Alexius Meinong

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Alexius Meinong

Alexius Meinong (Lemberg, 17 juli 1853 - Graz, 27 november 1920) was een Oostenrijkse filosoof.

Leven[bewerken]

Meinong werd geboren in Lemberg (het huidige Lviv). Hij bezocht het gymnasium in Wenen en studeerde vervolgens aan de Universiteit van Wenen. Hij studeerde geschiedenis, met als bijvak filosofie. In zijn filosofische opvattingen werd hij beïnvloed door Franz Brentano, die ook zijn docent was. Na zijn studie werd hij docent in Wenen. Vervolgens ging hij naar Graz. Hij hield zich, naast zijn filosofische bijdragen, bezig met componeren en speelde viool. Hij was getrouwd en had een zoon.

De theorie van objecten[bewerken]

Meinong is met name bekend geworden vanwege zijn theorie van objecten. Meinong stelde, in navolging van Kazimierz Twardowski,[1] dat iets op een bepaalde manier moet zijn, wil men over het feitelijk bestaan of niet-bestaan ervan kunnen spreken. Als men bijvoorbeeld zegt dat blauw niet bestaat, wordt hierbij al verondersteld dat blauw ‘is’.[2] De controverse ontstaat op het moment dat objecten die niet kunnen bestaan worden aangevoerd. Zo is een ronde vierhoek een absurd iets[3] (hij noemt het ook als voorbeeld van onmogelijke objecten[4]), maar volgens Meinong gaat het er dan om dat deze aan gene zijde van zijn en niet-zijn ('jenseits von Sein und Nicht-sein') staat; zijn en niet-zijn zijn uitwendig ('äusserlich') aan het object.[5] Hij verzet zich dan ook tegen de gedachte dat 'ronde vierhoek' niet meer dan een 'flatus vocis' (luchtstoot van de stem) zou zijn.[6] (Vgl. voor dit begrip de pagina over 'flatus vocis'.) Meinong spreekt dan ook, naast over 'Sosein' (op een bepaalde manier zijn) en 'Nichtsein' (niet-zijn), over 'Aussersein' (buiten (het) zijn). Hoe iets is, is onafhankelijk van wat het is (namelijk bestaand of niet).

Op deze positie is veel kritiek geuit. Zo kan men aanvoeren dat het gebrek aan secundaire verwijzing in semantisch opzicht problematisch is. De bekendste bezwaren zijn door Bertrand Russell geuit. Hij voerde aan dat de objecten die 'ausserseiend' zijn de wet van de non-contradictie (een bepaalde stelling en haar tegendeel kunnen niet tegelijkertijd het geval zijn (in de propositielogica:  \neg (P \wedge \neg P)\!)) overtreden.[7] Meinong accepteerde de kritiek, maar vond dat zijn theorie hierdoor niet getroffen werd. Russell gaf later een uitvoeriger analyse.

Ander werk[bewerken]

Meinongs eerste werk betrof David Hume. Hij schreef twee boeken over diens filosofie. Een ander belangrijk werk is Über Annahmen, waarin hij datgene waarop een psychologisch oordeel betrekking heeft onderzoekt en nagaat op welke manier dit van belang is voor intentionaliteit. In zijn werk over waarden stelde hij dat emoties de bepalende bron van waarden zijn.

Literatuur[bewerken]

  • "Hume Studien I" (1877)
  • "Hume Studien II" (1882)
  • Psychologisch-ethische Untersuchungen zur Werttheorie (1894)
  • Über Annahmen (1902)
  • Über Gegenstandstheorie (1904)
  • Über die Stellung der Gegenstandstheorie im System der Wissenschaften (1907)
  • Über Möglichkeit und Wahrscheinlichkeit (1915)

Referenties[bewerken]

  1. K. Twardowski, Zur Lehre vom Inhalt und Gegenstand der Vorstellungen, blz. 24 (Wenen: 1894).
  2. A. Meinong, Über Gegenstandstheorie, blz. 491 (Gesamtausgabe, Band 2, Abhandlungen zur Erkenntnistheorie und Gegenstandstheorie. Graz: Akademische Druck - u. Verlagsanstallt, 1971).
  3. A. Meinong, Über Gegenstandstheorie, blz. 493.
  4. A. Meinong, Über die Stellung der Gegenstandstheorie im System der Wissenschaften, blz. 14/220. (Gesamtausgabe, Band 5. Graz: Akademische Druck - u. Verlagsanstallt, 1973)
  5. A. Meinong, Über Gegenstandstheorie, blz. 494.
  6. A. Meinong, Über die Stellung der Gegenstandstheorie im System der Wissenschaften, blz. 15/221.
  7. B. Russell, 'On Denoting'. Mind 14 (1905), blz. 479-493.

Externe link[bewerken]