Cités

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

(Doorverwezen vanaf Algemeen Cités)
Ga naar: navigatie, zoeken

Cités is een straattaal in Vlaanderen. De taal ontstond in de laatste helft van de twintigste eeuw in Belgisch Limburg, in steden als Genk, Beringen, Houthalen-Helchteren,Heusden-Zolder en Maasmechelen. De taalvariant ontstond uit de bastaardtaal die de mijnwerkers uit Italië, Turkije en Griekenland gebruikten om met elkaar in de mijnen te communiceren. Vandaag is het de taal van de jonge trendsetters uit de cités, de arbeiders- en migrantenwijken in de steden. Het Algemeen Cités is rijk aan schuttingwoorden, met de grammatica van het Limburgs, de melodie van het Italiaans en de woordenschat van het Italiaans, het Grieks, het Spaans, het Frans en het Engels.

Inhoud

[bewerken] Oorsprong

Deze straattaal werd voor het eerst onderzocht door de taalkundige Ward Ramaekers.[1] Hij inventariseerde de woordenschat en bedacht het begrip "Algemeen Cités". De taal is een taalvariant van het Nederlands, maar wordt vuriger en zangeriger gesproken, maar tegelijk klinkt het velen brutaal, macho en zelfs bedreigend in de oren. Ramaekers stelde ook vast dat deze Vlaamse straattaal van erg grote invloed was op de taal van Vlaamse scholieren en dat heel wat woorden en uitdrukkingen[2] die hun oorsprong vonden in het Algemeen Cités nu gemeengoed zijn geworden in de Vlaamse jongerentaal, zoals "ga kakken" (uitdrukking van ongeloof), "ik zweer u" (ik verzeker je), "kraken" ((meisje) versieren), "patat" (zeer mooi, "een patat van een auto"), "chic" (knap, stijlvol).

[bewerken] Evolutie

Veel mensen uit streken zonder mijnverleden zien het cités als "het slechte Nederlands van allochtonen", een verkeerde opvatting, want ook veel autochtonen gebruiken het cités in het dagelijks leven.

Het cités wordt ook vaak afgedaan als een jongerentaal, dit is ook wel zo maar toch is het cités -vooral in Genk- ook meer dan alleen maar dat: In Genk dient het cités bijna als het plaatselijk dialect. Een belangrijke verklaring hier voor is dat terwijl de andere steden en gemeenten uit de mijnstreek nog een "harde kern" hebben van inwoners die een plaatselijk Limburgs dialect spreken, Genk geen echt eigen dialect kent. Vóórdat de mijn kwam was Genk een gehucht van minder dan 500 inwoners, 60 jaar later is het een stad met net geen 70 000 inwoners. Bijgevolg is er meer een zeer beperkt aantal inwoners dat een dialect als het oud bokrijks kent, terwijl iedereen het cités kent...

Ook is het Cités al 20 jaar een jongerentaal, de jongeren van toen zijn intussen ouder geworden maar de taal nog steeds niet "ontgroeid" (ook weer voornamelijk in Genk omdat het hier de enige vorm van communicatie is naast het AN); ook spreken veel ex-mijnwerkers "hun taal" nu nog steeds. Een groot aantal huidige jongeren die cités spreken hebben de taal in feite gewoon van hun ouders overgenomen.

Tot slot heeft het cités ook nog altijd dezelfde functie van vroeger: Vroeger was het cités een middel voor mijnwerkers met verschillende afkomst om tijdens het werk met elkaar te communiceren. Vandaag klinkt op menig Genkse (Limburgse) bouwwerf en fabrieksvloer ook nog het cités.

Dus terwijl het cités in veel streken inderdaad een jongerentaal is, is het op bepaalde plaatsen ook een perfect acceptabele vorm van communicatie voor iedereen geworden; enerzijds door een gebrek aan alternatieven, anderzijds door praktisch gemak i.v.m. multicultuur. Dit maakt het cités ergens ook een beetje tot mijnerfgoed.

