december 1924 - Baltimore (Maryland), 20 februari 2010) was een vier-sterren generaal in het Amerikaanse leger, een stafchef van het Witte Huis onder president Richard Nixon en de 59ste Minister van Buitenlandse Zaken onder president Ronald Reagan.

Vroege carrière[bewerken]

Haig genoot zijn hoger onderwijs onder meer aan de Amerikaanse militaire academie te West Point. Daarnaast studeerde hij bedrijfskunde aan de Columbia School of Business en Georgetown University. Als jong officier maakte hij deel uit van generale staf van generaal Douglas MacArthur in Japan.

Korea[bewerken]

In het begin van de Koreaanse Oorlog (1950-1954) was Haig verantwoordelijk voor het bijhouden van MacArthurs overzichtskaart en moest hij de generaal elke avond inlichten over wat er die dag op het slagveld was gebeurd. Later nam Haig zelf deel aan de gevechten, als lid van het Tiende Corps, dat geleid werd door MacArthurs chefstaf, generaal Edward Almond. Haig nam deel aan zeven operaties, waaronder de Slag van Inchon, de Slag bij het Chosin Reservoir en de evacuatie van Hungnam. Hij werd meerdere keren gedecoreerd. In de jaren na de Koreaanse Oorlog bekleedde hij diverse functies in het Amerikaanse leger.

Vietnam[bewerken]

In 1966 kreeg hij de leiding over een bataljon in Vietnam. In maart 1967 werd hij met zijn helikopter neergehaald. Vanwege zijn optreden in de daaropvolgende bloedige gevechten werd hij gedecoreerd met de op één na hoogste Amerikaanse militaire onderscheiding: de Distinguished Service Cross.

1974-1979: Opperbevelhebber Navo[bewerken]

In 1974 werd Haig benoemd tot opperbevelhebber van de NAVO strijdkrachten. Op 25 juni 1979 overleefde hij een aanslag toen de Rote Armee Fraktion zijn auto probeerde op te blazen met een mijn. Drie lijfwachten in een volgwagen raakten hierbij gewond.

1982: Falklandoorlog[bewerken]

Tijdens Haigs ministerschap van Buitenlandse Zaken brak tussen Argentinië en Groot-Brittannië de Falklandoorlog uit toen op 2 april 1982 de Argentijnse invasie van de Britse kolonie plaatsvond. Direct na deze invasie trachtte Haig te bemiddelen. Hij voerde intensief overleg met de Britse regering in Londen en met de Argentijnse regering in Buenos Aires terwijl de Britse Royal Navy op weg was naar de Falklands. Haig brak op 19 april zijn bemiddelingspoging af, zonder een compromis te hebben bereikt.

1988: Republikeins presidentskandidaat[bewerken]

In 1988 probeerde Haig tevergeefs om binnen de Republikeinse Partij de nominatie voor presidentskandidaat in de wacht te slepen. Hij was een fel criticus van George H.W. Bush. Toen hij zich uit de race moest terugtrekken gaf hij zijn steun aan de presidentiële campagne van Senator Bob Dole uit Kansas.

Hij overleed op 85-jarige leeftijd op 20 februari 2010.

Decoraties[bewerken]