Algemeen kiesrecht

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Algemeen kiesrecht of algemeen stemrecht is het systeem waarbij iedere burger kiesrecht of stemrecht mag uitoefenen. De meeste Europese landen hebben een systeem waarbij het stemrecht slechts toegekend wordt aan personen boven een bepaalde arbitraire leeftijdsgrens. Algemeen kiesrecht staat in contrast met censuskiesrecht, waarbij iemands vermogen bepaalt of deze persoon mag stemmen. In sommige kringen wordt ervoor gepleit om ook het kinderstemrecht in te voeren. Het eerste land ter wereld met algemeen kiesrecht was het prinsbisdom Luik in 1792, tijdens de Luikse Revolutie; het eerste nu nog bestaande land was Nieuw-Zeeland in 1893.

Evolutie in Nederland[bewerken]

Het algemeen kiesrecht voor mannen werd in Nederland ingevoerd op 12 december 1917, de proclamatie werd gedaan door Jhr M. van Reenen, de gemeentesecretaris, en vond plaats op het bordes van het oude stadhuis aan de Groenmarkt in Den Haag. Ook werd er gesproken door Jhr Herman van Karnebeek, de burgemeester, en onverwacht ook door Mr P.J. Troelstra.

Tegelijk werd ook het systeem van evenredige vertegenwoordiging ingevoerd. Hiervan kon voor het eerst gebruikgemaakt worden in 1918. Daarvoor was er het systeem van censuskiesrecht, wat wil zeggen dat alleen mensen met voldoende belastbaar inkomen mochten stemmen. In 1887 stelde het zogenaamde "caoutchouc-artikel" de eisen van het bezit van "kenteekenen van geschiktheid en maatschappelijke welstand". Doordat deze voorwaarden niet verder werden ingevuld kregen uiteindelijk vrijwel alle volwassen mannen die konden lezen en schrijven en niet van de armenzorg afhankelijk waren het kiesrecht.

Tegelijkertijd met de invoering van het onvoorwaardelijk stemrecht voor mannen kwam er het passief vrouwenkiesrecht. Dit wil zeggen dat vrouwen wel gekozen konden worden, maar zelf niet mochten stemmen. Suze Groeneweg werd in 1918 namens de SDAP de eerste vrouw in de Tweede Kamer. In 1919 kregen vrouwen ook het actief kiesrecht. Vanaf dat moment mochten vrouwen ook zelf hun stem uitbrengen.

In 1965 ging het actief kiesrecht van 24 naar 21 jaar. Zes jaar later werd de leeftijd verder verlaagd naar 18 jaar. Ook de leeftijd waarop het passief kiesrecht verkregen werd, ging omlaag, maar pas in 1983. Toen konden ook niet-Nederlanders die langer dan vijf jaar in Nederland legaal verbleven in de gemeenteraad worden gekozen.

Intussen kan men voor de 18-jarige leeftijd gekozen worden, maar mag iemand pas op 18-jarige leeftijd in de gemeenteraad zitting nemen.

Evolutie in België[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Tijdlijn van het stemrecht in België voor het hoofdartikel over dit onderwerp.