[bewerken] Uitspraak en grammatica

Qua uitspraak wordt het Algemeen Cités gekenmerkt door een sterk rollende r, de w-klank die uitgesproken wordt als "oew" ("oewaarom?"), de s-klank die sissend uitgesproken wordt als "sh" ("shlaan") en een "i" (van vis) die sterk neigt naar de "u" van "mus". Er is maar één bepaald lidwoord (de): "De weer, heb je de weer gezien?" en "Die meisje, heb je die meisje gezien joh?". Bijvoeglijke naamwoorden en bijwoorden worden steeds verbogen: "een leuke meisje", "welke huis?". Dubbele infinitieven worden nooit van "te" voorzien. Ook woorden die een plaats bepalen, zoals "naar", "bij", etc. worden vaak weggelaten. Bijv. "gaat ge school" of "Ik ben cinema gegaan". Ten slotte worden de "n" en "t" op het einde van een woord meestal niet uitgesproken: "slecht" en "wacht" worden zo "slech" en "wach".

[bewerken] Woordenschat

  • Aboh!
    • Uitdrukking van verbijstering en ongeloof na een gevatte opmerking. A: "U moeder meer snor dan u broer joh" Omstaanders: "aboh!!!"
Alternatief: schande maken, schande breken, schade maken.
  • Afleggen:
    • laten af- of uitstappen, iemand op zijn of haar bestemming afzetten.
  • Andere keer:
    • volgende keer, straks, ooit;
    • nooit; A: "Wanneer geeft ge me die geld terug?" B: "Andere keer".
  • Ballen krijgen:
    • ontstemd raken; "Ik krijg ballen van die jongen".
  • Begaaid:
    • afstotelijk iemand; A: "is die meisje daar niks voor u?" B: "nee joh, die's gans begaaid".
    • dronken/high zijn; A: "nog ene?" B: "nee joh, sewes ben ik weer begaaid".
  • Bordel:
    • (bordel maken) zich op een luidruchtige, lichtelijk aanstellerige manier gedragen;
    • (bordel maken) ruziën;
    • iets dat men niet kent benoemen; "wa voor bordel is da hier allemaal?";
    • ongenoegen uiten over de organisatie/gang van zaken; "wa voor bordel is da hier? ik wacht al 2 uur";
    • iets doen mislukken/in het honderd laten lopen; "die hoeft nie te helpen, die maakt weer een gans bordel";
    • een rommelige/vuile plaats.
(uitdrukking) "wat een bordel": 'wat een ellende'.
  • Cité:
    • Arbeiderswijk.
  • Citéhuis:
    • rijhuis, de soort waarvan een volledige straat gevuld is met huizen die er vanbuiten allemaal hetzelfde uitzien.
  • Cités:
    • de taal van (de bewoners van) een cité.
  • De van de:
    • het van het.
  • Die andere:
    • uitdrukking die weergeeft dat iemand op een melige manier geestig is; "haha! Kijk die andere!";
    • dat iemand onzin vertelt; "die andere is hier weer aan't zeveren";
    • dat iets wat is of wordt gezegd, niet oké is, dat het belachelijk of fout is; A: "die jongen kan da wel goed" B: "die andere!";
bij de eerste 2 is de persoon waarover het gaat aanwezig.
  • Dit Dat:
    • i.p.v. enzoo ge weet wel wak bedoel ma ge kunt der gene uitleg op plakke snapt ge.
    • bvb .Meh, viez kast dit dat.
  • Ei:
  • Eieren maken:
    • ergernis opwekken; "Die jongen maakt me eieren"; "Ik krijg eieren van da werk hier joh".
  • Fataal:
    • slecht, mislukt; "tel tegoei uit hoeveel zand ge nodig hebt, anders wordt da fataal";
    • fijn, plezant; "kom mee joh, da gaat fataal zijn".
  • Fixen:
    • regelen, in orde brengen;
    • geven; "ei, fix mij die truweel es".
  • Flamoen:
    • boer (geringschattend/neerbuigend). Gewoonlijk verwijzing naar iemand uit een landelijk dorp.
Afgeleid van Flamano, een verbastering van Fiammingo, Italiaans voor `Vlaams'.
  • Gaan:
    • gaan naar; "Gaan we Antwerpen?".
  • Ga kakken:
    • uitdrukking die weergeeft dat iemands aanwezigheid niet (langer) gewenst is;
    • uitdrukking van ongeloof; "Uw broer heeft een nieuwe BMW? Ga kakken.".
  • Ga spelen:
    • uitdrukking die weergeeft dat iemands aanwezigheid niet (langer) gewenst is;
    • uitdrukking om aan te tonen dat iemand ongelijk heeft; "Seh, ga spele, ge weet van niks..."
Wordt op een neerbuigende toon gebruikt, zoals een ouder tegen de kinderen "ga maar buiten spelen" zegt wanneer de volwassenen iets willen bespreken.
  • Gianni:
    • clichébeeld van een Italiaanse citébewoner, vergelijkbaar met "Johnny" in het Vlaams.
  • Goeie:
    • oké; A: "koop dan ook ene voor mij, ik betaal da wel trug" B: "ja, goeie".
  • Goeie?:
    • alles goed?
  • Hippie:
    • dwaas, onnozelaar, raar persoon.
  • Hou uw lip:
    • zwijg!
  • Ik peer u ene:
    • "sewes slaag"
  • Ik zweer:
