Alexiuslied

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het Alexiuslied (Chanson de Saint Alexis of Vie de Saint Alexis) is een serie middeleeuwse hagiografische gedichten die het leven van Alexius van Edessa beschrijven. De eerste versies van dit lied dateren uit de 11e eeuw en ze zijn geschreven in het Oudfrans. Een van de oude versies bestaat uit 125 strofen van elk 5 regels. Het Alexiuslied handelt over de triomf van de christelijke, transcendente waarden tegenover de persoonlijke ambities, familiebanden en seksuele liefde. De boodschap die het de 11e-eeuwse lezer of luisteraar bracht, was dat elk aards streven ondergeschikt diende te zijn aan de 'grotere' sociale eenheden zoals de Kerk, de stad en het rijk.

Alexius was de zoon van een Romeinse senator. Nadat hij eerst door zijn vader was uitgehuwelijkt, besloot hij tijdens de huwelijksnacht te vluchten om zijn verdere leven aan de godsdienst te wijden. Zijn bruid liet hij achter met de woorden "In dit leven bestaat geen volmaakte liefde..." (En icest siecle nen at parfite amour). Hij ging naar de stad Şanlıurfa in Syrië (die in die tijd Edessa heette) en gaf daar al zijn geld aan de armen. Vervolgens leefde hij zeventien jaar als bedelaar in Edessa en vluchtte uiteindelijk terug naar zijn ouderlijk huis in Rome, waar hij zich tot aan zijn dood onder een trap schuilhield om niet herkend te worden. Uiteindelijk wordt hij daar door zijn ouders dood aangetroffen, met op zijn lichaam een perkament waarin hij zijn leven vertelt. In de onderstaande passage wordt Alexius door zijn beide ouders beweend:

De la dolour que demenat li pedre

Grant fut la noise si l'entendit la medre :

La vint corant com feme forsenede,

Battant ses palmes,cridant, eschevelede :

Veit mort son fil, a terre chiet pasmede.


O bele boche, bels vis, bele faiture

Com vei mudede vostre bele figure !

Plus voi amai que nule créature.

Si grant dolour ui m'est apareude !

Mielz me venist, amis, que morte fusse.

("Met veel lawaai gaf de vader blijk van zijn verdriet; de moeder hoorde het, kwam als een verdwaasde vrouw aanrennen, sloeg haar handen in elkaar, schreeuwend en met verwarde haren. Ze zag haar dode zoon en viel bezwijmd ter aarde: 'O mooie mond, mooi gezicht, mooi lichaam, ik zie dat je mooie uiterlijk veranderd is. Ik hield meer van je dan van enig ander wezen, welk een groot verdriet is mij vandaag ten deel gevallen. Liever was ik dood geweest, beste vrienden'").

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren
In andere talen