    • iets kracht bijzetten; "Ik zweer, ge krijgt die trug"; "ik zweer, ik was da nie";
    • uitdrukking van strijdbaarheid; "Ik zweer, doe da nog 1 keer en ik maak u dood".
    • Ook gebruikt als "serieus? meen je het?"; A: "Meh, ik heb die meisje gekraakt" B: "Meh, zweer!"
  • Itak:
    • Italiaan (zie ook Polak, Neger, Rus).
  • Kannibaal:
    • (In positieve zin) zot, "portret"; "ou da niks zijn als wij samen moesten werken? Twee kannibalen bijeen...".
  • Kardash:
    • broer, kameraad;
    • in het bijzonder veel gebruikt door Arabieren die mekanders naam niet kennen; "ei, waar is die ene kardash naartoe?".
  • Keihard:
    • goed, mooi;
    • handig;
    • grappig.
  • Kippenstijl:
    • iets wat niet cool/lelijk is, wat van geen stijl getuigt; "kijk die daar, gans kippenstijl";
    • iets wat niet praktisch/handig is; "wa's da voor kippenstijl hier? da gaat zo toch nie?"
(uitdrukking)"ei joh! Kippenstijl is ook stijl of wa?"
  • Kraken:
    • ontmaagden;
    • seks hebben met (zie ook "maken");
    • versieren (wordt meer vervangen door "vastkrijgen").
  • Laat staan:
    • laat zitten, geen dank;
    • niet ruziën, hou op.
  • Maken:
    • doen (in bepaalde context); "wa maken gij dit weekend?"; A: "kom mee" B: "wa maken?";
    • informeren naar iemand na die een (lange) tijd niet meer gezien te hebben; "Hoe ist? Wa maken gij?";
    • seks hebben met (zie "kraken); "wacht ma, ge zutl wel zien, ik ga die meisje maken".
  • Mi:
    • afkorting van minchia (zie daar).
  • Minchia:
    • uitroep van ergernis;
    • van strijdbaarheid;
    • van verbazing;
    • van bewondering; "Minchia, hebt ge die meisje gezien?";
Siciliaans voor `lul'; zelfde gebruik als 'shit' in het Engels.
  • Neger:
    • Marokkaan (zie ook Itak, Polak & Rus); Belg: "Gij zijt toch al aan de beurt geweest?" Marokkaan: "Ikke? Nee, da was die andere neger...".
  • Paraculo:
    • mietje, jeanet
  • Patat:
    • iemand die zeer mooi is, aantrekkelijk, begeerlijk;
    • iets wat zeer mooi is, groot, snel, enz.; "Een patat van een auto".
  • Polak:
    • Pool (zie ook Itak, Neger, Rus).
  • Rus:
    • Iemand van niet-Poolse Slavische afkomst (Russen, Oekraïners, Albanezen, Serviërs, etc.)(zie ook Itak, Polak, Neger).
  • qué:
    • wat?, wablieft?, hoe?, hoezo?;
    • wat moet je?; A: "Mario! kom es!" B: "Qué?"
    • welk?, welke?; A: "Wanneer geeft ge me eindelijk die geld terug?" B: "que geld?"
  • Scassement:
    • zeur, iemand die zich zeer actief toont op het gebied van scasseren(zie daar);
    • iets wat aanleiding geeft tot ergernis.
  • Scasseren:
    • ergernis opwekken;
    • onzin vertellen; A: "Ik ga trouwen." B: "Scasseer niet." (Of: Scasseer me de eieren niet.).
  • Schijt omhoog:
    • loop naar de maan, `fuck off';
    • vertel geen onzin; A: "Ech waar, ik ga trouwen." B: "Schijt omhoog."
  • Scoperen:
    • seks hebben met
  • Seh:
    • verontwaardiging fzow wie zal t zegge (bokrijk ownzz alll)
  • Sjik:
    • mooi, aangenaam.
  • Stijl:
    • mooi.
  • Stijl maken:
    • opvallen.
  • Sto cazz:
    • uitdrukking van ergernis;
    • uitdrukking die weergeeft dat iemand ergens geen zin in heeft, ergens niet mee instemt, `vergeet het'; A: "Leent ge me uw auto?" B: "Sto cazz".
  • Vaffanculo:
    • Uitdrukking van ergernis.
verbastering op Italiaans voor 'heb anale seks', ongeveer zelfde gebruik als 'fuck you' in het Engels.
  • Varia:
    • illegale activiteiten;
    • 'als vast beroep' zwart werken; A: "werkt ge?" B: "weet ge, zo, varia".
  • Vastkrijgen:
    • zie kraken
  • Vies Kast:
    • Seh, Vies kast die Rein. (Egt een beest van een kerel)
  • Vol stijl
    • Met veel stijl
    • Meh, vol stijl die Thomas.
  • Wa weet ge tog.
    • Seh, wa weet ge tog vuile motherfucker?!
  • Weet ge, zo,:
    • (sarcastische) manier om te benadrukken dat iets vanzelfsprekend is; A: "Hebt ge die auto gekocht of wa?" B: "Nee, weet ge, ik heb die zo, gratis bij de waspoeier gekregen";
    • "stopwoord" wanneer men de juiste woorden niet kan vinden; "Ik moet van die witte dinge hebben, weet ge, zo?"
  • We zien ons:
    • tot ziens.
  • Zuiver:
    • zeker.
  • Nix interesse:
    • Uitdrukking om te zeggen da het u niks interresseert wat een persoon tegen u vertelt.
  • Genaaid:
    • "In de val gelokt, in de problemen zitten.
  • Blo:
    • (Uitgesproken als béalo) Iemand die zich dom gedraagt, die dom is.

[bewerken] Vaste uitdrukkingen

  • Met veel omstand:
    • "vol schteil enzo".
  • Nu heeft hij niet meer zo een grote mond:
    • "meh pik verloren die jonge".
  • Leg hem [een object] hier neer:
    • "schmeit die hier joh".
  • Laten we meisje gaan versieren:
    • "Kom wijve krake".
  • seh, schpijt joh, wa weet ge tog.
  • 6u Schtation.
  • U moeder zen linker teelbal joh!
  • mee ik peer u dierect af enzooo, wash ge bezig!
  • Wa make?!
  • Kom ge mee? shopping 1 enzo ...
  • Dreigementen en scheldwoorden:
    • "fok joe joh",
    • "meeeh wan ne schaap joh",
    • "mii joh, ik schlaag u in drie",
    • "mii joh, ik schlaag u vol bloed",
    • "mii joh, drek trek ik al u tande uit",
    • "ik weet uw huis wone",
    • "ei schnul",
    • "uw moeder joh".
    • "ge zijt vies op de grond"
    • "Mah hoe voelt ge u?? Viesch man ofwa?!"
    • "Wanne blo, shpijt joh"
    • "De prut van u moeder".
    • "Wanne barrakke kop joh".
  • Dat meisje is wel tof:
    • "die meische is bom".
  • Ma ga sccchijten !!!
  • Ma loop toch door joh!!!
  • Ma ga kakke!!!
  • Dat gaat heel veel geld kosten:
    • "da gaat u vies veel schtene koste".

[bewerken] Zie ook

[bewerken] Bronnen, noten en/of referenties

 
Persoonlijke instellingen
Boek maken